Soldaten rijden onwennig in de bluswagen

Het is nog even zoeken naar de tweede versnelling in de brandweerwagen en er moet een gids mee. Bij een Amsterdams brandje rukt nu het leger uit....

Om half één rukt een brandweerwagen van de brandweerkazerne Den Brielstraat in Amsterdam West uit. Hij wordt bemand door soldaten. Het is geen alledaags beeld dat het leger in actie komt om in Amsterdam een brand te gaan blussen. De soldaten zijn nog maar net in de kazerne. Een enkeling in camouflagepak sjouwt nog met zijn plunjezak rond. Een man of zes zit al klaar in brandweerpak.

Uitrukken is misschien een groot woord. De brandweerlieden stappen onwennig de wagen in terwijl de garagedeur omhoog gaat. Langzaam draait de wagen de straat op, alsof de chauffeur nog moeten zoeken naar de tweede versnelling. Tweehonderd meter verderop gaat de sirene aan. Maar de wagen blijft met een slakkengangetje rijden, tot hij de bocht om gaat en uit het zicht verdwijnt.

De Amsterdamse brandweermannen hebben zich zo massaal ziek gemeld, dat veel kazernes donderdag niet meer bemand konden worden. Daarop vroeg burgemeester Cohen in Den Haag om assistentie van het leger. Alleen vier brandweerkazernes in de oude stad worden nog door Amsterdams personeel bemand, bij alle andere zitten soldaten op de bluswagens.

Bij de brandweerkazerne aan de Ringdijk staan vijf mannen een sigaretje te roken dan wel een luchtje te scheppen. Eén van hen draagt een camouflagepak en een rode gebreide muts. ‘Werkman’ staat er op zijn uniform. De anderen zien er wat meer als brandweermannen uit. Praten willen ze nauwelijks. ‘We willen alleen zeggen dat we solidair zijn met de Amsterdamse brandweermannen’, zegt er een.

Met hoeveel man ze nu in de kazerne zitten: zij weten het niet. ‘We zijn uit alle hoeken van het land bij elkaar gehaald’, verontschuldigt een van hen zich. Hoe ze dan hun weg vinden, straks, als ze ergens naar een brand moeten? ‘Daarvoor is gezorgd. We krijgen een gids mee.’ Wie of wat dat is: geen idee.

Ook vier man van een duikeenheid van de landmacht zijn hier neergestreken, met medeneming van hun eigen materieel. Een van de vier wil wel kwijt dat ze gelegerd zijn in een kazerne in Zwolle, maar dat ze donderdag nog op oefening waren in Venlo. Hoe lang hij in Amsterdam moet blijven, weet hij niet, maar ‘het is hier beter dan in Venlo’.

De kazerne aan de Hobbemakade, vlak achter het Rijksmuseum, is een stuk gastvrijer. Kazernemanager Richard Standaar zegt dat de stemming in zijn kazerne ’heel bedrukt’ is. ‘Een deel van het personeel is vanmorgen huilend de deur uit gegaan’, zegt hij. Deze mannen hadden drie etmalen achter elkaar dienst gedaan., omdat de mensen die hen hadden moeten aflossen, zich ziek hadden gemeld. Zo lang had een dienst bij zijn weten nog nooit geduurd, en langer mag ook niet van de wet.

Standaar laat zien waar de ploeg drie etmalen heeft doorgebracht. Een zaaltje met een betegelde vloer, acht luie stoelen die gericht staan op een tv, de gordijnen zijn grotendeels dicht. De gezelligheid van een dorpshuis na het feest. Boven kale slaapkamertjes, met een bed, een plank aan de muur en een tv. ‘We hadden hier alleen slaapzaaltjes, maar we hebben er zelf kamertjes gemaakt zodat we wat meer privacy hebben.’ Op de gang een pingpongtafel met gesneuveld netje.

‘Je kunt je voorstellen wat er met je gebeurt als je 72 uur in zo’n ruimte zit, onder deze druk. Want al je zekerheden worden je afgenomen. Natuurlijk weten deze mannen ook wel dat dat functioneel leeftijdsontslag met 55 jaar niet meer te handhaven is, maar zij willen dan wel de garantie dat ze tot hun 58ste bij de brandweer kunnen blijven. Daar geeft burgemeester Cohen geen harde garanties voor.’

Wat hij van de ziekmeldactie vindt? ‘Er is helemaal geen actie. Maar ik kan me wel voorstellen dat mensen onder deze omstandigheden ziek worden.’

De kazerne wordt nu bemand door het beschikbare personeel van andere Amsterdamse kazernes. Slechts twee man zijn ‘eigen’. Verder zijn er de mensen van de dagploeg, die normaalgesproken controlerende taken uitvoeren, maar die gaan vandaag de deur niet uit. Een brandweerman die anoniem wil blijven omdat hij voor zijn baan vreest: ‘Als wij bij iemand over de vloer komen die vervelende dingen zegt over de acties, dan gaat het fout.’ Als een seconde later iemand op tv zegt ‘niks te maken’ te hebben met de brandweereisen, roept hij uit: ‘Zoiets dus.’

Meer over