SOLDATEN (M/V) GEVRAAGD

Sinds vorig jaar werkt Defensie met een beroepsleger. Een nieuwe soldaat deed zijn intrede: de beroeps bepaalde tijd. Maar de werving van die bbt'ers stokt....

STIEVEN RAMDHARIE

DE HITTE deert de jonge militair in het geheel niet. Luitenant Marc Bouw baant zich enthousiast een weg door het hobbelige landschap van Salisbury Plains. De helm wijkt geen moment van het hoofd. Kleine wolkjes stof stuiven omhoog als de 24-jarige officier de laarzen in de Engelse krijtbodem zet.

Natuurlijk wil hij het werk van 'de jongens' van 11 Pantsergeniebataljon wel even laten zien. Want ze mogen immers best trots zijn op hun kunststukjes, de brug over de rivier, bijvoorbeeld. Het gevaarte staat er nog niet, maar toch.

In Tidworth, niet meer dan een vlekje op de kaart van het gigantische militaire oefenterrein Salisbury Plains in Zuid-Engeland, wordt gegraven en gebouwd. Rupsdozers en kiepwagens rijden in de avond af en aan, de brug moet af. De genie, een eenheid die in de komende jaren veel meer zal worden uitgezonden naar internationale brandhaarden, is op oefening in het groen van het graafschap Wilshire.

Eigenlijk had het karwei gisternacht al geklaard moeten zijn, maar de harde bodem geeft problemen. 'Geeft niet, de jongens werken wel door', meldt Bouw. 'Niemand die klaagt, hoor. Maar je zal het zo meteen zelf wel merken.'

De sergeant in het gezelschap krijgt korporaal Henk de Vries in het vizier, die in de verte af en aan rijdt met zijn voertuig. 'Die jongen wil nou al de hele dag laten zien wat hij met dat ding kan', zegt sergeant Peter de Block (36) met een brede glimlach. 'Kijk, die mentaliteit hebben de soldaten van nu. Ze willen keihard werken, continu. Het geeft niet tot hoe laat. Het lijkt wel of ze dat militaristische terug willen hebben.'

'We zijn enthousiast en trots op ons werk', merkt De Vries nuchter op als hij even later van zijn voertuig is afgestapt. 'Daar is toch niets mis mee? Of wel soms?'

Hetzelfde enthousiasme en de haast overdreven wil om zich te laten gelden, voerde eerder op de dag de boventoon verderop in het Engelse veld. Het mag op de buitenstaander misschien overkomen als gekunsteld, als een opname uit een wervende promotiefilm, maar het is het zeker niet.

Het is het beeld dat Defensie, zo geplaagd de laatste tijd door verhalen over drugsgebruik, werkdruk en teleurstellende resultaten bij de werving, dezer dagen koestert: de jongens die we in huis hebben zijn oké.

Nederland werkt aan een professioneel beroepsleger en in de nieuwe krijgsmacht is derhalve geen plaats voor lauwheid. De Nieuwe Soldaat, als opvolger van de dienstplichtige, is een trots iemand met een groot geloof in eigen kunnen.

Johan Djotaroeno (23), soldaat eerste klas: 'De meesten van ons willen eigenlijk niets liever dan uit een helikopter springen van de Luchtmobiele Brigade. Maar als je er niet bij zit, probeer je er het beste van te maken in je eigen club. We leven hier bij de genie, nog meer dan tijdens de dienstplicht, mét elkaar.'

Leaner but meaner moest de krijgsmacht worden toen bijna vijf jaar geleden met de Prioriteitennota de ingrijpende herstructurering van Defensie in gang werd gezet. De Russische beer was verworden tot een muis, de wereld werd steeds meer beheerst door kleinschalige conflicten.

Dus moest de vaderlandse militair tot 2002 een kleine twintig miljard gulden inleveren, schepen en vliegtuigen dienden te worden afgestoten. De krijgsmachtdelen moesten de hoeveelheid personeel met een kwart (marine, luchtmacht) tot 50 procent (landmacht) verminderen.

De gehele krijgsmacht, zo'n 76 duizend man sterk, is nu net zo groot als de Koninklijke Landmacht in 1989. De dienstplicht werd vorig jaar afgeschaft en het beroepsleger deed zijn intrede. De Nederlandse militair werd crisisbeheerser, in Cambodja, Haïti en Bosnië.

Maar hoe staat het leger, na al die jaren van reorganisatie, er anno 1997 voor? Is Defensie niet meer geworden dan een doorgeefluik voor internationale missieswaar roofbouw wordt gepleegd op personeel dat voor de zoveelste keer krijgt te horen dat het wordt uitgezonden?

En wie is die nieuwe soldaat, de beroeps bepaalde tijd (bbt), eigenlijk. Een avonturier met een diploma die zich tweeënhalf jaar wil laten afbeulen? Of is de bbt'er een simpele, laag opgeleide schoolverlater die zich uit verveling te buiten gaat aan drugs, zoals in Seedorf?

'Met het imago van onze bbt'ers is niets mis', zegt de kordate brigade-generaal P. Striek (50), commandant van de 13e Gemechaniseerde Brigade uit Oirschot, die in Engeland met zo'n duizend voertuigen en 2200 militairen oefent. Striek gaf in 1994, tijdens zijn 'beleidstijd' op de Landmachtstaf, vorm aan de plannen voor het beroepsleger: 'Die jongens stralen uit dat ze hun werk goed doen, ze staan nu meer bij je. Op oefening vragen ze of je geen zere voeten hebt. Vroeger interesseerde dat hun niet.'

Voormalig tankcommandant ritmeester T. Hermens (50) van de brigade: 'Tijdens de dienstplicht had je op een tank voornamelijk vwo'ers. Ja, de chauffeur was een lbo'er. Nu moet je sommige bbt'ers zes keer iets uitleggen. Het gaat allemaal wat langzamer. Daarentegen is het rendement hoger, omdat de bbt'ers langer bij ons blijven.'

In zijn kamer op de Marinekazerne in Amsterdam zegt kolonel der Mariniers P. van Eerden niet in paniek te raken. Natuurlijk, het zit dit jaar wat tegen met de werving van nieuw personeel. Maar de directeur Defensie Werving en Selectie (DWS), die de jongens en meisjes moet binnenhalen voor de vier krijgsmachtdelen, zit niet met de handen in het haar. Het jaar is immers nog niet voorbij.

Van Eerden moet jaarlijks zo'n achtduizend militairen werven. Kosten: tachtig miljoen gulden. Maar uitgerekend in het jaar dat Defensie geheel afhankelijk is van de arbeidsmarkt - in 1995 en 1996 kon nog dankbaar worden geput uit het reservoir van dienstplichtigen - stokt de werving, vooral van bbt'ers.

In augustus sprak landmachtbevelhebber M. Schouten er zijn bezorgdheid over uit. Vooral bij de landmacht, in het bijzonder in de gevechts- en gevechtsondersteunende functies, dreigen er tekorten. Ondanks reclamefilms vol avontuur en presentie tijdens de Megafestatie, op beurzen en scholen, kan de schoolverlater niet gelokt worden. 'Ik besef het, het zijn juist de spannendste onderdelen', zegt Van Eerden.

Maar net als andere militairen wijst de kolonel elk verband met het Srebrenica-debacle monter van de hand. Van Eerden: 'Dat effect is niet te vinden in onze onderzoeken. Ik denk eerder dat crisisoperaties een positieve rol spelen. Het is toch free publicity.'

Van de vierduizend bbt'ers die de landmacht in 1997 nodig heeft, is nu slechts 70 procent binnen - terwijl de meeste schoolverlaters hun keuze al hebben gemaakt. De rest zal de komende maanden geworven moeten worden. Kenmerkend is de situatie bij de Luchtmobiele Brigade, het paradepaardje van de nieuwe krijgsmacht. Van de 175 soldaten die de lichting mei had moeten tellen, waren er slechts 47.

In Oirschot, bij de zandhazen, moesten ze zich onlangs tevreden stellen met 94 van de beoogde tweehonderd bbt'ers. En bij de genie zijn 510 van de zevenhonderd soldaten binnen. Eind dit jaar zal dit onderdeel echter volledig zijn bezet.

Van Eerden: 'Het is allemaal echt niet eenvoudig. Voor die achtduizend militairen heb ik zo'n 80 duizend belangstellenden nodig, op een schoolverlatersbestand van 200 duizend. Van die 80 duizend moet uiteindelijk de helft solliciteren. Terwijl de concurrentie behoorlijk is. De belangstelling voor ons is er wel maar jongeren hebben nu meer alternatieven. Lts'ers krijgen nu, nog voor ze hun diploma hebben, 2500 gulden schoon aangeboden door de aannemer om de hoek. En dan hebben ze een baan bij huis.'

De problemen dreigen voor Defensie alleen maar groter te worden. Tot 2010, zo blijkt uit onderzoek, neemt het aantal mannelijke jongeren op de totale Nederlandse bevolking af. De krijgsmacht wil zich dan ook meer op de vrouwen gaan richten. Hun aandeel moet in 2010 12 procent zijn, vergeleken met 6,7 procent nu. Twintig procent van de bbt'ers die nu jaarlijks instromen, moet straks vrouw zijn.

Om dit ambitieuze streven te realiseren, worden de regelingen voor kinderopvang, ouderschapsverlof en deeltijdarbeid verbeterd. Defensie wil tonen dat het geen mannenmaatschappij is. Van Eerden: 'We kunnen niet zonder de vrouwen, dat is de realiteit. Daarom moeten we het zo aantrekkelijk mogelijk voor hen maken. Om uitval tijdens het selectieproces te voorkomen, vanwege de fysieke eisen, overweegt de landmacht samen te gaan werken met sportscholen.'

Het imago van Defensie, dat van de eeuwige 'baalcultuur', zit volgens Van Eerden jammer genoeg nog bij velen in het hoofd. Bij mannen én vrouwen. Des te meer reden om de verhalen van de bbt'ers dat de krijgsmacht wél iets bijzonders te bieden heeft, alom bekend te maken.

Maar bij de militaire bonden geloven ze niet dat Defensie de achterstand dit jaar nog kan wegwerken. De tekorten zullen nog verder oplopen, zo verwacht voorzitter B. Snoep van de Algemene Federatie van Militair Personeel (AFMP): 'Een 18-jarige beroepssoldaat moet zich voor 1525 gulden bruto de hele wereld laten rondschoppen. Daarvoor geeft hij jaren van zijn leven. Meer salaris is niet alleen de oplossing: zorg voor tevreden mensen.'

Bij Defensie wijzen ze wel op de vette premies die een militair kan verdienen als hij wordt uitgezonden: 23 duizend gulden bruto in een half jaar.

Van Eerden: 'We kunnen niet concurreren met hoge salarissen. Maar wel met onze toegevoegde waarde. Wij bieden spanning, opleidingen en grensverleggende activiteiten. Dat maakt toch niet iedere jongere mee? Kijk, acht uur lang met je geweer in een schuttersput, dat moet je ervaren. Dat is niet uit te leggen.'

Maar is het nieuwe soldatenbestaan nog wel zo avontuurlijk en zwaar als Defensie zo vurig schetst? Natuurlijk, er wordt meer geoefend in het buitenland. Als het erop aan komt, moet de krijgsmacht immers vier grote uitzendingen tegelijk aankunnen. Er gaat geen maand voorbij of een Nederlandse eenheid oefent wel haar rol van internationale peacekeeper in den vreemde: in Polen, Engeland, Spanje et cetera.

Soldaat Djotaroeno moet lachen. De oefening in Engeland is zijn eerste. In een stuk bos van Salisbury Plains staat zijn genie-eenheid op het punt te vertrekken. Elke 24 uur wordt ergens anders een nieuw kamp opgezet op het veertig bij vijftien kilometer grote terrein.

Djotaroeno: 'Ach, het is een kick om te zeggen dat je naar het buitenland gaat. Maar elk oefenterrein is hetzelfde: groen. Je ziet ook steeds dezelfde dingen.'

Harry Klaassens (23), chauffeur op een kiepwagen: 'Ik had er meer van verwacht toen ik tekende. Ik dacht dat ik meer afgeknepen zou worden. Op oefening heb je het wel druk, maar op de kazernes niet. Er is te weinig te doen, er is te weinig werk. Je bent onvoldoende fysiek bezig.'

'De werkelijkheid is duidelijk anders dan die romantische spotjes op televisie', betoogt luitenant ter zee-2 J. Golsteijn, voorzitter van de Vakbond voor Burger en Militaire ambtenaren (VBM). 'Je zit niet in een helikopter, neemt een dam in en vervolgens ga je lekker koffie drinken. Jongeren zijn ook gaan nadenken over Srebrenica en het imago van het leger. De krijgsmacht heeft een hoop negatieve publiciteit gehad en die jongens lezen dat.'

De vakbondsman hoorde laatst het verhaal van enkele bbt'ers bij de marine die flink teleurgesteld waren. In plaats van keihard bezig te zijn, afgebeuld te worden, waren ze gewoon om vier uur vrij. Elke dag hetzelfde.

Golsteijn: 'Kortom, dezelfde sleur die je in de burgermaatschappij ook hebt. Waarom zou je dan bij Defensie gaan? Het leger is ook geen lifetime-employment meer. Na een aantal jaren moet je gewoon weer weg.'

Deze verhalen staan in schrille tegenstelling tot de ervaringen van de militairen die zich voor lange tijd aan de krijgsmacht hebben gebonden: de beroeps onbepaalde tijd

(bot'ers). Want de inkrimpende krijgsmacht, die in 1989 nog 125 duizend soldaten telde, betekende voor hen juist een grote werkdruk. Er is flink gesneden in de organisatie, terwijl het werk bij nogal wat onderdelen toenam.

Niet zelden moeten eenheden die personeel tekort komen, soldaten van elders bij elkaar schrapen. In de gehele krijgsmacht wordt geklaagd. Bij de luchtmacht moeten piloten gewoon weer vliegen als ze net terug zijn van oefeningen in het Canadese Goose Bay. Mariniers die een half jaar in Bosnië hebben gezeten op Mount Igman, gaan na een maand rust op oefening naar Noorwegen.

Golsteijn: 'Zodra er een nieuwe brandhaard is, roepen de Pronken weer dat we er naartoe moeten. Of er komt meer personeel bij, óf je past de taken aan die de krijgsmacht in de Prioriteitennota kreeg.'

Bij de Koninklijke Marine zag commandant H. Hioolen (52) van de Mijnendienst in vijf jaar tijd 30 procent van zijn personeel vertrekken. Om zijn achttien schepen operationeel te houden, werd vooral gesneden 'op de wal'. Was vroeger nog een flink deel van de bemanning in het weekeinde op het schip, nu gaan de schepen op slot. Dat scheelt in de bewaking. In plaats van matrozen staan er korporaals aan de draaibank in Den Helder. En een schip inzetten, kost tegenwoordig even wat tijd.

Plaatsvervangend commandant P. Horstmeier (28) mist van de Hellevoetsluis momenteel zes van zijn 42 bemanningsleden. 'Het effect op een schip is meteen voelbaar. Ik mis nu onder anderen een bootsman, een sleutelfiguur. Dus ik kan in principe niet varen. Als je een duikmeester mist, zit je helemaal in de problemen want de marine heeft heel weinig duikmeesters. Die bootsman moet ik nu gaan zoeken op andere schepen. Zo krijg je wel een domino-effect.'

Kapitein ter zee Hioolen: 'Operationeel hebben we het allemaal in stand kunnen houden. Maar de rek is er wel uit. Het personeel moet nu op zijn tenen lopen. Er zijn mensen van ons ingezet voor de bestrijding van de varkenspest, maar die jongens en meisjes moeten wel uit een organisatie komen die al flink is afgeslankt. Is dat goed?'

De werkdruk bij de marine dreigt nog groter te worden vanwege het verloop onder vooral de jonge officieren. Het bedrijfsleven lokt met hoge salarissen en arbeid vlakbij huis. Elk jaar houdt de marine rekening met het vertrek van gemiddeld dertig mensen. 'Vorig jaar waren het er 49', aldus kapitein-luitenant ter zee S. Benistant, hoofd voorlichting van de marine. 'Komt nog bij dat we jaarlijks 1500 jongens en meisjes moeten werven. Geen enkel bedrijf moet dat.'

Bij de landmacht zijn het vooral de uitzendingen naar het buitenland die steeds meer een probleem vormen. Wordt een bbt'er slechts eenmaal in zijn contractperiode van tweeënhalf jaar uitgezonden, de bot'er moet een jaar na zijn uitzending van een half jaar opnieuw beschikbaar zijn voor vertrek naar het buitenland.

Vijf jaar onafgebroken presentie in het voormalige Joegoslavië heeft een sterke wissel getrokken op de landmacht, constateert generaal-majoor bd J. Bruurmijn, voorzitter van de Nederlandse Officieren Vereniging (NOV). 'Elk jaar moeten er tweeduizend militairen naar Bosnië. En volgend jaar, als het mandaat van SFOR afloopt, zijn we er echt nog niet weg. Daar geloof ik niks van. Terwijl we ook nog aan het reorganiseren zijn. We hebben in 1993 niet gezegd: we sluiten even het huis.'

Bij de genie zijn vooral de machinisten zwaar belast. Hoewel de genie de laatste tien jaar sterk is ingekrompen, is het werk sterk uitgebreid. Was ze jarenlang voorbestemd om bruggen te vernielen en mijnen te leggen in de Duitse laagvlakte, nu moet ze 'bouwen' voor de eenheden die naar het buitenland moeten. Genisten leggen de riolering aan en ze helpen mijnenvelden opruimen.

verste K. Gijsbers (39), commandant van 11 Pantsergeniebataljon, zag sinds 1991 vier van zijn mannen vijf keer worden uitgezonden voor vredesoperaties. Het zijn de extreemste gevallen. Gijsbers: 'De uitzenddruk is hoog. Tot nu toe hebben die jongens het vrijwillig gedaan, maar dit hoort helemaal niet. En toch doen ze het. Het tekent de mentaliteit van deze jongens en meisjes.'

Snoep, van de Algemene Federatie van Militair Personeel: 'Ik ken een medisch specialist die voor de derde keer in een jaar wordt uitgezonden. Vroeger speelden ze oorlog, nu maken ze echt al dat geweld mee. De krijgsmacht wordt overvraagd en de bevelhebber zegt geen nee. Het wordt tijd dat iemand nee durft te zeggen. Dan wordt het parlement wel wakker.'

De grote vraag is, zo valt onder het Defensie-personeel steeds meer te horen, of de ambities van de nieuwe krijgsmacht niet te groot zijn.

Bruurmijn: 'We hebben nu vijf jaar ervaring opgedaan en we kunnen gewoon niet op vier operaties tegelijk mikken. Tenzij ze van korte duur zijn. Je kan geen goeie, staande krijgsmacht bouwen als je steeds militairen moet lenen van elders. Op deze manier ontregel je de hele organisatie.'

Is Nederland nog wel in staat internationaal mee te draaien met de groten, zoals in Bosnië, terwijl ook nog een volwaardige marine en luchtmacht in stand moeten worden gehouden? Volgens marine-man Golsteijn is een verdere verkleining van de krijgsmacht onontkoombaar.

Golsteijn: 'Hebben we nog 13 patrouillevliegtuigen nodig? Of tweehonderd F16's? Als ze onze onderzeeërs niet vragen, moeten we ons dan niet afvragen of we ze nog nodig hebben? Een land als Nederland kan de krijgsmacht in zijn huidige vorm op lange termijn niet in stand houden. De honderd brandhaarden in de wereld zijn dé prioriteiten.'

Bruurmijn constateert een 'scheefgroei' in het voordeel van de marine. 'Als ik zie dat de landmacht met 45 procent teruggaat, dan zie ik dat niet bij de marine.'

Maar bij de marine vinden ze dat ze ook aardig wat hebben ingeleverd. Zes fregatten, van de 22, en twee onderzeeboten is toch niet niks? En eenderde van het vlootpersoneel. Benistant, de voorlichter van de marine: 'Dat is een gigantische operatie als je dat bij Philips moet doen. Dan noem je het operatie Centurion.'

'Het mijnengevaar zal er altijd zijn', zegt Hioolen van de Mijnendienst. 'Dus over het voortbestaan van mijn onderdeel maak ik mij niet druk. De andere taken van de marine, dat is een zaak voor de politiek. Als de politiek zegt dat we moeten meedraaien, dan draaien we mee.'

Meer over