Sóhó? No, Madrid!

Kon je er twee jaar geleden tussen de middag niets anders krijgen dan een typisch Spaans - goedkoop en lekker - driegangenmenu in een restaurant met tegels en tl, nu schieten overal fusion-restaurantjes, exotische sushi-tenten en luxebroodjeszaken uit de grond....

Hoewel je in het oude centrum om tien uur 's ochtends nog steeds wordt getrakteerd op de zware geur van olijfolie en gebraden vlees, verandert Madrid langzaamaan in een kosmopolitische wereldstad. Werden wijken als Chueca en Malasaña ten noorden van de Gran Vía in reisgidsen tot voor kort beschreven als plekken waar je je maar beter niet kon begeven, omdat het vervallen was of omdat het er stikte van de zwervers, nu waan je je er in New York. SoHo! Het stikt er van de kleine winkels en restaurants. En allemaal zien ze er nieuw uit, vormgegeven volgens de laatste designmode.

'Je moet het zo zien', zegt hotelmedewerker Miguel Lorenzo. 'Madrid is onder Aznar acht jaar lang ingedut geweest. En nu wordt de stad wakker. Vooral in cultureel opzicht gebeurt er veel. Musicals als Mamma Mia!, Phantom of the Opera, Cats waren voorheen niet te zien. Nu komen mensen uit alle hoeken van het land er speciaal voor naar Madrid.'

De gemeente smijt met miljarden om de stad op te knappen. Wat heet, de vernieuwingsdrang is alom voelbaar en aanwezig. Overal wordt gebouwd, gerenoveerd, geschilderd en getegeld. Nieuwe stoepen, nieuwe straten.

In het monumentale centrum, gebouwd in de zestiende eeuw, rond de Puerta del Sol, het Plaza Mayor of de winkelstraten van Huertas is nog niet eens zo veel veranderd; dat zag er al goed uit. Nu is het duidelijk de beurt aan de omringende volksbuurten.

Vooral in La Latina en Lavapiés, ten zuiden van Sol, struikel je op een gewone zaterdagochtend over de zakken bouwafval. Overal staan containers. Om de zoveel meter moet je onder een steiger doorlopen. Opvallend is dat de meeste huizen in oude stijl worden gerenoveerd. Hoogstens komt er af en toe een fris kleurtje aan te pas.

Moderne architectuur vind je in deze oude wijk ook. Op nog geen halve kilometer van elkaar wordt én de laatste hand gelegd aan het nieuwe Teatro Olimpia op het Plaza Lavapiés van het veelbelovende Spaanse architectenduo Pedrosa & Paredes, én hard doorgebouwd aan de spectaculaire vleugel van het museum voor moderne kunst Reina Sofía. Als een gigantische auto doemt het ontwerp van de Franse architect Jean Nouvel van rood metallic op tussen de huizen.

Madrid stikt zowat in de grootschalige operaties. Rond het Prado staan de komende paar jaar bouwhekken. De Madrileense architect Rafael Moneo ontwierp een nieuwbouw die het museum met het erachter gelegen Monasterio verbindt. En de belangrijkste verkeersader Paseo del Prado-Recoletos krijgt een opknapbeurt door architect Álvaro Siza.

En dan hebben we het nog niet eens over de projecten die de tekentafel nog niet hebben verlaten. Aan de noordkant van de stad wordt gewerkt aan de ontwikkeling van hele nieuwe woonwijken. En als Madrid het voor elkaar krijgt om de Spelen binnen te halen, zal in die buurt een gigantisch sportpark verrijzen.

Grootste prestigeobject is voorlopig nog even de nieuwe terminal van luchthaven Barajas van architect Richard Rogers (onder meer Centre Pompidou). Met een grote terminal met een lengte van maar liefst 1,1 kilometer, een groot transfergebouw, in totaal 84 nieuwe gates en negenduizend extra parkeerplaatsen, moet Madrid dé uitvalsbasis van en naar Zuid-Amerika worden. Niets is te dol: inmiddels zijn de beraamde kosten opgelopen van 1,7 miljard euro tot 2,4 miljard euro.

Gek genoeg is er bij het landen vanuit het vliegtuigraampje niets van te zien zijn. Kan kloppen, verklaart een medewerkster van de informatiebalie later. 'De nieuwe terminal ligt op drie kilometer afstand hiervandaan.'

Pas in augustus zal het vliegveld gebruiksgereed zijn. Dat weerhield de vorige premier José María Aznar er niet van zijn vliegveldterminal vlak voor de verkiezingen van maart toch officiëel te openen. Met architectuur kun je scoren.

Meer over