Sociëteit de Sport

Je kunt zeggen van de profsport wat je wilt, maar niet dat er bekrompen wordt gedacht. Het kan soms een behoorlijk conservatief wereldje zijn, maar tegelijkertijd hangen ze er niet erg aan conventies en dogma's, denken ze aangenaam pragmatisch en liberaal en hebben ze er – de allergrootste verworvenheid –...

Liverpool won woensdag de Champions League met een selectie van twee Tsjechen, een Fin, een Noor, vier Spanjaarden, drie Engelsen, een Pool, een Nieuw-Zeelander, een Kroaat, een Ier, een Franse Malinees, een Fransman en een Duitser. Toch is Liverpool FC van Liverpool, zoals het Franse team Arsenal van Londen is en de Rabobank-wielerploeg (tien nationaliteiten) van Nederland.

Bij Feyenoord mopperen ze op buitenlanders, maar dat komt omdat het miskopen betreft. Over Kalou hoor je niemand en Dirk Kuijt was ook populair geweest wanneer hij in IJsland was geboren en Leipe Leipsson had geheten. Nog altijd huilen ze in Rotterdam om Jozsef Kiprich, de fijne Hongaar die al binnen twee dagen zulk voortreffelijk Nederlands sprak: 'Dikke tieten', 'Hiele grote bek' en 'Lokhoff dikke drol'.

Als het op Europees denken aankomt, lopen ze in de sport voorop. De Ronde van Frankrijk begon in 1953 al in Amsterdam.

In NRC Handelsblad liet de schaatser Bart Veldkamp afgelopen zaterdag weten dat hij vóór de Europese Grondwet zou stemmen. Zou, want Veldkamp is Belg en mag dus niet meedoen. Maar anders had hij dus 'ja' gestemd, 'omdat het belang van een sterk en samenhangend Europa groter is dan een aantal kleinere zaken waar men over valt en die men denkt te kunnen tegengaan als men 'nee' stemt.' Zeer verstandige taal.

In de Volkskrant verklaarde wielrenner Thorwald Veneberg zaterdag dat hij 'ja' zou stemmen – als hij tenminste tijdig de benodigde formulieren had ingevuld. Woont in België, Thorwald. Even niet opgelet. Als het woensdag op één stem misgaat, weten we wiens schuld dat is.

Wie niet stekeblind is, weet dat nationalisme in de sport uitsluitend in dienst staat van de commercie. Voor de rest is het flauwekul. De sporter beleidt zijn Hup-Holland-Hup-gevoel slechts voor de Bühne. Ik heb daarachter nog nooit een atleet serieus horen beweren dat hij zijn medaille had gewonnen voor koningin en vaderland. Interesseert ze geen moer, en terecht. Alleen in akelige dictaturen dragen uitslovers hun trofee op aan de Grote Leider.

Maar in (semi-)intellectuele kring is het oud-vaderlands sentiment ondertussen helemaal terug. Jan Mulder, in wie ik toch in de eerste plaats altijd een Groninger heb gezien, in de tweede plaats een Winschoter, in de derde een Europeaan, in de vierde een cosmopoliete voetbalspits, in de vijfde een Bussumer, in de zesde een Brusselaar, in de zevende een soort Noor en pas in de laatste plaats een Nederlander, staat opeens pal voor la patrie en steekt op tv avond aan avond, als een moderne Hansje Brinker, zijn duim in de dijk om het Hollandse moeras te behoeden voor de aanzwellende Europese stromen. Ik begrijp daar niks van.

Zaterdag reden ze in de Giro over de ongeplaveide Colle delle Finestre. Lang geleden dat ik zoiets moois heb gezien. Voorop reden een Duitser en een Moldaviër, daarachter een Venezolaan en twee Italianen. Die drie probeerden gezamenlijk een andere Italiaan uit de leiderstrui te rijden. Maar die riep op zijn beurt de hulp in van een Colombiaan, een Belg, een Oekraïner, een Slowaak en een Spanjaard om dat te verhinderen. Dat lukte. Magistraal staaltje van internationale samenwerking, prachtige sport. Dat renners uit Nederland niet prominent aanwezig waren, deed daar weinig aan af. Het was leuk geweest, maar het kon heel goed zonder.

Nee? Veldkamp: 'Het is de angst voor het vreemde van de buurman, het vreemde van de volgende straat, het enge van de andere stad, het onbekende van een andere provincie.' Het is de Ster van Zwolle prefereren boven Milaan-San Remo. Sparta -Helmond Sport boven Liverpool -AC Milan. Het is kleinzielig, benepen provincialisme.

Ja.

Meer over