Sociale spionnetjes in onthechte wijken

Sociale controle als bindmiddel in wijken is weggevallen. Maar is het verwonderlijk? 'De laatste anderhalf jaar heb ik vier keer nieuwe buren gekregen....

FRANK POORTHUIS

IN DE Van Hoevellstraat, een bescheiden straatje in de Enschedese arbeidersbuurt Twekkelerveld, geldt een alcoholverbod. Het is niet door de politie of welzijnswerkers afgeroepen, maar door de bewoners zelf. 'We willen het hier netjes houden', zegt mevrouw M. Blauw, een van de jonge ouders die er wonen. 'Wat de mensen binnen doen moeten ze zelf weten, maar op straat spelen onze kinderen en die moeten geen slechte voorbeelden krijgen.' Afgelopen zomer hield een nieuwkomer zich niet aan het verbod. Nog diezelfde avond kreeg hij enkele potige buurtbewoners aan de deur. 'Dat doen wij hier dus niet', was de eenvoudige maar dringende boodschap.

Dergelijke staaltjes sociale controle zijn in Nederland zeldzaam geworden. Er wordt genoeg geklaagd over luidruchtige buren, rondhangende jongeren en junks, zwerfvuil, aanrandingen en berovingen, maar bijna niemand voelt zich meer geroepen zelf de orde te handhaven in de openbare ruimte. 'In de jaren zestig braken we in Nederland definitief met de doorgeschoten sociale controle', zegt de Nijmeegse cultuur-psycholoog Paul Voestermans. 'Dat was terecht, want die had verstikkende vormen aangenomen. Maar het blijkt nu dat onze samenleving vreselijk veel moeite heeft om een minimaal noodzakelijk controle-element terug te brengen.'

Het spionnetje is verdwenen, de gordijnen in Nederland zijn stijf gesloten, in de avonduren wordt niet meer opengedaan. Nederlanders hebben zich ingegraven in hun huizen. Wat op straat gebeurt, is hun pakkie-an niet. Er heerst een 'interventietaboe', zoals de socioloog Herman Vuijsje onlangs in NRC Handelsblad constateerde. Dat vindt zijn oorsprong in de prediking van het recht op privacy en zelfbeschikking in de jaren zestig en zeventig, is bevestigd en stevig verankerd in de jaren tachtig. Vuijsje: 'Wij worden met onrecht overspoeld, Het is onbegonnen werk je met al die problemen te gaan bemoeien. Bovendien kan het gevaarlijk zijn. (. . .) Het is niet alleen verstandig maar per definitie 'beter' je neus niet in andermans zaken te steken'.

Her en der worden pogingen ondernomen tot een restauratie van de sociale controle. Soms door particulier initiatief, zoals in dat straatje in Enschede. Of in het Brabantse Uden, waar benzinepomphouders een 'snelbelronde' onder collega's opzetten om notoire doorrijders aan te pakken en winkeliers de aanwezigheid van 'rare snoeshanen' telefonisch aan elkaar doorgeven. Maar vaker is het de overheid die probeert het spionnetje opnieuw aan onze huizen te bevestigen. Georganiseerde sociale controle, het lijkt een contradictio in terminis, maar het gebeurt.

De Vlinderbuurt in Eindhoven, afgelopen zondag. Zes portiekflats met verpauperingsverschijnselen. In de bosjes heeft een bewoner in tien vuilniszakken de stenen gedumpt die hij overhield van een verbouwing. In de al jaren leegstaande supermarkt is een buurtfeest georganiseerd om juist dat soort gedrag tegen te gaan en te herstellen wat hier verdwenen is: coherentie. De buurtbewoners blijken elkaar nauwelijks te kennen. 'Is het gek', zegt een flatbewoner. 'De laatste anderhalf jaar heb ik vier keer nieuwe buren gekregen. Je ziet ze als ze erin trekken en dan pas vier maanden later weer als ze weer vertrekken.'

Was het vroeger beter? Piet, de melkboer die de wijk al twintig jaar bedient, vindt van wel. 'Toen hadden buren een sleutel van elkaars huis.' Onlangs nog heeft hij een bewoner voor dood achter het raam aangetroffen. Hartaanval. Daar had in dagen niemand naar omgekeken.

De eerste aanzetten tot verandering in de Vlinderbuurt zijn al gegeven. Er is een huurdersvereniging opgericht; in de flats zijn coördinatoren aangesteld, die bewoners gaan aanspreken op afwijkend gedrag, zoals het buiten zetten van vuilnis op dagen dat het niet mag. De politie belooft weer wijkagenten per fiets hun ronde te laten doen en de woningbouwvereniging gaat binnenkort renoveren.

'Buurtpreventie' is het toverwoord waarmee woningbouwverenigingen en gemeenten dit soort projecten aanzwengelen. Aangekondigd op bordjes aan de straat, die vooral een afschrikkende werking op inbrekers en vandalen moeten hebben. De Vlinderbuurt is niet de eerste plek waar de buurtbewoners proberen weer bezit van hun straat te nemen. De jaarlijkse 'opzoomer-schoonmaak-acties' in de verpauperde wijken van Rotterdam passen in hetzelfde patroon.

De Nationale Woningraad (NWR) brengt binnenkort een rapport uit over een aantal buurtpreventie-projecten dat al in 1992 samen met de directie Criminaliteitspreventie van het ministerie van justitie is opgezet. Terugdringen van de kleine criminaliteit en vervuiling in de wijken was het doel. Herintroduceren van sociale controle het middel. In vijf probleemwijken werden onder wijkbewoners toezichthouders gerecruteerd: die moesten andere bewoners die hun boekje te buiten gaan op dat gedrag aanspreken.

Wie durft zoiets tegenwoordig nog? 'Ik wel', zegt de 56-jarige R. Seghers uit Ede. Hij was toezichthouder in de wijk Vanenburg in Ede, 126 portiekwoningen groot. Het is een van de projecten waar de NWR in haar rapport mee wegloopt. Twee jaar geleden struikelde je er bij wijze van spreken over het vuilnis en de heroïnespuiten. 's Avonds durfde niemand de straat op, geen Edenaar wilde er wonen. De wijk is nu schoon, er is zelfs een wachtlijst voor nieuwe huurders.

Wie poolshoogte neemt in Ede, kan er niet om heen dat de grote succesfactor ijzervreter Seghers is, een uit Indonesië afkomstige oud-beroepsmilitair die alle Nederlanders 'doetjes' vindt. 'Niemand noemt mij een klootzak', klinkt het vastberaden uit zijn mond. Zijn motto: 'Als je je eer verliest, verlies je alles.'

Seghers heeft in de Sinai en Indochina namens de VN de vrede bewaard en doet dat nu met straffe hand in zijn wijk, waar behalve enkele blanke slapjanussen vooral Marokkanen en Turken wonen. 'Buurman', noemen ze hem steevast. Hij heeft aan vergaderingen een broertje dood. 'Al dat softe gedoe.' Gewoon de schouders eronder, is het parool. Onder zijn leiding werd de wijk opgeruimd en is door de buurtbewoners eigenhandig een speeltuin gebouwd. Buurman zelf sluit om zeven uur 's avonds de poort daarvan. Vervelende jongeren die niet willen luisteren? 'Die ram ik eruit, meneer. Alleen dat maakt indruk op ze.'

Maar nu gaat 'buurman' verhuizen en de buurt rouwt. 'Ik heb ze gezegd: als jullie de boel laten verslonzen is het je eigen schuld', zegt Seghers. 'Maar al drie gezinnen hebben elders een huis gekocht. Dat wordt niks.'

De NWR erkent de 'dominante rol' van Seghers, maar verwacht dat het in Ede toch goed blijft lopen. Ze constateert dat de criminaliteit in de wijk gedaald is, ondanks een verminderde politie-inzet. 'Een sterke sociale controle kan dus een zeer effectief instrument zijn', aldus de NWR. Het doel van alle projecten is dat toezichthouders zichzelf uiteindelijk overbodig maken. Dat 'elke bewoner toezichthouder wordt'.

Vorige week haalde de gemeente Rotterdam de voorpagina's met het voornemen alle jongeren onder de 24 te gaan 'monitoren'. Op vier momenten in diens leven wordt onderzocht of de ontwikkeling van de jongere in kwestie bevredigend verloopt. Het plan vindt zijn oorsprong in het gebrek aan sociale controle, geeft G. Spierings, projectleider Preventief Jeugdbeleid van de gemeente aan. Er is bijna niemand meer die jongeren corrigeert. 'Vroeger was er meer supervisie op gedrag. Maar ja, de mensen passen tegenwoordig wel op. Voor je het weet heb je een mes tussen je ribben.' Terwijl corrigerend gedrag voor de ontwikkeling van kinderen juist zo belangrijk is. 'Als niemand je zegt waar de grens is, hoe moet je dat dan weten?' De herinvoering van schoolpleinconcierges, straatagenten en het nadrukkelijk betrekken van jeugdorganisaties bij de opvoeding moeten tegenwicht bieden voor het gevoelde verlies aan sociale controle. 'Ja, je moet het organiseren, mensen durven het niet zomaar.'

Maar bijna meer nog dan in het opvoeden van de kinderen, ziet Rotterdam een taak weggelegd in de heropvoeding van de ouders. 'Opvoedingsgymnastiek' voor jonge ouders noemt Spierings dat.

'Dat is hard nodig', bevestigt de Amsterdamse onderwijzer J. de Custer. Vorige week lanceerde staatssecretaris Netelenbos een plan voor de opvang van verwaarloosde schoolkinderen, geënt op onthutsende ervaringen met leerlingen van diens school in Zuidoost. Hun ouders bekommeren zich niet om hen en over opvang in de buurt hoef je je geen illusies te maken. Sociale controle? De Custer: 'We praten hier over mensen op drift in een buurt die geen buurt is. Dit is geen gemeenschap, er is geen gedeeld besef van verantwoordelijkheid.'

De cultuur-psycholoog Voestermans hanteert een aantal sociotechnieken: verantwoordelijkheidsgevoel, beleefdheid, respect voor de ander, consistent gedrag. We mogen ook van omgangsvormen spreken. Het wordt inderdaad tijd dat de samenleving daar weer eens aan gaat werken. Voestermans: 'Omgangsvormen, die worden toch nergens meer getraind. In het gezin worden ze niet meer als vanzelf bijgebracht, op straat en op school niet bevestigd.'

Meer over