Sociaal-democraten staan in heel Europa aan de afgrond

Twintig jaar na hun gloriejaren kijken de sociaal-democraten overal in Europa naar de brokstukken. En niemand heeft nog een oplossing.

Fokke Obbema
Lodewijk Asscher en Diederik Samsom wachten in de coulissen tot ze op moeten voor het lijsttrekkersdebat in Tilburg, vorige maand. Beeld Marcel van den Bergh/de Volkskrant
Lodewijk Asscher en Diederik Samsom wachten in de coulissen tot ze op moeten voor het lijsttrekkersdebat in Tilburg, vorige maand.Beeld Marcel van den Bergh/de Volkskrant

Met een verlies van ten minste tweederde van de zetels in de peilingen staat de PvdA er beroerd voor. Dat past in het grotere beeld - in heel Europa worstelt de sociaal-democratie. Altijd betreft de worsteling de koers in tijden van rechts- en links-populisme, vaak ook de vraag wie de leider moet zijn.

Neem de drie grootste Europese landen. Na zes jaar zonder regeringsmacht is het Britse Labour onder Jeremy Corbyn diep verdeeld en dreigt zelfs een scheuring. Was de partij voorheen een broedplaats voor nieuwe ideeën, nu is Labour in zichzelf gekeerd en geen bron van inspiratie meer.

De regerende Franse socialisten staan er ogenschijnlijk beter voor, maar hun voorman, François Hollande, heeft na een mislukt presidentschap de handdoek in de ring gegooid. Alom wordt rekening gehouden met een grote nederlaag van de PS bij de komende presidents- en parlementsverkiezingen.

In Duitsland houdt de SPD het enigszins droog, met in de peilingen een verlies van 4 procent tot 21 procent. Verder in Europa bieden de sociaal-democraten in Spanje, Italië en Griekenland een verzwakte of zelfs troosteloze aanblik.

De Europa-brede crisis van de sociaaldemocraten kent gemeenschappelijke noemers. De gloriejaren waren de jaren negentig, toen premiers als Blair, Schröder, Jospin en Kok de Europese arena domineerden. Na het afschudden van de 'ideologische veren' leek de sociaal-democratie met succes een 'Derde Weg' te hebben gevonden.

Het omarmen van de vrije markt, waarvan alleen de uitwassen hoefden te worden bestreden, vormde een belangrijk bestanddeel. Consensus bestond er ook over de afslanking van de verzorgingsstaat om de betaalbaarheid ervan te garanderen.

Het geloof in de EU als bestuurslaag was ongebroken. En naar geklaag over de multiculturele samenleving werd niet geluisterd. De partijen kozen, in de woorden van PvdA-denker René Cuperus, voor 'een liberale houding op economisch en cultureel vlak'. Intern zagen zij ambtenaren de plaats van arbeiders innemen. Hun moderne partijleiders vonden de vakbeweging eerder een noodzakelijk kwaad dan een onontbeerlijke steunpilaar.

Twintig jaar later kijken de opvolgers van Blair & co tegen de brokstukken aan. Het verlies van het contact met de oude achterban is mogelijk een fatale misrekening geweest. In Nederland, waar FNV-vakbondsleden vroeger PvdA stemden, zijn zij nu gelijkmatig verdeeld over SP, PVV en PvdA. Dat de Duitse SPD nog een op de vijf kiezers trekt, komt door de goed onderhouden relaties met de vakbeweging. Partijleider Gabriel is van eenvoudige komaf en daarmee voor werknemers herkenbaar.

De breuk met de oude achterban verklaart ook waarom sociaal-democraten de keerzijden van de mondialisering slecht hebben onderkend. De onvrede over stagnerende koopkracht en toegenomen ongelijkheid zijn laat op de radar gekomen - wrang voor partijen met als fundament de bestrijding van inkomensverschillen.

De economisch liberale strategie bracht sociaal-democraten met regeringsverantwoordelijkheid (in Duitsland en Nederland) er bovendien toe te tekenen voor pijnlijke hervormingen en bezuinigingen. Gevolg: hun eigen koers werd onhelder en de aanhang kromp. Ze sloten ook 'grote coalities' met politieke vijanden, zoals in Duitsland, Nederland en Oostenrijk, waardoor de eigen kleur nog verder verbleekte.

Niet fijn voor de geloofwaardigheid was dat oude leiders (Blair, Kok, Schröder) voor het grote geld van commissariaten kozen. Zo werden deze middenpartijen kwetsbaar voor aanvallen van de flanken, van zowel populistisch links als rechts.

Resteert de vraag: hoe nu verder? In Europa kiezen Noorse, Britse en Zwitserse sociaal-democraten voor een terugkeer naar 'oud links', compleet met antikapitalistische retoriek. Dat lijkt een logische stap om de oude achterban te verleiden, maar is riskant: veel van deze kiezers zijn al lang weg. Bovendien kan de nieuwe achterban van hogeropgeleide kiezers door te veel simplisme op hun beurt afstand gaan nemen.

Een andere optie is de 'PVV-light'-variant met een minder vriendelijke houding tegenover migranten - de nog altijd regerende Oostenrijkse SPÖ is het voorbeeld. Toch dreigt ook die partij de macht te verliezen aan het rechtse populisme - kiezers vertrouwen het origineel nu eenmaal meer dan de kopie. Andere variant: doorgaan op de 'Derde Weg', met wat koerscorrecties. De Duitse SPD is daarvan een voorbeeld, zij het niet erg inspirerend.

Kortom: een voor de hand liggende 'Vierde Weg' bieden de Europese kameraden de toekomstige PvdA-leider niet.

Duitsland: SPD - Sigmar Gabriel

Laatste verkiezingen (2013): 25,7 procent Laatste peiling: 21 procent

Als de kleinere partij in een coalitie met het CDU heeft de SPD moeite voor het voetlicht te komen - het zal PvdA-politici niet onbekend voorkomen. Bovendien wordt het CDU geleid door Angela Merkel, de 'machtigste vrouw van Europa' naar wie het gehele volk luistert. Spreekt haar vicepremier Sigmar Gabriel, dan is dat veel minder het geval. Die SPD-leider hoopt volgende maand als lijsttrekker voor 2017 uit de bus te komen. In de peilingen staat de partij onder druk. Reden voor enkele prominenten om aan de stoelpoten van Gabriel te zagen en die onrust doet de partij geen goed.

Sigmar Gabriel. Beeld AFP
Sigmar Gabriel.Beeld AFP

Frankrijk: PS - Manuel Valls (mogelijk)

Laatste verkiezingen (2012, eerste ronde parlement): 29,4 procent Laatste peiling: 13 procent (Valls, eerste ronde presidentsverkiezingen 2017)

Alle energie van de Franse socialisten gaat zitten in een broederstrijd - eind januari bepaalt de PS-aanhang wie de partijkleuren mag verdedigen bij de presidentsverkiezingen van april. Wint de oud-linkse ideoloog, oud-minister Arnaud Montebourg of wordt het de realpolitiker Manuel Valls? De laatste heeft de betere papieren, maar draagt ook de last van drie jaar premierschap onder Hollande. Wint Valls, dan moet hij kiezers van de prestaties van zijn regering overtuigen. Dat is een kansloze missie. Wordt hij geen president, dan volgt er voor de PS vrijwel zeker een afstraffing bij de parlementsverkiezingen enkele maanden later.

Manuel Valls. Beeld Getty Images
Manuel Valls.Beeld Getty Images

Groot-Brittannië: Labour - Jeremy Corbyn

Laatste verkiezing (2015): 30 procent stemmen Laatste peiling: 28 procent

Met 28 procent in de peilingen lijkt Labour er redelijk voor te staan, maar in een politiek stelsel met eigenlijk maar twee grote partijen is het een magere score - de Conservatieven scoren 42 procent. In de ogen van Jeremy Corbyn betaalt Labour in de peilingen nog altijd de prijs voor de rechtse koers die zijn partij in de jaren negentig onder Tony Blair is ingeslagen. Die laatste zou met aanhangers op een coup tegen Corbyn uit zijn of op de oprichting van een andere partij. Zeker is dat een groot deel van de Labour-fractie in het Lagerhuis tegen Corbyn is.

Jeremy Corbyn. Beeld Reuters
Jeremy Corbyn.Beeld Reuters

Spanje: PSOE - Javier Hernandez (A.I.)

Laatste verkiezing (2016): 22,6 procent
Laatste peiling: 20 procent

Keren de tijden van Felipe González en Jose Luis Zapatero ooit nog terug? Die vraag houdt de harde kern van de PSOE-aanhang bezig, nu de partij zonder leider zit en de aanhang in de peilingen onder de 20 procent is gedaald. Tien jaar geleden kwam Zapatero nog tot 43 procent, González haalde in de jaren tachtig 44 procent. Toen kleefde de PSOE nog niet aan dat het pluche ook corruptie met zich meebracht. Bovendien bestond er nog geen links-populistische beweging als Podemos. Die werd bij de laatste verkiezingen ongeveer even groot. Op die linkervleugel ligt het politieke momentum, niet bij de 'oude' PSOE.

Javier Hernandez. Beeld
Javier Hernandez.Beeld
Meer over