Sober en poëtisch

In haar woonplaats Neuchâtel (Zwitsterland) is vorige week de Hongaarse schrijfster Agota Kristof op 75-jarige leeftijd overleden. Kristof schreef in het Frans, ze werd in 1986 in één klap beroemd met haar debuutroman Le grand cahier, in het Nederlands vertaald als Het dikke schrift.

In dat 'schrift', pijnlijk, sober, poëtisch en wreed tegelijk, vertelt een ongeveer 11-jarige jongenstweeling over het leven in de Tweede Wereldoorlog. Ze willen dat leven registreren op de zakelijkst mogelijke wijze, zonder abstracte begrippen die ze niet kunnen definiëren. De kinderen doen oefeningen om zichzelf te harden, en hoewel ze aardig kunnen zijn, blijken ze ook te kunnen moorden. Met de twee vervolgdelen, Het bewijs (1988) en De derde leugen (1991), schreef Kristof een indrukwekkende trilogie over de oorlog en de communistische dictatuur.

Die was ze zelf, met haar toenmalige man en hun baby, ontvlucht in 1956, tijdens de Hongaarse opstand. Pas in Zwitersland leerde ze Frans, en koos ervoor in die taal te schrijven.

Kristof werd voor haar werk veelvuldig bekroond.

undefined

Meer over