Snorrende wielen, zondige liefde

Alwéér twee theatervoorstellingen over de wielrenner Fausto Coppi. Waarom spreekt de Italiaan zo tot de verbeelding? Hij was een groot coureur, en een man van de wereld....

Bewonderd gedurende zijn leven, verafgood na zijn dood en vandaag is Fausto Coppi te vinden in een Utrechtse loods, de repetitieruimte van Growing Up in Public. Op zijn schouders is voorzichtig een knielange regenjas neergedaald. In de hoek staat een racefiets. Aan de kapstok hangt een roze trui, nee, dé roze trui.

Voor de derde keer brengt theatergroep Growing Up in Public leven en lijden van de campionissimo op de planken. De start van de Ronde van Italië over ruim twee weken in Groningen is de vanzelfsprekende aanleiding. Vijf keer eindigde Fausto Coppi de Giro d'Italia in de roze trui, twee keer won hij de Tour de France en drie keer werd Coppi wereldkampioen. De première is op Koninginnedag.

Drie dagen eerder begint Theater te Water, ook in Groningen, met een heruitvoering van Zadelpijn. Ook daarin zal Fausto Coppi ('Mysterieus als de Mona Lisa, snel als een bliksemschicht') tot de verbeelding spreken.

Wat is het toch met die Coppi? Begin dit jaar zong het Nederlands Zangtheater al zijn lof in de Coppi Cantate. Er is een Kinderboekenweekgeschenk aan hem gewijd (Fausto Koppie), volwassenen komen zijn naam bij herhaling tegen in proza en poëzie, en het is nog geen tien jaar geleden dat de laatste klanken van de opera Fausto wegstierven.

Hoe campionissimo moet de Italiaanse wielrenner Fausto Coppi wel niet zijn geweest dat hij tot op heden zo'n inspiratiebron is? Het antwoord op die vraag is het mooist geformuleerd door Jan de Vries, ooit wielerverslaggever van de Volkskrant. 'Respectabele burgeressen van Aosta kusten gisteravond het plaveisel van Strada Nazionale, waarop de campionissimo met snorrende wielen zijn triomfantelijke solorit voltooid had.' Dat was in 1949 toen de kampioen der kampioenen op zijn hoogtepunt was.

Paul Feld, regisseur en toneelauteur bij Growing Up in Public, zegt in antwoord op die vraag: 'Omdat hij de grootste wielrenner aller tijden is geweest.' Harry de Wit, componist van Fausto: 'Omdat zijn leven één groot drama is geweest.' De Groningse historicus Romke Visser: 'Omdat hij behoort tot de iconen van het moderne Italië.' En Maaike Meijer, verbonden aan de vakgroep Italiaans van de Groningse universiteit: 'Begin in Italië over Coppi, dan kun je er gerust een glaasje wijn bij bestellen.'

De vraag of Fausto Coppi feitelijk de allergrootste wielrenner is geweest, wil Paul Feld best ter discussie stellen, maar Coppi is zonder twijfel de interessantste renner van zijn tijd geweest. 'Hij was een nonconformist, een man die de strijd aan ging met de grootste krachten. Hij durfde de Paus te trotseren en hij durfde de strenge moraal van die tijd aan zijn laars te lappen. Denk alleen maar aan zijn buitenechtelijke verhouding met La Dama Bianca, Giulia Locatelli.'

De liefde tussen Fausto en Giulia behoort tot de grote tragische romances van de twintigste eeuw. Bij hun eerste ontmoeting, op 8 november 1947, waren ze allebei nog keurig getrouwd. Giulia was de echtgenote van Enrico Locatelli, een arts die al zijn vrije tijd aan wielrennen, in het bijzonder Fausto Coppi, besteedde.

Giulia gaf niets om wielrennen, maar wel om Fausto en dat was al snel wederzijds. Na de wielerkoers wachtte ze hem op, voor de herkenbaarheid in het wit gekleed. Martin Ros omschrijft haar in zijn Coppi-biografieën als 'de ster uit een realistisch-existentiële film van Vittorio de Sica'. De verhouding met Fausto Coppi bood een mogelijkheid om uit haar benauwde wereld te ontsnappen.

Wielrennen was, zeker toen nog, een rauwe plattelandssport, maar Coppi was een man van de wereld. Ging gekleed in dure kostuums en bezocht nachtclubs. Fausto en Giulia leefden tot op het laatst in zonde, dat wil zeggen: tot zijn dood in 1960. Coppi overleed al op 40-jarige leeftijd, officeel aan de gevolgen van malaria na een tournee met andere wielersterren door Afrika. Maar die diagnose wordt sinds een paar maanden betwist. Volgens een Italiaanse arts zou Coppi in Afrika zijn vergiftigd.

Om de wielersport te accentueren, spiegelt Paul Feld de loopbaan van Coppi aan die van Gino Bartali, de twee grote tegenstrevers uit de Italiaanse wielerhistorie. Zijn derde theaterversie van het leven van Fausto Coppi heet dan ook Coppi & Bartali.

Hun tweestrijd staat het fraaist beschreven in De Ronde van Italië, een literair verslag van Dino Buzzati over de beroemde editie van 1949, en een inspiratiebron voor velen. Puttend uit Homerus' Ilias verandert Buzzati de 32ste Giro in de strijd tussen de oude Hector en de jonge Achilles.

De sportieve rivaliteit is drie jaar eerder begonnen. Fausto Coppi, die op zijn goede dagen eenvoudig een paar kilometer harder reed dan de rest, wint de klassieker Milaan - San Remo na een solo van 147 kilometer en met een voorsprong van vijftien minuten op de Fransman Tessiere. Bartali arriveert nog eens tien minuten later als derde. Bartali is sprakeloos als hij de uitslag hoort. Zijn heerschappij wankelt.

Gino Bartali is een man van het volk en een trouw dienaar van het katholicisme. Niet voor niets werd hij De Monnik genoemd. Zijn populariteit in Italië is zo groot dat premier De Gasperi in 1948 een persoonlijk beroep op hem doet tijdens de Tour de France. Een communistische revolutie dreigt en alleen een zege kan de gemoederen bedaren. Bartali maakt zijn achterstand van 22 minuten op gele-truidrager Bobet goed, wint aldus de Tour en redt de democratie in zijn vaderland.

In de zwartwitversie van de geschiedenis behoort Fausto Coppi tot de tegenpartij. Hij is de rebel, een man die God noch gebod kent. Coppi spreekt openlijk zijn steun aan de communistische partij uit en weigert door de knieën te gaan bij een bezoek aan Lourdes.

Zijn succes dankt hij voor een groot deel aan de blinde masseur Cavanna, op wiens advies hij leeft als een asceet. Coppi experimenteert met trainingstechnieken en voedingprogramma's in een tijd dat sportbeoefening nog was gebaseerd op stevige biefstukken en hard werken.

In het naoorlogse Italië is wielrennen verreweg de populairste sport en het land heeft zich verdeeld in Coppianen en Bartalianen, een tweestrijd die overigens nog altijd met vuur gevoerd mag worden. Martin Ros was in zijn roomse jeugd een uitgesproken Bartaliaan, bekende zich in zijn opstandige jaren tot Coppi, maar is nu weer teruggekeerd in de moederschoot van het Bartalisme.

Ros weet al zeker dat hij de beide voorstellingen in Groningen aan zich voorbij zal laten gaan. 'Hollandse huilhoofden die Italianen gaan nadoen. Ze hebben werkelijk geen idee.'

Meer over