Snelle passen op tiktak-metronomen

Krampachtig waren dansgezelschappen voor de jeugd de afgelopen jaren op zoek naar iets wat het midden hield tussen educatie en amusement....

ISABELLA LANZ

VOOR Arthur Rosenfeld, de 'dansende Woody Allen', bleek het maar een kleine stap van zijn 'danstheater voor volwassenen' naar dat voor kinderen. Hoe hij begon leek wel een grap: 'n Beschadigd Sprookje was aanvankelijk niet eens voor de jeugd bedoeld, maar bleek als zodanig, bij toeval, een schot in de roos. Sindsdien maakt Rosenfeld, naast de duetten met danseres Aná Teixidó, ook jeugddans. Hij ontvangt daartoe een meerjarige subsidie, en wil dit 'dubbelspoor' komend kunstenplan gecontinueerd zien.

Rosenfeld is absoluut niet geïnteresseerd in educatie. Die onbelemmerde aanpak pleit voor hem, getuige de prikkelende voorstellingen van zijn dansgezelschap De Meekers. De schoolprojecten laat hij wijselijk over aan een medewerkster, Ingrid Dalmeijer, die daarin bedreven is. De sleutel voor zijn onverwachte succes schuilt wellicht in het feit dat hij altijd het kind in zichzelf is blijven ervaren. Dat voelen kinderen feilloos aan, want zijn Kop eraf won in 1997 de Puckprijs voor jeugddans, dankzij een kinderjury.

Zijn nieuwste stuk Opblaashelden lijkt nadrukkelijker voor kinderen gemaakt. De voorstelling gaat over het verlangen een held te zijn, over het overwinnen van angst en eenzaamheid, over kwetsbaarheid en andere herkenbare gevoelens. Vertederende acts waarin Pina Bausch - Rosenfelds leermeester van weleer - een mondje meespreekt, scènes die de hilariteit opwekken, op een aanstekelijke manier die ook voor de ouders leuk is. Rosenfelds jeugddans is anekdotisch zonder rechtlijnig te zijn en zit boordevol humor met tragische kantjes.

Zijn tegenpool is Kim van der Boon. De artistiek leidster van Danstheater Arena houdt juist sterk vast aan het modernistische jaren-zeventigcredo. Nadat haar werk voor volwassenen bij de Noord Nederlandse Dansgroep en Arena te weinig weerklank had gevonden, verlegde ze haar werkterrein naar dans voor de jeugd. In 1997 gaf toenmalig staatssecretaris Nuis de dansgroep, die beschikt over een eigen studio - tegen het advies van de Raad voor Cultuur in - voor vier jaar subsidie.

Van der Boons choreografie Traagzaam Vlug markeert het vijftienjarige bestaan van Danstheater Arena. Zoals vaker heeft het stuk een abstract thema: tijd en snelheid. Zandlopers worden omgekeerd, en de vijf dansers plaatsen op tiktakkende metronomen snelle afgemeten passen, alsof de tijd hen op de hielen zit. In Traagzaam Vlug gaat het om dynamiek, maar al doen de vijf nog zo hun best, echt snel is alleen slagwerker Marcel Andriessen, die prominent staat opgesteld in het decor en alles bespeelt wat los en vast zit.

Van der Boons visie op dans stamt uit de jaren zeventig, een tijd waarin een strijd gaande was van 'modern versus klassiek'. Die strijd klonk door tot op het terrein van de jeugddans. Ook in Traagzaam Vlug ligt de nadruk op de presentatie van moderne dans. Daar vang je, weten we nu, de aandacht van kinderen niet mee: te saai. En als die dans ook nog gortdroog is, gespeend van de dynamiek die de meer eigentijdse, eclectische dans kenmerkt, is duidelijk dat aan deze choreografe een hele ontwikkeling voorbij is gegaan. Zo'n thema met van die dansvriendelijke abstracties is niet van deze tijd.

Ook het Utrechtse Dansend Hart-duo Wies Merkx en Charles Corneille demonstreert een misvatting over jeugddans. Tucht is bedoeld voor middelbare scholieren die cultuur en kunstzinnige vorming als vak kozen. Met dit droefgeestige drama wordt de leerlingen bijkans ingepeperd dat ze dans kozen. Dans! Hoezo leuk? Tucht gaat over relaties die vrouwelijke choreografen hebben met 'hun' danseressen in de studio. Als tirannieke feeksen en als dul voetvolk zijn ze karikaturaal geportretteerd. De stijve dansjes brengen ook al geen verlichting.

Zou het überhaupt nodig zijn voor deze scholieren aparte dansgroepen met educatieve programma's in het leven te roepen? In het 'gewone' danscircuit zijn genoeg choreografieën te vinden die humor, poëzie, spanning en mysterie bezitten, of die gewoon mooi zijn om te zien en goed worden gedanst. NDT2 en Scapino Ballet Rotterdam bieden voorstellingen die de jeugd kunnen boeien. Alleen voor heel jonge kinderen blijft een aparte invalshoek nodig.

Het Introdans Ensemble voor de Jeugd van artistiek leider Roel Voorintholt brengt thematische dansvoorstellingen die speels werk van gerenommeerde choreografen laten zien. Ook meer verhalende stukken, zoals de klassieker Oliver Twist, vinden hun publiek. Wie klassieke sprookjesballetten wil zien, kan terecht bij Het Nationale Ballet.

In de meer gevestigde hoek weet de jeugddans zich geruggesteund door een sterk professioneel kader. Zou het overbodige luxe zijn dergelijke condities ook voor het meer 'alternatieve' genre van De Meekers te scheppen?

De Meekers: Opblaashelden. Purmerend (23 januari), Alkmaar (31 januari), Amsterdam (20 februari). Tournee.

Danstheater Arena: Traagzaam vlug. Utrecht (11 en 21 januari), Genk (29 januari), Groningen (7 februari). Tournee.

Meer over