Smeekens in vorm durft in Kazachstan zelfs Borat-grap aan

Nederland is een rol van betekenis gaan spelen op de sprint. Jan Smeekens haalde goud op de 500 meter.

VAN ONZE VERSLAGGEVER JOHN VOLKERS

ASTANA - Schaatsen: Wereldbeker

Het Nederlandse sprintschaatsen loopt na vele successen over van vertrouwen en de steming neemt zelfs vormen van uitbundigheid aan. In Astana durfde Jan Smeekens, na zijn zevende wereldbekerzege op de 500 meter, zelfs de Borat-grap aan, een lichte schoffering in Kazachstan.

De verslaggever vroeg er zelf om. Maar toen de mop van winnaar Smeekens over een man in een gestreept badpak en een zwarte snor eindigde met de vaststelling dat het om Borat ging, dook de Kazach als geraakt weg achter zijn camera. Grappen over de man die hun land belachelijk maakte, worden in Eurazië niet gewaardeerd.

Smeekens was in topvorm zaterdagmiddag, zeker op het ijs. Hij zette een dag tevoren de fouten van zijn mislukte eerste 500 meter (14de) op een rij en corrigeerde die met een rood potlood. Het waren fouten die hij een dag later niet meer wilde zien. De 'Japanner uit Salland' is op zo'n 'puindag' twee uur lang niet te genieten.

Coach Jac Orie spreekt hem op zulke momenten dan ook niet aan. 'Jac weet hoe hij met mij moet omgaan. Die hoeft mij niet op m'n donder te geven. Dat doe ik zelf wel', sprak Smeekens zaterdag.

Ter voorbereiding kijkt de Nederlands kampioen 500 meter enkele uren voor de wedstrijd ook vaak naar de video van zijn beste races, vooral die van vorig seizoen bij de WK afstanden in Inzell. Daar naderde hij de wereldtitel. Het werd na 34,77 en 34,66 brons.

Smeekensbehoort intussen tot de wereldtop, het is geen toeval meer als hij meeschaatst om de medailles. Alleen zijn start, de eerste 100 meters die de snelheid van de eerste bocht en daarmee de race bepalen, heeft hij nog niet als een echte standaard in zijn pakket. Hij opent gemiddeld in de '9,6', zoals hij dat noemt. Dat moet 9,5 worden. Dan doet hij echt mee.

De snelle bocht geeft hem de grootste kick. Zijn rechte einden is hij aan het perfectioneren. Smeekens (24) heeft daarvoor in 2009 de juiste ploeg gekozen. Toen stapte hij over van de stayers van TVM naar de sprinters van DSB (het huidige Control). 'Ik denk dat het de beslissende stap in mijn sprintloopbaan is geweest.'

Hij voelt zich senang tussen de snelheidsduivels van Orie. 'Ik krijg er echt een boost van als ik Groothuis en Nuis en ook Tuitert de 1000 zie rijden.'

Die voelen zich ook geïnspireerd door de kleine Smeekens, want met name Stefan Groothuis en Kjeld Nuis dragen deze weken stevig bij aan de Nederlandse overheersing van de sprintnummers. Groothuis won in Tsjeljabinsk en Astana de 1000 meter. Beide keren finishte Nuis op zevenhonderdste van zijn winnende ploegmaat als tweede. De nagenoeg heilig verklaarde Shani Davis is momenteel geen partij voor de twee Nederlanders.

Groothuis verklaarde dat uit het gebrek aan concurrentie in die landen. Rijders kunnen daar wel eens achterover leunen. Het kost hun geen World Cup-ticket. 'In Nederland moet je altijd vroeg in vorm zijn. We rijden ook altijd hard, elke wedstrijd. Ik zal geen namen noemen, maar er zijn Aziaten van wie ik me afvraag of ze de World Cup wel belangrijk vinden. Die nokken er soms na 300 meter mee. Nederlanders nooit, die rijden altijd. Dat is wel een verschil.'

Feit is dat Nederland in de zwaarst bezette nummers, vooral de 500, een rol van betekenis is gaan spelen. De nationale ploeg haalde bij de twee wereldbekers van de voorbije weken (Tsjeljabinsk en Astana) liefst dertien medailles op de sprintafstanden 500 en 1000. De drie gouden bij de mannen (totaalscore zeven) spanden daarbij de kroon.

Bij de vrouwen werd de helft van de medailles veroverd door Thijsje Oenema. Zij won op de 500 meter zilver en brons. Zondag sleepte ze, op de 1000 van Astana, nog eens zilver binnen. De andere plakken waren voor Margot Boer en Marrit Leenstra.

De in potentie beste Nederlandse sprintster, Annette Gerritsen van Liga, bleef met name in Astana erg in gebreke. Zij kan haar goede slag momenteel niet vinden. Dat technische mankement maakt in sprintschaatsen, ook voor de nummer twee van de WK sprint van 2011, zomaar een positie of zeven, acht verschil.

Want nergens is de concurrentie scherper dan in sprintschaatsen. Smeekens: 'De 5 kilometer is ook aardig dicht bezet. Maar uiteindelijk is de 500 meter in vele landen het populairste nummer en zie je daarin de meeste nationaliteiten op het erepodium.'

undefined

Meer over