Smaak

MIJN ZUS Jo heeft het zo moeilijk met de Gay Games. Vroeger zou ze bij ons langskomen om luidkeels te schetteren dat alle homo's mensen waren en dat wij, met onze heterocultuur, hopeloos in de vertrutting zaten, maar nu aarzelt ze over alles....

Sinds ze onlangs ziek was voelt ze zich een oud wijf met eeuwige hoofdpijn. Ze merkt dat ze haar zinnen vaak begint met: 'Vroeger kon je nog, had je nog, was er nog. . .'

Volgens Jo hadden homo's vroeger een onverklaarbaar goede smaak. Ze hielden van ballet, fijnzinnige mode en beeldende kunst. Als Jo niet wist wat ze aan moest trekken belde ze een homo. Als er een mooie tentoonstelling was werd ze daarop geattendeerd door een homo. En als ze nu in een huis woont waar vele decibellen de hele avond door de smalle straat mogen bonken om de Gay Games te vieren, kan ze nauwelijks geloven dat de moderne homo vrijwillig op een terrasje tussen de monotoon dreunende speakers gaat zitten, na een middag vol blote billen, vastgesnoerd in riemen en marinesjaaltjes. Hoe heeft het exhibitionisme zich kunnen liëren aan de sjieke homoseksualiteit van weleer? Vroeger haalden alleen strippers plagerig een lapje uit hun onderbroekjes, nu doen jonge mannen het tijdens de opening van de Gay Games. Waarom is dat weeïge roze kleurtje aanvaardbaar voor die stijlvolle trendsetters? En waarom houdt die rotherrie niet na twaalven op, zoals afgesproken met de gemeente? Het is nu al half twee!

Jo wordt steeds kwader en voelt zich steeds ouder. Als ze me wanhopig belt adviseer ik haar om naar een mooie cd van Fauré te luisteren met de koptelefoon. 'Hoe kan het nou dat een oud wijf zoals jij meer smaak heeft dan die homo's buiten?', zegt ze verbaasd.

Ze snapt het niet. Maar dat het hoog tijd wordt voor ouwe wijven om in deze cultuurloze tijden de toon aan te geven klopt wel, vind ik.

Meer over