Slodderwetenschap en broddeljournalistiek

De flutstudies waar nu om wordt gelachen, werden eerst enthousiast breed uitgemeten in de media.

GERBEN VAN KLEEF IS HOOGLERAAR SOCIALE PSYCHOLOGIE AAN DE UNIVERSITEIT VAN AMSTERDAM.

Voormalig hoogleraar sociale psychologie Diederik Stapel heeft op grote schaal fraude gepleegd met onderzoeksgegevens, zo blijkt uit het grondige rapport van de commissie-Levelt die de fraude onderzocht. In het rapport worden diverse zinnige voorstellen gedaan om de kans op dergelijke fraude te verkleinen, zoals stringentere dataprotocollen, centrale dataopslag, meer aandacht voor replicatie, vollediger rapportage van onderzoeksprocedures, meer controle door collega's en het instellen van onafhankelijke universitaire vertrouwenspersonen.

In alle mogelijke commissies en overlegorganen binnen de psychologie in binnen- en buitenland wordt ondertussen nagedacht over de implementatie van maatregelen ter preventie van fraude. In die zin belooft het rapport een positieve invloed te hebben op de kwaliteit van wetenschappelijk onderzoek.

Helaas zijn in het mediacircus rondom en na de presentatie van het rapport ook enkele ongefundeerde en aantoonbaar onjuiste conclusies getrokken, die een vertekend beeld schetsen van de aard en kwaliteit van sociaal-psychologisch onderzoek. Zo werd in de media ten onrechte de suggestie gewekt dat de (sociale) psychologie fraudegevoeliger is dan andere wetenschappen. Het is blijkbaar erg verleidelijk om het bedrog van een individu als exemplarisch te beschouwen voor een hele beroepsgroep. Helaas zijn het juist dit soort sweeping statements die een constructief debat ter verbetering van de kwaliteit van wetenschappelijk onderzoek belemmeren.

Feit is dat fraude voorkomt in alle takken van wetenschap (en daarbuiten). De natuurkundige Schön leek hard op weg de Nobelprijs te gaan winnen voor zijn onderzoek in de deeltjesfysica totdat bleek dat hij vele tientallen artikelen had geschreven op basis van verzonnen gegevens (waaronder acht in Science en zeven in Nature). De bioloog Woo-Suk claimde in Science dat hij menselijke stamcellen had gekloond. Ook hier bleek sprake te zijn van gefingeerde data. De Rotterdamse hoogleraar geneeskunde Poldermans werd onlangs ontslagen wegens fraude en onzorgvuldige omgang met patiëntengegevens. Gezondheidsonderzoeker Dipak Das van de universiteit van Connecticut leek te hebben aangetoond dat rode wijn de kans op hartklachten verkleint, tot bleek dat hij in 145 artikelen had geknoeid met onderzoeksgegevens.

Dat fraude in alle takken van wetenschap voorkomt, maakt het gedrag van Stapel vanzelfsprekend niet minder ernstig en het belang van fraudepreventie niet minder groot. Wel is het belangrijk om deze fraude in het juiste perspectief te zien en de discussie breder te voeren, zodat niet alleen de sociale psychologie maar ook andere wetenschapsgebieden uiteindelijk hun voordeel kunnen doen met deze situatie. Het aanzien van de wetenschap in het algemeen is tanende. Nu is het moment om hard te werken aan het terugwinnen van het vertrouwen. Daarbij is het aan te bevelen dat verschillende disciplines en universiteiten de handen ineenslaan en gezamenlijk werken aan fraudepreventie.

Een tweede probleem is dat in de berichtgeving over de zaak ten onrechte de indruk wordt gewekt dat de mediagenieke studies van Stapel ('vleeseters zijn hufters') en zijn frauduleuze praktijken representatief zouden zijn voor de sociale psychologie als geheel. Dit is een ernstig misverstand. Het meeste onderzoek in de sociale psychologie richt zich op relevante maatschappelijke kwesties als stereotypering, discriminatie, integratieproblematiek, machtsmisbruik, agressie, conflict, terrorismebestrijding, gezondheidsvoorlichting en de rol van sociale factoren bij herstel en ziekte, om maar een paar dwarsstraten te noemen. Het is onzinnig om al dit degelijke, theoretisch onderbouwde werk over één kam te scheren met de 'sexy' onderzoekjes van Diederik Stapel. Die vormen geen goede afspiegeling van de sociale psychologie als wetenschapsgebied.

De oorsprong van dit vertekende beeld is eenvoudig aan te wijzen. Het zijn vooral de 'sexy' onderzoekjes met flitsende conclusies die het nieuws halen. Over gedegen, theoriegestuurde onderzoeksprogramma's die vele jaren of zelfs decennia omspannen en vaak (te?) genuanceerde conclusies opleveren, wordt in de media veel minder bericht. Zodoende krijgen televisiekijkers en krantenlezers een uiterst selectief en vertekend aanbod aan sociaal-psychologisch onderzoek voorgeschoteld en ontstaat ten onrechte de indruk dat de sociale psychologie zich alleen bezighoudt met flutonderwerpen.

De huidige crisis biedt een uitgelezen kans om dit patroon te doorbreken. Ook hier is samenwerking geboden, ditmaal tussen wetenschap en journalistiek. Onderzoekers zouden het als hun verantwoordelijkheid moeten zien om juist de conclusies uit hun gedegen, langlopende onderzoeksprogramma's over wezenlijke onderwerpen via de media met het grote publiek te delen, ook al laten de bevindingen zich misschien niet samenvatten in smeuïge oneliners.

Journalisten van kwaliteitsmedia moeten ernaar streven dergelijk gedegen onderzoek voor het voetlicht te brengen, in plaats van geinige effectjes zonder theoretische fundering of maatschappelijke relevantie. Want de flutstudies waar nu (soms terecht) lacherig over wordt gedaan, werden eerst enthousiast breed uitgemeten in diverse media. Slodderwetenschap en broddeljournalistiek gaan hand in hand en houden elkaar in stand. Hier kan alleen weerstand aan worden geboden als zowel wetenschappers als journalisten de verleidingen van de 'sexy' effecten weten te weerstaan.

undefined

Meer over