Slobberbroeken

Tijdens een bijeenkomst van de Turkse beweging Milli Görüs, zaterdag in Arnhem, vielen me wat dingen op. Terloops, en terzijde....

Om te beginnen was het duidelijk dat modekoning Armani nog niet is langs geweest in de Turkse diaspora. Het gros van de aanwezige Turkse heren liet de broek namelijk tot ver over de schoen slobberen. Dat viel me op, omdat in mijn hoofd er veel Turkse kleermakers zijn in Nederland. Van die beroepsgroep zou je verwachten dat ze weten dat een pantalon de schoen net mag raken, maar niet meer dan dat.

Tegelijk bedacht ik dat smaken en normen verschillen, dus dat een slobberpijp misschien gewoon Turkse mode is. Buiten dat, er liepen natuurlijk in het Gelredome niet allemaal kleermakers rond. En bovendien: Armani is duur, en de aanwezige heren leken niet overdreven rijk.

Naast deze zij-observatie, trof me iets anders. Deze mannen liepen met een bepaalde zelfverzekerdheid rond. Er waren mannen met en zonder baarden, snorren zag ik opmerkelijk weinig. Er waren lelijke en knappe mannen. Er waren mannen die er armoedig, stijfdeftig of modern uitzagen. Je had macho's en gebogen types. Maar allemaal straalden ze uit vanzelfsprekend man te zijn.

Zo'n observatie komt niet uit de lucht vallen. Die werd vast gestuurd door de opmerking een tijdje geleden van de Turkse onderwijskundige Zeki Arslan. Die vond dat Nederlandse mannen geen mannen meer zijn. Hij zei dat in verband met het irritante gedrag van nogal wat allochtone jongeren die, volgens hem, zonder correctie van de Nederlandse man zich de publieke ruimte toeëigenen.

In stadion Gelredome waren conservatieve, islamitische mannen. Rustige, vriendelijke mannen, die apart zaten van de vrouwen. Maar op hun zoontjes letten ze wel. Als er een liep te huilen omdat hij zijn vader kwijt was, nam een organisatie-meneer zo'n jochie liefdevol mee aan de hand. Jongetjes die zich buiten de bezoekerslijnen begaven, werden op een Dik Tromse wijze in de kladden gegrepen.

Het had wel wat. Maar wat? Laat ik zeggen: het was vredig. Maar hoe kwam dat? Omdat in deze fundamentalistische hoek geen verwarring heerst over rolpatronen? Omdat de mannen hier zich volkomen thuis voelden in hun rol van verantwoordelijke burger en verantwoordelijke vader? Was het omdat ze zich hier erkend voelden, als collega-islamieten die weten wie ze zijn en waarom ze wat doen?

Het zijn maar speculaties.

De heren zelf heb ik hierover niet gesproken, noch hun vrouwen. Als niet-islamitische vrouw kon ik in elk geval gaan en staan waar ik wilde. Ik hoefde niet door een aparte ingang naar binnen, zoals de andere bezoeksters. Was ik wel door die ingang gekomen, dan had ik wellicht iets anders gezien.

Meer over