Nieuws

Slob corrigeert zichzelf: D66 had toch invloed op Kaag-documentaire

Minister Slob durft niet langer de stelling aan dat het campagneteam van D66 afgelopen winter geen invloed had op de totstandkoming van de VPRO-documentaire over D66-lijsttrekker en minister Sigrid Kaag. Hij kreeg zelf verkeerde informatie uit Hilversum, schrijft hij nu aan de Tweede Kamer: ‘Ik stel vast dat de VPRO mij hierover destijds niet volledig heeft geïnformeerd.’

Arie Slob, demissionair minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media op het Binnenhof.  Beeld ANP - Marco de Swart
Arie Slob, demissionair minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media op het Binnenhof.Beeld ANP - Marco de Swart

Daarmee komt de bewindsman terug op de antwoorden op Kamervragen van de PVV die hij in december 2020 aan de Kamer stuurde. De aankondiging van de documentaire Sigrid Kaag – Van ­Beiroet tot Binnenhof, die op 3 januari werd uitgezonden, leidde destijds tot argwaan in het rechterdeel van de Kamer: de PVV vermoedde dat de VPRO zich in de aanloop naar de verkiezingen van 17 maart voor het karretje van de D66-campagne liet spannen en Kaag gratis zendtijd voor politieke partijen bood.

Slob schreef destijds dat hij geen probleem zag. ‘D66 heeft geen betrokkenheid bij of invloed gehad op de documentaire.’ Deze week bleek het tegendeel uit documenten die het weblog Geenstijl publiceerde: zowel Kaags eigen ministerie van Buitenlandse Zaken als het campagneteam van D66 bemoeide zich in december intensief met de eindmontage van de documentaire. Er werden op dwingende toon vergaande suggesties gedaan voor aanpassingen. In enkele gevallen gingen de documentairemakers daarin mee, in andere niet.

De makers benadrukken vandaag in NRC dat zij geen concessies hebben gedaan aan het beeld dat zij zelf van Kaag wilden neerzetten. Toch durft Slob na lezing van de onderhandelingen niet langer te beweren dat er geen sprake is geweest van beïnvloeding. Hij baseerde zich in december op de informatie die zijn ministerie kreeg van de VPRO. Dat gebeurde op 10 december, schrijft hij. Uit de openbaar gemaakte e-mails blijkt dat de onderhandelingen tussen de documentairemakers en het team-Kaag toen in volle gang waren.

Verkeerde been

Ook het ministerie van Buitenlandse Zaken mengde zich met overgave in die onderhandelingen. Met dat ministerie heeft Slob destijds echter geen contact gezocht, schrijft hij aan de Kamer. ‘Dit antwoord is tot stand gekomen op basis van een uitvraag bij de VPRO.’ Daarmee verwerpt hij de suggestie dat Kaag hem als collega-minister op het verkeerde been heeft gezet.

De bewindsman waagt zich niet aan een antwoord op de vraag of de invloed van D66 en het ministerie te groot is geweest. Hij is bang dat hij dan op zijn beurt de onafhankelijkheid van de publieke omroep aantast. ‘Die onafhankelijkheid is een groot goed. Vanuit mijn positie als minister voor media is het niet aan mij om de betrokkenheid en invloed van partijen bij programma’s te beoordelen, evenmin als de inhoud van programma’s. Dat past bij de (grond)wettelijke vrijheid van meningsuiting en onafhankelijkheid van de media. Om die reden is het niet aan mij als minister voor media om vast te stellen of deze betrokkenheid in overeenstemming is met de Mediawet en de journalistieke code van de NPO.’

Hij wijst erop dat het Commissariaat voor de Media wel een onderzoek naar de zaak overweegt. De ombudsman van de NPO is daarmee deze week al begonnen, en ook de VPRO zelf onderzoekt de kwestie. Hoofdredacteur Stan van Engelen erkende eerder deze week dat er ‘dingen fout zijn gegaan’.

Slob zal het commissariaat niet opdragen om met een onderzoek te beginnen. ‘Ik heb als minister voor media geen wettelijke bevoegdheid om daar opdracht toe te geven. Het waarborgen van onafhankelijke media tegenover beïnvloeding van de inhoud van programma’s, of die nu vanuit een commercieel of politiek belang zou plaatsvinden, vereist een bij uitstek onafhankelijke toezichthouder.’

Meer over