Nieuws

Slim gebruik kankermedicijnen kan miljoenen besparen, en ziekenhuisbezoek verminderen

Apotheker Roelof van Leeuwen onderzocht hoeveel medicijnen kankerpatiënten krijgen, en ontdekte dat er veel medicijnen en veel ziekenhuistijd worden verspild. Met maatwerk blijkt de behandeling aanzienlijk goedkoper en efficiënter te kunnen.

Roelof van Leeuwen en Stefan Sleijfer. Beeld Jiri Buller / de Volkskrant
Roelof van Leeuwen en Stefan Sleijfer.Beeld Jiri Buller / de Volkskrant

Nederlandse ziekenhuizen kunnen tientallen miljoenen euro’s besparen op dure kankermedicijnen als ze die slimmer gebruiken. Dat blijkt uit de ervaringen in het Rotterdamse Erasmus MC, waar jaarlijks 7 miljoen euro wordt bezuinigd door medicijnen anders toe te dienen, op maat te doseren en minder vaak weg te gooien. Ook de patiënt (minder bijwerkingen, minder vaak naar het ziekenhuis) en het milieu (tienduizenden infuuszakken minder) profiteren daarvan.

Vijf jaar geleden namen de afdeling interne oncologie en de apotheek van het Erasmus MC ziekenhuisapotheker Roelof van Leeuwen in dienst, met als opdracht om de richtlijnen van alle veel voorgeschreven kankermedicijnen kritisch onder de loep te nemen. Sommige protocollen bleken dertig jaar oud en waren daarna nooit meer aangepast, vertelt hij, terwijl de medische literatuur allang nieuwe inzichten had opgeleverd. Nu zijn inzet zoveel resultaat heeft, probeert hij andere ziekenhuizen enthousiast te krijgen. In het Erasmus MC wordt zo'n 10 procent van alle Nederlandse kankerpatiënten behandeld, bij navolging van het Rotterdamse initiatief kunnen de besparingen landelijk behoorlijk oplopen.

Dat is van belang nu de uitgaven aan kankermedicijnen blijven stijgen en andere zorg in het gedrang komt. Er komen steeds meer kankerpatiënten en steeds meer medicijnen voor steeds meer typen kanker. In 2019 werd aan dure kankermedicijnen al meer dan een miljard euro uitgegeven. Bij de introductie van nieuwe middelen onderhandelt de overheid weliswaar met de farmaceuten over de prijs maar dat levert niet genoeg op, concludeerde de Nederlandse Zorgautoriteit al eerder. Verdere besparingen moeten van artsen en ziekenhuizen zelf komen. ‘We hebben een maatschappelijk verantwoordelijkheid’, zegt internist-oncoloog Stefan Sleijfer, hoofd van de afdeling interne oncologie in het Erasmus MC. ‘Willen we alle patiënten kunnen blijven behandelen dan moeten we zo efficiënt mogelijk omgaan met dure medicijnen en met de capaciteit die we nodig hebben om ze te kunnen behandelen.’

Vijf tips uit de Rotterdamse praktijk:

Geef een injectie in plaats van een infuus

Voorafgaand aan een chemokuur wordt meestal extra medicatie toegediend, bijvoorbeeld tegen misselijkheid. Dat gebeurt vaak per infuus, duurt een kwartier. Van Leeuwen ontdekt na literatuuronderzoek dat die medicijnen net zo goed per injectie kunnen worden toegediend. Duurt een paar seconden.

Winst: Tienduizend uitgespaarde infuuszakjes betekent een paar duizend euro minder medicijnkosten en honderden kilo’s minder plastic in het milieu. Ruim 2500 uur minder stoelruimte nodig op de dagbehandeling.

Hergebruik wat overblijft

Het komt vaak genoeg voor dat een chemokuur of immuuntherapie op het laatste moment niet doorgaat omdat bijvoorbeeld het bloed van de patiënt niet in orde is. Dan gaat de gereed gemaakte infuuszak terug naar de apotheek en wordt het medicijn weggegooid. Van Leeuwen achterhaalt dat kankermedicijnen vaak veel langer houdbaar zijn dan door de fabrikant wordt aangegeven. Het prijzige nivolumab bijvoorbeeld (zo'n 5500 euro per infuus) blijkt in de koelkast 7 dagen houdbaar en geen 24 uur. Moet er nu een infuuszak terug, dan zoekt de apotheek naar een patiënt die dezelfde dosis van de kuur nodig heeft en hergebruikt zo het medicijn.

Winst: Nauwelijks verspilling meer, besparing 3 ton per jaar. Giftige medicijnen komen niet meer in het riool terecht.

Schrap nutteloze medicijnen

Al bijna dertig jaar krijgen patiënten voorafgaand aan een bepaalde chemokuur een medicijn dat moet voorkomen dat ze allergisch reageren. Van Leeuwen onderzoekt of dat medicijn ook echt nodig is en tot zijn verbazing blijkt dat daarmee juist het tegenovergestelde wordt bereikt: allergieën komen vaker voor. ‘Daar kom je dan na al die jaren achter, kennelijk heeft niemand dat ooit opgemerkt.’

Winst: Het middel wordt alleen al in Rotterdam duizenden keren per jaar verstrekt, aan uitgespaarde medicijnkosten en zorgtijd levert dat een ton op.

Doseer efficiënt

Drieënhalf uur duurt het voordat op de dagbehandeling een veelgebruikte chemokuur bij de patiënten per infuus in het bloed wordt gedruppeld. Van Leeuwen bewijst aan de hand van de medische literatuur dat het net zo veilig in de helft van de tijd kan. Dat geeft lucht op de oncologische dagbehandeling, waar het de laatste jaren steeds drukker wordt, merkt Sleijfer.

Winst: Jaarlijks 3500 minder stoeluren nodig op de dagbehandeling. Patiënten kunnen sneller naar huis.

De fabrikanten van immuuntherapie bevelen tegenwoordig voor alle kankerpatiënten een vaste dosis aan, gebaseerd op een gemiddelde patiënt van 80 kilo. Terwijl eerder was aangetoond dat die medicijnen ook effectief zijn als ze gedoseerd worden per kilogram lichaamsgewicht van de patiënt. Vandaar de ommezwaai. Patiënten die zwaarder zijn dan 80 kilo krijgen voortaan de vaste dosis, wie lichter is, kan toe met een dosering per kilogram lichaamsgewicht (en dat is minder dan de vaste dosis).

Van Leeuwen: ‘De farmaceutische industrie zegt dat een vaste dosis makkelijker is, gewoon voor alle patiënten hetzelfde flaconnetje, maar met die gemakkelijke methode zijn we wel duurder uit. En ingewikkeld is onze aanpak niet, we werken in de apotheek met een systeem dat automatisch berekent hoeveel er voor een patiënt nodig is.’

Winst: Vele miljoenen euro’s per jaar. Patiënten krijgen niet méér medicijnen (en bijwerkingen) dan nodig.

Behandel korter

Melanoompatiënten moeten volgens het protocol twee jaar lang immuuntherapie krijgen, ook als na drie tot zes maanden duidelijk is dat de behandeling aanslaat en de tumor kleiner wordt. De medische literatuur maakt niet goed duidelijk waarom, zegt Sleijfer. Tegelijkertijd zien artsen dat patiënten die vanwege bijwerkingen met de immuuntherapie moeten stoppen, net zo goed reageren, ook bij hen wordt de tumor kleiner. Daarom loopt in het Erasmus MC nu een landelijk onderzoek onder 200 patiënten. Zodra de CT-scan uitwijst dat zij reageren op de immuuntherapie, gaan de artsen nog drie maanden door om daarna te stoppen. Als blijkt dat die nieuwe aanpak net zulke goede resultaten geeft, wordt dat in de toekomst de standaard. ‘Niemand heeft er wat aan om onnodig lang te behandelen’, vat Sleijfer samen. ‘De dokter niet, de zorgverzekeraar niet en vooral de patiënt niet.’

Winst: Als eerder stoppen net zo veilig is, levert dat in twee jaar tijd een besparing op van 20 miljoen aan immuuntherapie. De patiënt wordt veel minder blootgesteld aan zware medicijnen, en hoeft minder vaak naar het ziekenhuis.

Meer over