Sleepmoord in Sasolburg

De zwarte Zuid-Afrikaan John Rampuru werd vermoord door zijn blanke werkgever. Die bond hem achter zijn bestelwagen en sleepte hem kilometers lang door Sasolburg....

door Hans Moleman

'HIER DRINK DIE MANNE.' Het bordje boven de deur laat geen ruimte voor misverstanden: de Captain's Corner is een geliefde plaats voor mannen met dorst. En grote honger. Specialiteit van het huis is de olifantsburger, een hamburger bijna ter grootte van een wagenwiel. In deze bar op het industrieterrein van Sasolburg schoven op een vrijdagavond eind vorige maand Piet Odendaal en John Rampuru aan. Er was niks aan de hand, volgens andere bezoekers van de bar. Ruim na middernacht troffen agenten een half bewusteloze Piet Odendaal aan in zijn kantoortje, achter een half lege fles Klipdrift-brandewijn. Zijn bestelwagen stond op het terrein. Aan de trekhaak zat nog een stuk van de kabel waaraan Rampuru vastgebonden had gezeten toen hij over het asfalt werd gesleept. Aan zijn linkerenkel, kilometers lang, door het donkere dorp, over de Klasie Havenga-weg, langs de gevangenis, langs de Evangelies Gereformeerde Kerk, naar het veldje waar hij als oud vuil werd gedumpt.

De 'sleepmoord', zo wordt de gruwelijke dood van John Rampuru in Sasolburg genoemd. Ze komt op een moment dat Zuid-Afrika bezig is een tussenbalans op te maken van de rassenverhoudingen, zes jaar na het officiële einde van het apartheidsregime. De Zuid-Afrikaanse Mensenrechtencommissie, een orgaan van de ANC-regering, trok enkele weken geleden de voorspelbare conclusie: raciale vooroordelen zijn nog springlevend in het nieuwe Zuid-Afrika.

Na een paar jaar van schijnbare verzoening lijkt de polarisatie tussen zwart en blank weer toe te nemen. Het ANC zoekt onder president Thabo Mbeki meer de confrontatie. De regering speelt in op de frustratie van veel zwarte Zuid-Afrikanen dat hun leven weinig is verbeterd sinds de afschaffing van de apartheid. Een zondebok is voor veel ANC-politici eenvoudig gevonden: blanken die niet willen veranderen.

Het was geen toeval dat er op de dag dat Piet Odendaal voor het eerst voor de rechtbank in Sasolburg moest verschijnen tweehonderd zwarte demonstranten voor de deur stonden. 'Kill the boer', riepen sommigen. Er werden stenen gegooid naar de politie.

'Deze moord heeft de gemeenschap van Sasolburg in twee kampen gesplitst', verklaarde Prince Monaume, woordvoerder van de provinciale afdeling van het ANC, die het protest had georganiseerd. 'Blanke racisten zijn hier verantwoordelijk voor.'

Er was op het provinciekantoor van het ANC duidelijk gebrainstormd over de mogelijkheid om de moord op John Rampuru politiek uit te buiten. Dat bleek uit een drie pagina's tellend eisenpakket dat Monaume na de demonstratie aan het gemeentebestuur overhandigde.

Binnen zeven dagen dient alles te veranderen, vorderde het ANC-memorandum. Kolonel Leon van Rooyen, de chef van de plaatselijke politie, moet ontslagen worden, er moeten meer zwarte managers komen bij gemeente en bedrijfsleven, de zwarte wijk Zamdela moet betere diensten krijgen, boeren moeten hun arbeiders beter behandelen, en Piet Odendaal moet levenslang krijgen.

Sasolburg staat model voor de moeizame verhoudingen tussen zwarte en blanke burgers in post-apartheid Zuid-Afrika. Vroeger was Sasolburg ook al een modeldorp. Tussen de eindeloze maïsvelden van de noordelijke Oranje-Vrijstaat, honderd kilometer onder Johannesburg, bouwde het blanke regime bijna een halve eeuw geleden een dorp voor het personeel van zijn eerste synthetische olieraffinaderij.

Aan de oevers van de Vaal-rivier verrees Sasolburg, vernoemd naar de Suid-Afrikaanse Staats Olie-maatschappij, die door olie uit kolen te halen Zuid-Afrika onafhankelijk moest maken van de internationale oliemarkt. Het nieuwe dorp kreeg een olympisch zwembad en sportstadion, naast de winkelpromenade kwam het Etienne Rousseau-theater, en aan de rivieroever werd het Abrahamsrust Ontspanningsoord aangelegd. Alles werd gedaan om het blanke kader een aangenaam leven te bieden tussen de saaie maïsvelden.

Toen het chemiedorp in 1978 25 jaar bestond, telde het 27 duizend 'blankes' en 16 duizend 'nieblankes'. De planologen hadden de bevolking naar kleur resoluut van elkaar gescheiden. De blanken in de ruime, groene wijken rond het winkelhart, de rest in de stoffige township Zamdela, kilometers verder aan de andere kant van de spoorlijn, onder de rook van de petrochemische fabrieken. 'Een ultra-moderne dorp in elke opsig', jubelde het blanke gemeentebestuur.

Anno 2000 is er op het eerste gezicht veel veranderd. Sasolburg heeft bijna drie keer zoveel zwarte als blanke inwoners, het ANC domineert het gemeentebestuur, de burgemeester is zwart. Maar wie rondrijdt in het dorp ziet dat veel hetzelfde is gebleven: de troosteloosheid van de zwarte wijken over het spoor, de stank van de fabrieken, het grote contrast met het blanke dorp.

Wie het kan betalen, gaat tegenwoordig weg uit Zamdela, naar de nieuwe, gemengde wijk aan de andere kant van het dorp, bij de Vaal-rivier. Maar voor het gros van zwart Sasolburg blijft het sappelen, net zoals vroeger, ondanks alle beloften van het ANC dat het leven beter zal worden.

Zo ziet het nieuwe Zuid-Afrika eruit: een land dat, om met president Mbeki te spreken, feitelijk uit 'twee naties' bestaat. De ene is nog steeds overwegend blank en welvarend, de andere nog steeds overwegend zwart en arm. Een vat vol trauma's, een rijke voedingsbodem voor achterdocht, jaloezie en angst, die bijna altijd raciaal getint zijn.

Neem de moord op John Rampuru. Ntjantja Rampuru is ervan overtuigd dat haar man het slachtoffer is van racisme. 'Waarom is John anders als een hond vastgebonden achter dat bakkie en over straat gesleept?', vraagt ze bitter.

Ze begrijpt nog steeds niet wat er die vrijdagavond is gebeurd. John had gebeld dat hij later thuis zou komen, omdat hij nog wat ging drinken met Piet Odendaal. Dat was heel vreemd, vond ze wel. Want drinken met zijn werkgever deed John nooit.

Volgens de politie begon het bloedspoor bij de deur van het kantoortje van Odendaal. Ze hoopt maar dat haar man al dood was toen hij aan de trekhaak van de Isuzu werd gebonden. Dat hij die gruwelijke marteling, met zijn hoofd kilometers over het asfalt, niet meer heeft meegemaakt.

Had hij misschien ruzie gekregen, toen ze na de Captain's Corner nog een brandewijn namen in het kantoortje? John was niet bang of onderdanig. John was intelligent. Hij had veel meer in zijn mars dan een vrachtwagen besturen. Hij zei waar het op stond.

Had Piet Odendaal, met zijn dronken kop, hem daarom vermoord? Maar John was geen ruziemaker. Hij werkte pas sinds begin van het jaar voor Odendaal. Over grote problemen op het werk had hij het nooit gehad.

Ja, Piet Odendaal ging met zijn zwarte personeel om zoals zoveel blanken: kortaf. En schelden. 'Maak gau - jij es kak', dat soort dingen. Daar had John hem weleens op aangesproken: dat hij zijn personeel niet moest afblaffen. John weigerde Odendaal baas te noemen, de aanspreektitel voor een blanke ten tijde van apartheid. Hij noemde hem consequent 'meneer Odendaal'.

Ook in het blanke dorp is geschokt gereageerd op de sleepmoord. Velen kunnen zich niet voorstellen dat een van hen zo'n barbaarse daad op zijn geweten kan hebben. Zij wijzen daarom op de enige verklaring die Piet Odendaal na zijn arrestatie heeft afgelegd. Dat hij zich niets meer van die avond kan herinneren. Dat hij problemen had met zijn vrouw, een kalmeringspil had geslikt en daarna te veel had gedronken.

Piet had een black-out, hoopt blank Sasolburg.

Veel blanken ergeren zich vooral aan de ophef die het ANC over de moord maakt. Omdat het om een zwarte gaat, is er opeens een hoop lawaai, en is het meteen racisme, is hun stille verwijt. Maar als er op het platteland van de Vrijstaat weer een blanke boer door zwart gespuis op z'n plaas wordt vermoord, hoor je het ANC niet. Ja, dan zegt zo'n politicus 'eigen schuld, boeren. Moeten jullie je zwarte personeel maar beter behandelen.'

Het zijn de politieke partijen die de rassenverhoudingen zo moedwillig slechter maken, vindt Gerda Schutte. Schutte, die werkt op de bibliotheek van Sasolburg, denkt wat vele dorpsbewoners denken: dat het ANC de moord op John Rampuru gebruikt om zwarte stemmen te winnen voor de gemeenteraadsverkiezingen in november.

En niet alleen bij het ANC herleeft volgens haar het raciaal-politieke opportunisme. Als er in de regio weer een boer is vermoord, staan het Vrijheidsfront en de Nationale Partij klaar om bange blanke zieltjes te winnen.

Politici mogen gruwelijke misdaden als de sleepmoord niet als electoraal lokaas gebruiken, zegt Schutte. Als dát de toekomst van Zuid-Afrika is, loopt het verkeerd af. 'We hebben goede leiders nodig, die verder kijken dan de volgende verkiezingen. Blank en zwart hebben verschillende culturen. We zijn niet hetzelfde. Maar we haten elkaar niet hier in Sasolburg. Althans, 99 procent niet.'

Meer over