'Slecht voor het hart en voor de heele constitutie'

Volgend jaar bestaat de Koninklijke Nederlandse Atletiek Unie (KNAU) honderd jaar. Ter gelegenheid van dat jubileum verscheen het boek '130 jaar atletiek in Nederland', een overzicht van de atletiekgeschiedenis vanaf 1870....

'WE ZIJN geslagen, zoo geslagen dat aan geen verdediging te denken valt - daar staan wij dan in onze hemd - het was gelijk een slachting - half rijp en groen zijn ze naar de Olympische Spelen gezonden - het wordt tijd dat de Nederlandsche atleten hun bittertje en biertje laten staan.'

Het zouden teksten kunnen zijn die vorige maand, na afloop van de Olympische Spelen in Sydney, over de Nederlandse atletiek geschreven werden. Het archaisch taalgebruik doet echter een andere tijd vermoeden. Na de Olympische Spelen van 1908 in Londen waren deze citaten in de Nederlandse media te lezen.

In Sydney presteerden de Nederlandse atleten stukken beter dan hun voorgangers 92 jaar geleden. Bijna alle Nederlanders eindigden in Londen op de laatste plaats. Geheel onvoorbereid was de 21-koppige equipe naar de Britse hoofdstad gereisd. Ze wisten niets van de nieuwe atletiek-reglementen: hoogspringen ging niet langer over een touwtje, springend vanaf een springplank, maar gewoon vanaf de begane grond.

Wisten de Nederlanders veel. Ze waren gewend staande te starten op de loopnummers. Bleek ook achterhaald in Londen, de buitenlanders gingen op de 400 meter voluit. De Nederlanders waren gewend de afstand in een rustig tempo af te leggen. Pas in de laatste 50 meter werd een spurtje ingezet.

De informatie is afkomstig uit het alleraardigste boek 1870-2000, 130 jaar atletiek in Nederland, dat onlangs verscheen. Aanleiding van de publikatie van dit rijk geïllustreerde boek is het eeuwfeest dat de Koninklijke Nederlandse Atletiek Unie (KNAU) begin volgend jaar viert. De samenstellers, Aad Heere en Bart Kappenburg, zijn al decennia binnen de vaderlandse atletiek actief.

Pas bij het 25-jarige jubileum in 1926 mocht het predikaat 'Koninklijk' aan de letters NAU (De Nederlandsche Athletiek Unie) worden toegevoegd. Van die 'K' werd dankbaar gebruik gemaakt. Niet langer droegen de vaderlandse atleten de gehate letters NAU op de borst: Na de zo bedroevend verlopend Spelen van Londen kregen die drie letters immers een geheel andere betekenis: 'NA U'.

De 130 jaar uit de titel van het boek van Heere en Kappenburg is vrij willekeurig. Rond 1870, na de Frans-Duitse oorlog, waaide de atletiek over uit Engeland, waar al sinds 1817 atletiekverenigingen bestonden. Pim Mulier, vader van alle sporten, was een der eersten die in Nederland voor zijn plezier aan hardlopen (en talloze andere sporten) deed.

Zomaar wat hardlopen, dat was maatschappelijk nauwelijks acceptabel. De vader van Mulier, tegen een vriend: 'Pim doet af en toe vreemd. Hij loopt hard.' Mulier zelf, veel later terugblikkend op die beginperiode: 'Een ouderwetse arts in Heemstede vond het loopen slecht voor het hart en voor de heele constitutie.'

Mulier stond ook aan de basis van de Nederlandsche Voetbal en Athletiekbond (NV & AB) die op zondag 8 december 1889 in het Grand Hotel Central aan de Lange Poten in Den Haag werd opgericht. Doel van de bond: 'De bloei van het voetbalspel en van de athletische sporten te bevorderen'.

Het huwelijk tussen atletiek en voetbal hield niet lang stand.

De vervolgens opgerichte Nederlandsche Athletiek Bond leidde daarna een armzalig bestaan. Wedstrijden die door de bond werden uitgeschreven bestonden uit eigenaardige disciplines: touwtrekken, doeltrappen (!), 100 meter dribbelen en wandelen; ook werd er gefietst, over 1 en 5 kilometer. En er was een onderdeel 'langzaam rijden'.

In 1901 - de exacte datum is niet geheel duidelijk: 28 mei, 28 april, 21 mei?, beide auteurs houden het op 28 mei - werd dan de NAU opgericht. De beginjaren waren moeilijk, kerkelijke autoriteiten en medici bekeken de atletieksport met argwaan. Onderwijzers meenden dat sport nadelig was voor de prestaties op school.

Vorige week nog trok een lang lint hardlopers tijdens de marathon van Amsterdam ook door de Watergraafsmeer. Er werd hen geen strobreed in de weg gelegd; hoe anders was dat in 1903. Tijdens een 25-kilometerloop hield daar een 'gewapende' dorpsveldwachter de atleten tegen. Na overleg kregen de lopers toestemming het dorp wandelend te passeren.

Veel internationale successen boekten Nederlandse atleten in die beginjaren niet. Er was het optreden van de zeer jonge Ad Paulen (de latere KNAU en IAAF-voorzitter) tijdens de Spelen van 1920. In de finale van de 800 meter werd hij zevende in 1.56,4. De eerste olympische medaille (brons) voor Nederlandse atleten werd in 1924 behaald door de 4x100 meter estafette ploeg. In 1928, tijdens de Spelen van Amsterdam, was er zilver voor hoogspringster Lien Gisolf.

In de jaren dertig en veertig vierden de Nederlandse atleten (Chris Berger, Tinus Osendarp, Fanny Blankers-Koen, Wim Slijkhuis) internationaal de grootste successen. Nadien was er slechts mondjesmaat reden tot feestgedruis.

Uit de lange lijsten vol records en titels achterin het boek blijkt hoe moeilijk het is voor een Nederlandse atleet om een medaille tijdens een groot mondiaal toernooi te winnen: mannen wonnen tijdens alle Olympische Spelen en WK's (sinds 1983 gehouden) nimmer een gouden plak, bij de vrouwen was alleen het trio Blankers-Koen ('48), Stalman ('84) en Van Langen ('92) succesvol.

Het boek bestrijkt de periode tot na de voor Nederlandse atleten zo slecht verlopen WK in Sevilla (1999). Is er de laatste jaren vaak kritiek van atleten (en pers) op het functioneren van de bond, nieuw is dit gebakkelei allemaal niet.

In de jaren twintig rende atleet Jan Zeegers rond op de vaderlandse banen, op afstanden tussen de 1500 en 10.000 meter. Deze Amsterdammer werd een jaar geschorst wegens 'zeer onwelgevoeglijk optreden'. Tijdens een wedstrijd had hij juryleden voor 'smeerlappen' uitgemaakt. We moeten tot 1998 wachten voordat een Nederlandse atleet, ditmaal sprinter Troy Douglas, tijdens de EK in Boedapest, voor een herhaling van dit incident zorgt.

Zeegers werd later gepasseerd voor de Spelen van Los Angeles (1932), omdat hij niet aan de limieten had voldaan. Niks nieuws onder de zon, dat laatste overkomt nu nog veel atleten, maar Zeegers liet het er niet bij zitten. Hij vertrok op eigen kosten naar Californië, indertijd een reis van vele weken per boot en trein. Tevergeefs. Hij mocht niet starten in LA.

Those were the days. Zeegers, goed voor 44 nationale titels, werd in 1930 door een journalist afgeschreven: 'Zeegers loopt op zijn laatste spikes.' Had de goede man niet moeten doen. Acht jaar later werd de toen 36-jarige atleet kampioen op de 5000 meter. De journalist kreeg na de wedstrijd de afgesleten spikes thuisgestuurd.

Meer over