Slecht land, goede mensen

De Belgische schrijver-journalist Rudi Rotthier verkent voor ons de wereld. Hij reist naar landen waar we zelf niet naartoe durven of als we gaan, hooguit in bacterievrije toeristenverpakking. We proeven (oei, wat scherp!) en ruiken een beetje van het land, we knopen een praatje aan met de taxichauffeur, en als we huiswaarts keren zijn we weliswaar vol indrukken, maar snappen nog niet echt veel van 's lands wijs en 's lands eer.


Net als wij gaat Rotthier oningewijd - of schijnbaar oningewijd - op weg en laat zijn zintuigen het nieuwe, het andere, het vreemde opvangen. Maar hij ziet en hoort meer, want hij reist alleen, hij vertoeft in buurten en plaatsen die je in de Lonely Planet niet vindt, hij neemt de tijd en ontmoet een rijke schakering aan inwoners.


Ditmaal is Pakistan zijn werkterrein. Hij is er twintig jaar eerder al eens geweest. In zijn herinnering was het er minder vol (klopt! want intussen is de bevolking gegroeid van 115 naar 180 miljoen), droegen mensen vaker westerse kleren en waren vrouwen meer aanwezig in het openbare leven.


Als hij door de miljoenenstad Lahore dwaalt, merkt hij dat het eenvoudig is om via toevallige ontmoetingen contacten op te bouwen. Mannen (vrouwenlevens komen in dit boek helaas nauwelijks aan bod) vertellen gretig over zichzelf, hun stad en hun land en lijken niets liever te doen dan hem op eten en drinken te trakteren. Rotthier krijgt het er wat benauwd van. De gastvrijheid ervaart hij als opdringerig en hij legt die allengs uit als een reactie op de pariastatus van Pakistan. Gewone Pakistanen lijken te willen bewijzen dat Pakistan 'een slecht land met goede mensen' is.


Voorbeelden daarvan ontmoet hij te over. Student Abdullah zamelt geld in voor hulp aan mensen in de waters- noodgebieden. Hij adopteert persoonlijk een getroffen dorp, maakt voedselpakketten en regelt een vrachtwagen waarmee de pakketten kunnen worden afgeleverd. Een textielbarones in Lahore richt scholen op voor de armen, betaalt leraren en kleding voor duizenden scholieren.


De indrukwekkende verhalen van zulke doorzetters en idealisten illustreren tegelijkertijd de 'slechtheid' van het land. De overheid laat het volkomen afweten en parasiteert op de burgers. Armoede, uitbuiting, analfabetisme - overal komt Rotthier schrijnende situaties tegen. En wie er garen bij spint, zijn fundamentalistische organisaties die wél de nood lenigen.


Op zijn reis gaat Rotthier ook in gesprek met fanatieke islamitische geestelijken. Vriendelijk kijkend strijken ze over hun lange baarden, terwijl ze hun Taliban-gedachten ontvouwen en ontkennen dat meisjesscholen met opzet zijn vernield. De intimidatie die van hen uitgaat, merkt Rotthier aan de houding van zijn tolken. Zelf zijn ze niet diep gelovig, maar hun verweer tegen de islam verdampt zodra ze aan de voeten van een baardman zitten.


Rotthier komt uit zijn soepel geschreven notities tevoorschijn als een vriendelijke man, die zonder vooropgezette mening zijn ogen en oren de kost geeft. Hij laat ons met hem meelopen en ons zelf conclusies trekken. Dat is een prettige, niet indoctrinerende manier van schrijven. Hooguit is het een nadeel dat zijn boek soms wat voortkabbelt en de titel De lont aan de wereld niet waarmaakt. Nou ja, maar daarover bestaan andere, fellere boeken.


Rudi Rotthier: De lont aan de wereld - Een reis door Pakistan.


Atlas; 208 pagina's; € 19,95.


ISBN 978 90 4501 893 5.


Meer over