Slachtoffers van kadaverdiscipline

Ex-turnsters Köhler en Heitinga onthullen in 'De onvrije oefening' hoe zeer ze zijn gemaltraiteerd door hun coach.

VAN ONZE VERSLAGGEVER JOHN VOLKERS

AMSTERDAM - Turnsters in het gezicht slaan en spugen, uithongeren, aan de haren trekken, van de balk duwen, vastzetten tegen de muur, benen tot naast het oor duwen, tot bloedens toe aan de brug laten doorzwaaien en ze bij voortduring uitschelden. Dat waren volgens betrokkenen de uitwassen van het rigide trainingsregime van Gerrit Beltman in de jaren negentig, waarover vandaag een boek verschijnt.

Het boek is geschreven door twee voormalige pupillen, Stasja Köhler en Simone Heitinga. Ze haalden samen 26 Nederlandse titels, vooral bij de jeugd. In 1994 werd Köhler Nederlands seniorenkampioen op de meerkamp.

Beltman, die de Oost-Europese aanpak als inspiratiebron gebruikte, is lang als topcoach aangemerkt. Hij werkte met veel getalenteerde Nederlandse turnsters, onder wie Renske Endel.

Zijn reputatie liep eind 2011 al schade op na een verhaal over 'turnterrorisme' in het tijdschrift Helden. Endel, in 2001 vicewereldkampioen aan brug ongelijk, sprak daarin als eerste van het gedrag van haar trainer die zij in 1999 verliet. Zij krijgt nu, op 29-jarige leeftijd, nog altijd psychologische bijstand om het tirannieke bewind van Beltman te verwerken.

Haar openhartigheid - eindelijk durfde een turnster te onthullen wat er gebeurde in die voor ouders gesloten turnzalen - was voor Köhler en Heitinga aanleiding de schokkende gebeurtenissen uit hun jaren met Beltman op te tikken.

In hun boek De onvrije oefening maken de voormalige topturnsters aannemelijk dat hun coach Beltman die zich 'vader' en 'pleegvader' liet noemen, veel gewelddadiger is geweest dan tot nu toe werd aangenomen. Vorig jaar bekende de trainer, die nu in Canada werkt, in de Volkskrant dat hij vroeger weleens met een krachtterm smeet en een deur extra hard had dichtgegooid. Er was echter veel meer aan de hand, stellen Heitinga (ex-journaliste) en Köhler (journaliste).

Hun verhaal gaat over isolatie, intimidatie, getreiter, belachelijk gemaakt worden, in de hoek staan, opgezet worden tegen je ouders en van angst in je turnpak plassen. En over 41 uur per week trainen, driemaal daags wegen ('zonder mouwtjes, zonder speldjes, op één been'), een gewicht van 28 kilo belachelijk zwaar noemen en boulimia-aanvallen. Tot overmaat van ramp moest ze ook nog met de familie Beltman in één huis wonen.

Niemand greep in. Collega's keken weg als Beltman begon te tieren of voor een een-op-eengesprek naar de kleedkamer verhuisde. Zelfs de nationale turnbond geloofde in de aanpak van Beltman die zij tot juniorenbondscoach benoemde.

Simone Heitinga vertelt in het boek hoe ze als 11-jarig meisje gaat trainen met een nieuw kapsel, een permanentje. Beltman ergert zich en kan zich dan niet meer beheersen. 'Hij stormt woest op me af, smijt me op de grond, grijpt mij bij mijn haar en sleept me aan mijn haar over de acrobatiekbaan. 'Moet je godverdegodver weer meedoen met de rest! Achterlijke gladiool! Zo meteen ga je nog make-up opdoen!'

Ook als ze een vermoeiend schoolreisje heeft gehad en niet fit oogt tijdens de training op Papendal, ontploft Beltman.' In de kleedkamer valt hij me aan. Hij duwt me door de ruimte en geeft me een harde klap in mijn gezicht.'

Haar een jaar oudere zus Vanessa, ook een talent bij Wilskracht in Alphen, krijgt er nog erger van langs. 'Opeens springt hij boven op haar, met zijn beide handen om haar nek. Met zo veel geweld dat mijn zus languit achterovervalt, plat op haar rug op de mat. Ze verdwijnt totaal onder zijn grote lichaam. Ze krijst van paniek, terwijl Gerrit haar met zijn beide handen afwisselend rechts en links hard in haar gezicht slaat, een keer of zes.'

Beltman is een autodidact, maar hij werd door een turnster als Köhler gezien als de enige man die haar wereldkampioen zou kunnen maken. Zo ver kwam het nooit. De kadaverdiscipline, volgens Beltman het geheim van de Roemeense en Russische turnsters, leidde in Nederland louter tot de afbraak van talent.

Heitinga was na de fraaie successen uit haar jeugd vooral bezig met het stoppen. Hoe vertel ik het Gerrit?, vroeg ze zich lange tijd af. Köhler ging op uitnodiging naar de Amerikaanse trainer Nunno, maar moest na zeven maanden met een heupafwijking terug naar huis. Ze werd Nederlands kampioen onder andere trainers: Otto Sanders en Claudia Werkhoven. Endel beleefde haar beste dagen onder de hoede van de Nijmeegse coach Orlov.

In het boek gaan Heitinga en Köhler in 2012 naar Calgary, waar Beltman werkt. Zij confronteren hem met hun ervaringen als jonge kinderen. Hij reageert laconiek en zegt zich zijn misdragingen niet meer te herinneren. Voor wat er gebeurd is, wil hij wel zijn excuses aanbieden. Later zegt hij zich te schamen.

In een mail aan de Volkskrant: 'Ik heb in oktober 2012 een lang en intensief gesprek gehad met Stasja en Simone; in dit gesprek hebben zij mij geconfronteerd met mijn handelen uit de tijd dat zij bij mij trainden. Ik heb mij in dit gesprek naar hen toe verschillende malen verontschuldigd voor mijn handelen destijds.'

Het eerste exemplaar van De onvrije oefening wordt vanmiddag aangeboden aan Jos Geukers, de voorzitter van de gymnastiekunie. Hij deed vorig jaar onderzoek naar alle beschuldigingen van Beltman en diens vroegere assistent Frank Louter. Het onderzoek werd geseponeerd. De daden waren verjaard.

Simone Heitinga, Ad van den Kieboom, Stasja Köhler - De onvrije oefening.

Uitgeverij De Geus, € 19,95 . ISBN: 978 90 44521 27 6.

Weinig successen ondanks al die uren arbeid

Trainingsweken van 35 uur waren volgens trainers als Gerrit Beltman de norm om internationaal mee te tellen. Kinderen van 7, 8 jaar stonden bij hem dagelijks in de zaal. In de vakanties waren er twee trainingen voor de mini's, soms zes uur in totaal. De arbeid, naar Oost-Europees voorbeeld, heeft in Nederland nooit tot grote successen geleid. Renske Endel (2001) en Verona van de Leur (2002) haalden WK-zilver. De nationale vrouwenploeg reikte na 1976 nooit meer tot de Spelen. Altijd zaten blessures en vorderende leeftijd dat voornemen in de weg. Céline van Gerner werd in 2012 nummer twaalf op de Spelen. Endel wilde in 2001, bij haar WK-zilver op brug te Gent, nog een klein deeltje van haar succes aan Beltman toeschrijven. 'Hij heeft het voorwerk gedaan, technisch is hij zeer sterk', zegt ze in het boek. Boris Orlov was haar coach in België. 'Ik voelde me ergens ook schuldig dat ik onder leiding van Boris deze unieke prestatie had neergezet. Bij Gerrit was het me nooit gelukt.'

undefined

Meer over