PostuumMax Moszkowicz (1926-2022)

Slachtoffer van de grootste misdaden en verdediger van de zwaarste criminelen

Max Moszkowicz. Beeld ANP
Max Moszkowicz.Beeld ANP

Max Moszkowicz gaf als een van de eerste strafrechtadvocaten het vak glans. Op beminnelijke toon en met zijn zachte ‘g’ introduceerde de Auschwitz-overlever ‘drama’ in de rechtszaal. Donderdag overleed hij op 95-jarige leeftijd.

Elsbeth Stoker

‘Hij zit thuis, niets meer te doen. Hij is lusteloos. Geluid kan hij niet meer hebben. Niemand mag wat zeggen. Alles wat het leven te bieden heeft, wijst hij af. Maar de dood, die omarmt hij niet. Dat is toch raar.’

Het is 2015 als Robert Moszkowicz in de documentaire Wij Moszkowicz zijn verwondering uitspreekt over de weigering van zijn hoogbejaarde vader om te sterven. In 2004 werd ‘stamvader’ Max Moszkowicz – destijds 78 - getroffen door een herseninfarct. Sindsdien leidt de ooit legendarische strafpleiter een teruggetrokken, bedlegerig bestaan en wordt hij verzorgd door zijn tweede vrouw.

Volgens sommigen behoort de eloquente spreker tot een van eerste moderne strafpleiters van het land, en was hij een inspirator voor een nieuwe generatie. Anderen zien hem echter als een dictatoriale, ijdele man, iemand die in staat was zijn naaste familie na een misstap ‘kil’ te laten vallen. Wie was Max Moszkowicz?

Nummer 65016

Het is 1945 als Max Moszkowicz terugkeert naar Maastricht. Hij is 17 jaar, weegt 46 kilo en lijdt aan oedeem. Op zijn arm staat het nummer 65016 getatoeëerd. In het huis waar hij ooit met zijn ouders woonde, treft hij nieuwe bewoners aan.

Hij is de enig overgeblevene. In 1942 werd de gymnasiast op transport gesteld naar Auschwitz. Samen met zijn vader Abraham, moeder Feiga, zusje Helga, peuter Jossale en 1.033 andere mensen. Iedereen sterft, alleen Max keert terug uit het kamp dat erop ingericht was hem te vernietigen. ‘Niet denken hielp. Na verloop van tijd had ik ook nauwelijks meer gedachten. Je leefde niet meer: je vegeteerde. Bij mij waren het vooral de woede en de haat die me op de been hielden en voor de dood behoedden’, vertelt hij daarover in 1998 in zijn biografie De Pleitvader.

In het kamp ziet hij hoe bloedhonden gevangen doodbijten, is hij getuige als SS’ers Joden neerslaan om vervolgens met hun laarzen op hun nek te gaan staan – net zo lang totdat ze sterven. En moet hij toezien hoe gevangenen zichzelf uit onmacht laten doodschieten tijdens bij voorbaat mislukte ontsnappingspogingen. Ook hij overweegt op sommige dagen te kiezen voor het einde. ‘De dood stond altijd naast je, maar ik gunde het de Duitsers niet dat ik daar dood zou gaan.’ Sterker nog: ‘Ik zorgde er steeds voor dat ik er zo verzorgd mogelijk uitzag. Ik trachtte mijn gestreepte boevenkleren zo correct mogelijk te dragen en vouwde de kraag van mijn jasje strak open, alsof ik geen last had van de kou. Stoer en Schoon. Als méns in kamp Auschwitz.’ Om zich te verweren tegen de pogingen hem geestelijk te breken.

Strafpleiter

Eenmaal terug in Nederland wordt hij onder de hoede genomen door een pleeggezin dat tijdens de oorlog over het bezit van zijn familie heeft gewaakt. In één jaar tijd haalt hij vier gemiste gymnasiumjaren in. En niet veel later trouwt hij met de dochter van het gezin. Aanvankelijk treedt hij in de voetsporen van zijn vader, die voor de oorlog een manufacturengroothandel heeft gehad. Hij bouwt zijn eigen confectiehandel binnen een paar jaar uit tot zes winkels.

Maar dat biedt onvoldoende uitdaging en Max Moszkowicz start in 1954 een studie rechten in Nijmegen. Na vier jaar spijkert hij het bordje Moszkowicz Advocaten op zijn kantoor aan de Wilhelminasingel: hij is strafpleiter. Het is een tijd waarin die tak van de advocatuur nog weinig glans heeft – criminelen die doe je er als advocaat een beetje bij, daar geef je weinig rucht­baar­heid aan, is de teneur.

Moszkowicz ziet dat anders: ook misdadigers hebben recht op een goede verdediging. En bovendien, is zijn motto, ‘wezenlijk slechte mensen bestaan niet’. Degenen die slechte dingen doen, zijn eerder ziek dan kwaadaardig, is de boodschap die hij uitdraagt. Iedereen mag bij Max Moszkowicz aan kloppen. De enigen die hij de deur wijst zijn oorlogsmisdadigers. Zo belt in 1976 de vrouw van Pieter Menten hem op met de vraag of hij ‘voor een bedrag met zes nullen’ bereid is haar man bij te staan die wordt verdacht van massamoord op Joden en het roven van Joodse kunst. Hij walgt van het idee en verwacht dat hij zijn emoties tijdens dat proces niet in de hand kan houden, aldus zijn biografie.

De familie Moszkowicz in 1982. Met van links naar rechts: David, Bram, Max, Robert en Max jr. Beeld Foto Leo van Velzen
De familie Moszkowicz in 1982. Met van links naar rechts: David, Bram, Max, Robert en Max jr.Beeld Foto Leo van Velzen

Arbeidstherapie

Want de oorlogsherinneringen, die raakt hij nooit kwijt. Om ze te onderdrukken verdrinkt hij zich in zich in zijn werk, wil zich ‘geen minuut verliezen in ledigheid’. ‘Ik heb mezelf na de oorlog, sedert ik weer normaal leefde, eigenlijk een arbeidstherapie opgelegd. De sfeer en de stemming waarin wij, overlevenden van de vernietigingskampen, verkeerden is niet uit te leggen.’ Werken en het vermogen om te relativeren, vertelt hij aan zijn biograaf Henk ten Berge, zijn noodzakelijk om verder te kunnen leven. Hij kan niet anders.

Met zijn beminnelijke manier van praten en zachte ‘g’ groeit hij uit tot een van de bekendste advocaten van het land. ‘We zitten dag in dag uit in de rechtszaal. En het is natuurlijk ook wel eens aardig om een levendig pleidooi te horen’, zegt een Maastrichtse rechter in 1989 over hem in een profiel in NRC Handelsblad. ‘Hij heeft de bijzondere gave je steeds het idee te geven dat je moet blijven luisteren, want straks komt er iets héél bijzonders’, voegt advocaat-generaal Leyten van de Hoge Raad daar destijds aan toe.

De kleine verschijning met golvend grijs haar en maatpakken wordt een graag geziene gast in tv-shows, rijdt rond in een Jaguar en wordt zelfs een karakter in Donald Duck: aanvankelijk als mr. M. Mosselwitz, en later nog eens als mr. Ab Muiskowitz. Bekende criminelen zoals Cor van Hout en de hakkelaar Johan V. laten zich door hem vertegenwoordigen. En ook alle vier zijn zoons treden in zijn voetsporen als advocaat. Op het hoogtepunt resulteert het in vier kantoren en een column in De Telegraaf.

Verval

Maar zo’n drie decennia later is de glans van de naam Moszkowicz verdwenen, en zijn drie zoons van het tableau geschrapt. Het verval van de familienaam begint met de oudste zoon. Eind jaren tachtig wordt de eens zo talentvolle Robert betrapt met heroïne, en beschuldigd van tal van misstappen. Het resulteert in een pijnlijke breuk.

‘Je moet hard en koud zijn om je eigen familie te verstoten. Maar of zijn handelen verwijtbaar is, kan ik niet zeggen’, zei kleinzoon Yehudi in 2016 hierover tegen de Volkskrant. ‘Ik kan niet oordelen over iemand met zijn verleden.’

En ook de jongste zoon, Bram Moszkowicz wordt in 2013 definitief uit het ambt gezet wegens een ondeugdelijke administratie en het schenden van meerdere beroepsregels. Hij wijdt zijn problemen mede aan het tweedegeneratiesyndroom, het Auschwitzverleden van zijn vader drukt zo sterk op hem dat hij daardoor fouten maakt. Ook andere zonen zeggen – in meer of mindere mate – een ‘tik van de molenwiek’ te hebben gekregen.

Zo valt in 2016 definitief het advocatendoek voor zoon David. En zelfs van het statige pand aan de Wilhelminasingel in Maastricht, waar het ooit allemaal begon en waar tot op het laatste moment de muren behangen waren met portretten van voorouders en relikwieën van Max Moszkowicz, moet in die periode afscheid genomen worden.

‘Het is een geluk bij een ongeluk dat onze vader de laatste jaren niets meekrijgt van de familieperikelen’, aldus Max jr in 2015 in een interview in de Volkskrant. ‘Ik moet er niet aan denken hoe hij dat zou hebben ervaren.’ Tijdens dat interview vertelde Max jr dat hij zijn vader zo nu en dan nog bezoekt, maar dat Max sr hem nauwelijks nog herkent. ‘Mijn vader was de enige met wie ik werkelijk over alles kon praten.’ Maar dat lukt dan allang niet meer. ‘Als je met hem praat, doet hij na vijf minuten zijn ogen dicht en wil hij rusten. Ik mis hem.’

‘Mijn opa heeft het menselijk drama geïntroduceerd in de rechtszaal’ zegt kleinzoon Yehudi, zelf ook advocaat. ‘Het recht bestaat niet louter uit wetsartikelen, maar ook uit verhalen. Je moet daarmee spelen en de rechters meenemen in het menselijk drama dat zich heeft voltrokken. Dat kon hij als geen ander.’