Slaapkamergeheimen van de paling

De paling is smakelijk, maar 'ernstig bedreigd'. Misschien kunnen we ze kweken.

Een stuk of acht mannelijke palingen zwemmen zich in perspex zwemtunnels een slag in de rondte. Al drie maanden tornen de vissen in 'Hotel Atlantis' - een van de kelders van het Gorlaeus Laboratorium van de Universiteit Leiden - tegen de stroming in. Ze hebben er inmiddels in hun tredmolen al meer dan 3.000 kilometer opzitten.

De dieren verkeren in de veronderstelling dat ze naar hun paaigronden in de Sargassozee trekken, maar ze zwemmen om wetenschappers als Erik Burgerhout, promovendus palingreproductie, te leren of hun inspanning noodzakelijk is voor hun groei en seksuele rijping. Elektroden in de tunnels houden het zuurstofverbruik bij. 'Dit is vitale kennis voor het behoud van de soort', zegt Burgerhout.

De Europese paling is Nederlands cultuurgoed. Nog wel. De soort staat als 'ernstig bedreigd' op de internationale Rode Lijst van de IUCN. De Nederlandse paling-stand is ondanks regulering, vangstbeperkingen en het jaarlijks uitzetten van miljoenen jonge aaltjes nog maar 3 procent van wat zij in 1970 was. De aalvisserij lijkt ten dode opgeschreven. In Volendam, de palinghoofstad van Nederland, zijn nog drie palingvissers actief.

Over de oorzaken wordt getwist. Overbevissing, habitatverlies, dijken, sluizen en gemalen die de trekkende vis de weg versperren. Ook ziekten, parasieten en aalscholvers worden genoemd. 'Het probleem is dat elke belangengroep iets anders beweert', zegt de Leidse wetenschapper Guido van den Thillart. 'Maar één ding is zeker: de paling kan ons land niet binnen, en als hij binnen is kan hij er niet meer uit. Onze verstedelijkte rivierdelta is totaal dichtgetimmerd.'

De implosie van de palingstand heeft in de jaren tachtig geleid tot de introductie van kweekpaling (in Nederland nu zo'n 2.000 ton per jaar), maar een duurzame oplossing is dat niet, want kweken is het vetmesten van wilde jonge palingen, glasaal. Die in Engeland, Frankrijk, Spanje of Portugal gevangen glasaal is zo schaars, dat een kilo soms meer dan 1.000 euro oplevert, vooral door de grote vraag uit Japan en China. Het exportverbod dat de Europese Unie in 2009 heeft ingesteld, heeft geleid tot een groot grijs en zwart circuit.

Geen wonder dat iedereen zoekt naar een manier om paling in gevangenschap te vermeerderen. In Japan - mekka van de palingresearch - zijn onderzoekers er sinds 1974 mee bezig. Met enig succes, want er worden inmiddels elke week palinglarven geboren in het lab. De sterfte is echter zeer groot en maar weinig groeien uit tot glasaaltjes. Het is wel gelukt er een paar op te kweken en zelfs tot voortplanting te bewegen, maar van een rendabel productieproces is geen sprake.

Het grootste probleem voor een duurzame palingkwekerij is te zorgen dat de dieren zich überhaupt voortplanten, want ze hebben hun lange migratie nodig om geslachtsrijp te worden. Je kunt ze nu alleen kunstmatig zo ver krijgen door een vijf maanden durende hormoonbehandeling met wekelijkse injecties. Een arbeidsintensieve, dure en nogal dieronvriendelijke methode. Onzeker bovendien.

Pasta

Als het al lukt palinglarven te kweken, is het volgende probleem die ook in leven te houden. Niemand heeft de larven ooit in het wild waargenomen, laat staan ze zien eten, en niemand weet dus wat ze precies eten. De Japanners hebben een soort voer ontwikkeld dat bestaat uit haaieneierenpasta met vitaminen, maar die pasta gaat in een bak snel rotten, en of de larven het echt lusten is de vraag.

Dat moet anders kunnen, dachten ze zes jaar terug in Leiden. Visfysioloog Guido van den Thillart en moleculair bioloog Herman Spaink van biotechnologiebedrijf ZF-screens ontwikkelden eerder genetisch gemodificeerde cellen van zebravis-embryo's voor de productie van hormonen en voor het testen van medicijnen. Als kenners van visreproductie besloten ze zich op de paling te storten.

Het rijpingsproces van palingen, legt Van den Thillart uit, wordt opgewekt door twee geslachtshormonen uit de hypofyse, FSH en LH. Het idee was het wekelijks injecteren van die hormonen (feitelijk 'hypofyse-extract' uit andere vissen) te vervangen door het inspuiten van genetisch veranderde cellen. 'Via zo'n implantaat, een soort kunsthypofyse, gaan de palingen de hormonen zelf aanmaken.'

Deze 'celtherapie' heeft vele voordelen: het rijpingsproces wordt niet alleen onafhankelijk van het seizoen of de migratie, maar de injectie is ook eenmalig, levert voor de dieren minder stress op, en biedt een geleidelijke afgifte van hormonen, in plaats van een wekelijkse shot.

Het onderzoek liep voorspoedig. Het lukte al snel om palingen met celinjecties paairijp te maken. In 2008 kwamen de eerste larven en inmiddels ligt er een gepatenteerde techniek, ZF-Implant. Dat is overigens pas fase 1 van het project, zegt Van den Thillart. Fase 2 is het vinden van het juiste larvenvoer - vermoedelijk zoöplankton - fase 3 het identificeren van genetische kenmerken waarmee je vooraf de geschiktste kweekdieren kunt selecteren.

Om verder te kunnen was wel meer geld nodig, met name voor een grote 'reproductiefaciliteit'. Gelukkig voor de wetenschappers meldde zich de Volendammer palingwereld, verenigd in de business club van FC Volendam. Het dorp ziet het verdwijnen van de paling en daarmee een stuk lokale cultuur met lede ogen aan en wil de nieuwe kweekmethode graag naar Volendam halen. Het moet een Volendams succesverhaal worden, de wederopstanding van een vissersdorp.

De Volendammer geldschieters steken zo'n 2 miljoen euro in het licentiëren en opschalen van de ZF-Implant-techniek. Er wordt in 2008 een bedrijf opgericht, Volendam Glasaal bv, het rijk, de provincie en de gemeente komen met subsidies over de brug, en februari 2012 wordt een proefkwekerij geopend op een industrieterrein in Volendam. 'We gaan Volendam het wereldcentrum maken van de teelt van Europese glasaal', aldus voorzitter Cees Zwarthoed van Glasaal bv.

Loods

Die proefkwekerij blijkt een eenvoudige loods. Met een quarantaineruimte, waar net gearriveerde palingen in zeewater van buitentemperatuur antichambreren, twee maturatieruimten, waar ze bij 21,5 graden rijpen, een kweekkamer met incubatiesystemen voor bevruchte eitjes en aquaria voor voedertests met larven. Er is ook een klein lab en een slaapkamer voor de aquamanager, Andries Zwaga, want het verzorgen van rijpende palingen is werk voor dag en nacht.

'We houden hier zo'n 75 palingen, zowel wilde Europese en Nieuw-Zeelandse paling, als kweekpaling', zegt Zwaga, een marien bioloog en visteeltspecialist die in Frankrijk aan tarbot werkte en op Madagaskar aan Afrikaanse paling. Alle bakken zijn dichtgeschroefd, want palingen kunnen zich als ware Houdini's door de kleinste openingen wurmen. Zwemtunnels zoals in het Leidse Gorlaeus-laboratorium zijn er niet. 'Zwemmen lijkt voor de rijping niet uit te maken', aldus Zwaga.

Volgens het bedrijfsplan moeten er dit jaar al larven worden gekweekt - nog niet met het Leidse implantaat maar met gewone hormonen - zodat zo snel mogelijk kan worden begonnen met het testen van voer. Zover is het nog niet, zegt Zwaga. 'Je kunt met dieren niet strak plannen.' De eerste lichting palingen legde eitjes, maar de larven kwamen niet uit. De tweede lichting legde geen eitjes, omdat ze te lang in de wacht hadden gestaan. De derde lichting lijkt echter veelbelovend, want ze reageren goed op de behandeling.

Vandaag gaan we een nieuwe poging wagen. Zwaga schroeft een bak open en toont de kandidaten: vier mannetjespalingen, elk ruim 300 gram zwaar, die zich verstoppen in een pvc-buis op de bodem, en een vrouwtje van wel 1.700 gram, dat gisteren nog een laatste hormoonspuit heeft gehad en nu getuige haar indrukwekkende omvang en uitpuilende rode cloaca bijna aan kuitschieten toe is.

Zwaga gaat eerst de mannetjes 'afstrijken'. Hij stopt ze in een emmer water met een druppel kruidnagelolie - een verdovingsmiddeltje dat ze sloom en beter hanteerbaar maakt. Daarna scant hij de identificatiechip onder hun vel, legt ze op een natte doek en begint hun buik te masseren. Het sperma vloeit eruit. Het wordt opgezogen met een injectiespuit, op ijs gelegd en later onder de microscoop gecontroleerd op beweeglijkheid. Belangrijk, want die neemt al na 10 seconden af.

Onderzoeker Van den Thillart in Leiden hoopt dat Volendam komend jaar kan overstappen op zijn nieuwe celtherapie, maar dan niet met cellen van zebravis maar van paling. De eerste cellijnen zijn al gekweekt, uit hypofyse- en huidcellen. Als die goed blijven delen, worden er stukjes dna ingebouwd zodat ze palinghormonen gaan produceren. Eind dit jaar moet het implantaat beschikbaar zijn.

Tegen die tijd denkt Zwaga zicht te hebben op het voer dat hij nodig heeft. Dat gaat hij doen door voermengsels van viskwekerijen uit te proberen, vooral dierlijk plankton. 'Kijken wat werkt en dat dan zelf gaan kweken.' Hoe weet je of iets werkt? 'Doordat de larven in leven blijven. Je kunt trouwens ook met de microscoop zien of ze gegeten hebben.' Hij toont een close-up van een larve: een week na uitkomen is de dooierzak op zijn buik leeg en heeft hij een vervaarlijke bek gekregen.

Het palingvrouwtje is intussen nog steeds niet klaar voor het afstrijken. Dit kan wel tot vanavond duren, zegt Zwaga. Maar als hij een uur later nog eens voelt, spuit er een straal eitjes uit de buik. 'Bingo!' Vier bakjes vullen we met kuit en op het eind wat bloed en ovariumweefsel, alsof we haar letterlijk hebben uitgeperst. Soms gaat het makkelijker, zegt Zwaga, maar hij is tevreden met de opbrengst: 350 gram, bijna een miljoen eitjes. Vanavond zal hij haar nog eens afstrijken.

Dan is het tijd voor het moment suprême, de paling-ivf. Zwaga mengt het sperma van de vier mannetjes tot een egale massa. 'Het moet de consistentie van behangplaksel hebben, zeggen we altijd.' Hij schenkt er gefilterd, uv-bestraald zeewater bij, om de zaadcellen te activeren, en sprenkelt het dan hup, over de bakken met eitjes. Die kiept hij daarna leeg in de incubatietanks, waar een lichte beluchting ze in beweging zal houden. Vanavond zal hij kijken of de eitjes zijn bevrucht. Zo ja, dan heeft hij over 48 uur larven.

De vrouwtjespaling ligt bij te komen in haar bak. Florissant ziet ze er niet uit. Zo is het altijd na het afstrijken, zegt Zwaga. De dieren blijven apathisch en graatmager achter - alleen nog huid, ruggengraat en een beetje spierweefsel, want de ingewanden zijn al eerder weggeteerd. In de natuur gaan ze nu snel dood. Hier krijgen ze euthanasie, volgens protocol. 'Een echte opoffering voor het nageslacht.'

Een aantal dagen na de afstrijkséance bellen we Andries Zwaga. Er zijn weer geen larven uitgekomen, zegt hij. Hij moet nog uitzoeken hoe dat komt. 'Tja, het gaat zeker nog een aantal jaren duren voordat we dit proces beheersen, en dan moeten we het natuurlijk nog opschalen. Maar ooit gaat het lukken.'

Maar hoe krijg je de aal zo ver dat hij zich in gevangenschap voortplant?

Rode kolom

Paling wordt overal ter wereld gegeten. In Nederland natuurlijk vooral gerookt een delicatesse, in Japan gegrild, als kabayaki. Het is een vette vis vol gezonde omega-3-vetzuren. Staat in de Viswijzer helaas in de rode kolom: liever niet.

Taaie vissen

Palingen zijn taaie vissen met bijzondere eigenschappen. Het zijn zeer efficiënte zwemmers, ze zijn bestand tegen extreme waterdruk en temperaturen, ze steken bij vochtig weer rustig een weilandje over en ze kunnen heel oud worden; het Nederlands record (gemeten aan gehoorbeentjes) is 88 jaar.

VAN KUIT TOT PALING

Voor zo'n geliefde consumptievis heeft de Europese paling (Anguilla anguilla - er zijn ook Amerikaanse, Japanse en Australische palingen) zijn bijzondere levenscyclus goed verborgen weten te houden. Hij paait vermoedelijk in de Sargassozee, in de buurt van Bermuda, waar de larven uit het ei kruipen en aan hun 3000 tot 6000 kilometer lange trek naar Europa beginnen. Tijdens die reis, die een tot twee jaar kan duren, ontwikkelen ze zich eerst tot doorzichtige 'wilgenbladlarven' en vervolgens tot glasalen. Als ze de rivieren opzwemmen, krijgen ze kleur en veranderen in gele en later rode alen, jonge palingen.

Vrouwtjes leven tien tot twaalf jaar en soms veel langer in de binnenwateren (mannetjes drie tot zes jaar), tot ze het puberstadium van schieralen bereiken, klaar om naar de paaigronden te trekken. Ze worden vet, verkleuren en krijgen grotere borstvinnen en dito ogen, aanpassingen aan sterke oceaanstromingen en donkere diepten. Tijdens de vijf tot zes maanden durende trek worden ze geslachtsrijp. Ze zwemmen, eten niet meer en leven van hun vetreserves. Vrouwtjes zetten meer dan de helft van hun gewicht om in eitjes, soms wel 1,5 miljoen.

In de Sargassozee treffen de palingen elkaar. Hoe weten we niet, want volwassen palingen zijn in het wild nooit waargenomen. Aangenomen wordt dat ze op 200 tot 300 meter diepte paaien, op locaties afhankelijk van het 'saliniteitsfront' en van door passaatwinden samengedreven zeestromingen. Het paaien gebeurt bij nieuwe maan, om hom en kuit (meermalen) gelijktijdig zo dicht mogelijk samen te brengen. Daarna sterven de dieren, totaal uitgeput. Vermoeden we.

undefined

Meer over