Sjostakovitsj flitsend en helder, maar zonder plezier

Langer dan twintig jaar kunnen de broers Renaud en Gautier Capuçon nog niet samenspelen, want de jongste van de twee, cellist Gautier, is nog maar vierentwintig, en de violist Renaud is amper vijf jaar ouder....

Hoewel het Tweede Pianotrio van Dmitri Sjostakovitsj zo'nbeetje de meest afgelikte boterham onder de pianotrio's begintte worden, sorteerde de uitvoering als gebruikelijk groot effect.Sjostakovitsj doet de musici niets cadeau op het punt van klank.Van de eerste troosteloze flageoletten tot de kale, manischeherhalingen van het slotdeel moeten de spelers het stukbevechten, maar dat doen ze met groot overwicht en een uitersteaan expressie, wat leidt tot een ongemeen spannende uitvoering.

Dan is het Pianotrio in Es, Beethovens eersteling in ditgenre, aanmerkelijk minder zwartgallig. De broertjes Capuçonleveren een fraaie tweezang in het Adagio en kruipen behendigonder en over de pianoguirlandes die Braley hen met opvallendflegma toewerpt. Van de Finale maken ze een flitsend en helderbetoog, waarin ze steels binnentrippelende nootjes paren aaneendrachtig tot stand gebrachte explosies en tegendraadseaccenten.

Op een punt schiet het driemanschap schromelijk tekort: ergaat geen greintje plezier uit van hun spel. De beide Capuçonstonen nog vervoering, maar Braley vertrekt geen spier, en datgebrek aan humor klinkt door in hun uitvoeringen. Zo krijgt hetsluitstuk van het programma, Dvoraks Pianotrio in f, een verbetenvertolking, waarbij het drietal zelfs het dansje uit het tweededeel speelt alsof ze de hakken in het zand zetten. Doordat zealdoor tot het uiterste gaan om er zo veel mogelijk klank uit tepersen, hangt er boven hun optreden voortdurend een bord met'Werk in Uitvoering', wat op den duur bepaald een terneerdrukkendeffect heeft.

Meer over