Sjaalman

Het Joods Historisch Museum in Amsterdam houdt zondag 1 mei open dag om de aandacht te vestigen op de semi-permanente tentoonstelling, 'Venter, fabriqueur, fabrikant - Joodse ondernemers en ondernemingen in Nederland, 1796-1940'....

TWEE WEKEN HIELD DE RABBIJN

BIJ DE GRUYTER TOEZICHT

OP DE PAASHAZENPRODUKTIE

Aanvankelijk bleven zij zich voornamelijk bewegen in traditioneel vrije (niet bij een gilde ondergebrachte) sectoren, waar ze al langer hun stempel drukten op onder meer de handel in geld en effecten, textiel, het drukkersvak en de diamantbewerking. Maar in de tweede helft van de vorige eeuw waagde menigeen de stap naar grootschaliger ondernemerschap. De textielhandelaar ging stoffen produceren, de veehandelaar richtte zich op de vleesverwerking, de oud-ijzerhandelaar werd metaalindustrieel.

Hetty Berg, Eric Fischer en Thera Wijsenbeek stelden een gedetailleerd en aantrekkelijk geïllustreerd boekwerk samen met dezelfde titel als de expositie, uitgegeven door het museum in samenwerking met het Nederlands Economisch Historisch Archief (NEHA). Venter, fabriqueur, fabrikant (Fl. 49,50) beschrijft de verrichtingen van succesvolle joodse ondernemers in onder meer het grootwinkelbedrijf (Gerzon, Bijenkorf, HEMA, Hirsch & Cie., de Bonneterie, Vroom & Dreesmann), de grafische bedrijfstak en de voedings- en genotmiddelenindustrie (Unilever, Zwanenberg met dochter Organon, Kwatta).

De historica Marlou Schrover wijdt aan de voedselfabricage het hoofdstuk 'Gij zult het bokje niet koken in de melk zijner moeder'. Historisch gezien, schrijft ze, kan de positie van joodse ondernemers in die bedrijfstak mede verklaard worden uit pogingen de eigen gemeenschap in staat te stellen de spijswetten na te leven. Het voeren van een koosjere huishouding is niet eenvoudig en vereist kennis van ingrediënten en fabricageprocessen. De door het opperrabbinaat uitgegeven zogeheten kasjroet-lijsten vormen een hulpmiddel. Zo zijn bijvoorbeeld de sandwichspreads van Heinz, de drank Fristi en Euryza-snelkookrijst niet koosjer, en is Coca-Cola dat heel lang evenmin geweest, tot de fabrikant alsnog essentiële informatie prijsgaf over de geheime samenstelling. Ook niet-joodse ondernemers kunnen koosjere produkten vervaardigen en daarvoor rabbinale goedkeuring verwerven.

De eisen die aan het ongerezen brood werden gesteld dat op het joodse paasfeest en de acht dagen erna wordt gegeten, zijn zeer streng. De matzes mogen niet in een gewone bakkerij worden vervaardigd. Broodfabrikant De Haan bakte er in Amsterdam begin jaren twintig in zo'n apart bedrijf per jaar zo'n vijf tot zes miljoen.

Hoe streng de controle op de produktie behoorde te zijn, blijkt uit een voetnoot over koosjere paashazen, die De Gruyter in Den Bosch in de jaren vijftig maakte voor een joods bedrijf in New York, de firma Lemberger. Vanuit Brussel reisde opperrabijn Lebovic met zijn vrouw naar 's-Hertogenbosch om toezicht te houden op de aanmaak van de hazen. Veertien dagen lang volgde de rabbijn op een stoel in de fabriek gezeten het produktieproces. Op geregelde tijden kwam zijn vrouw hem aflossen.

Adriaan de Boer

ZEEUWSE BIBLIOTHEEK BELICHT

OPNIEUW WERK VAN

MAGISTRAAL MARGEDRUKKER

In het verzorgde boekje wordt één pagina in beslag genomen door een foto die bij beoefenaren van het drukkersambacht enige jaloezie zal opwekken. We kijken in een kamer - nee, een zaal - van naar schatting vijftien meter lang en minstens vier meter breed met aan een kant vier hoge ramen die van vloer tot plafond reiken. In deze ruimte staan acht drukpersen opgesteld, waaronder een Victoria-degelpers, een Korrex Berlin-proefpers, een Chandler & Price-degelpers en een Heidelberg-cilinderpers. Op de achtergrond is een batterij letterkasten zichtbaar. Terzijde leunt de bezitter van al dit fraais, de Leidse drukker Gerard Post van der Molen, op een van zijn glimmend gepoetste machines.

De foto staat in Wat baard den Druk, Niet al Geluk! - Werk en materialen van De Ammoniet (De Ammoniet/Zeeuwse Bibliotheek; Fl. 17,-), dat verschijnt bij de gelijknamige tentoonstelling die tot en met 14 mei te bezichtigen is in de Zeeuwse Bibliotheek in Middelburg. In de voorbije decennia heeft deze bibliotheek een grote collectie bibliofiel drukwerk verzameld en met ingang van vorig jaar stelt zij jaarlijks het werk van één private press centraal. De Atalanta Pers van René en Tineke Bakker opende deze reeks, en met het werk van De Ammoniet wordt ditmaal opnieuw de produktie getoond van een van de vakkundigste margedrukkers die Nederland kent.

Als Gerard Post van der Molen in 1978 bij collega-drukker Jan Keijser (destijds al in het bezit van twaalf drukpersen) op bezoek is, raakt hij ter plekke aangestoken door het virus dat in ambachtelijke drukkerskringen niet zelden tot verslavend gedrag leidt. Hij koopt alles wat hij te pakken krijgen: drukpersen, lettermateriaal, ornamenten, oud gereedschap, zetmeubels, letterproeven en antieke vignetten in de vorm van koperen galvano's.

Schokkend is het verhaal over zijn bezoek aan een Haagse drukkerij. De twee hoogbejaarde eigenaars bleken als de dood zo bang om hun oude materialen aan een buitenstaander te verkopen, want ooit gold de regel dat bij bedrijfsbeëindiging een paar mannen van de grafische bond langskwamen om de machines met mokers te vernietigen, dit om te voorkomen dat de grafische bedrijfstak door beunhazen zou worden geïnfiltreerd. Om het vernietigingsproces te versnellen wierp men eerst een hamer in een draaiende drukpers; de drukker kreeg de schrootwaarde uitgekeerd.

Hoe Gerard Post van der Molen ook soebatte, de persen kreeg hij niet, maar wel een paar kasten met vrijwel ongebruikte houten letters uit het begin van deze eeuw en een kast met Hollandse Mediaeval, beroemd ontwerp van S.H. de Roos. In deze letter zet hij onder meer zijn belangrijkste project: Het Groeiboek - Aspecten van de geschiedenis van het Nederlandse boek, waaraan boekexperts als Rudi Ekkart, Dick Dooijes en Bert van Selm bijdragen leverden; abonnees ontvingen tot op heden vijf van de beoogde 25 hoofdstukken.

Niet alleen de letterkeuze is klassiek, ook de typografie van de tekstedities wijkt niet af van de klassieke lijn. De opbouw van de pagina's en de in kleur gedrukte sierletters sluiten aan bij de ontwerpen van de door Van der Molen zo bewonderde De Roos. Is de drukkwaliteit steevast onberispelijk, het luxueuze bindwerk van een Atalanta Pers ontbreekt; de meeste uitgaven hebben een cahiersteek of verschijnen in gevouwen plano's.

Behalve deze boekjes toont de expositie kinderboeken, affiches, postkaarten, Koppermaandagprenten en gelegenheidsdrukwerk; hier laat de drukker, met behulp van een rijk zetarsenaal, zijn speelse hand zien. De afgelopen jaren lagen de persen van De Ammoniet stil. Het in 1991 argeloos verworven pand moest vrijwel worden afgebroken wegens vervuilde grond. Inmiddels is de drukkerij annex woonhuis uit de modder herrezen en ligt deel zes van Het Groeiboek drukklaar.

Hub. Hubben

Meer over