Sitar Hero

The Beatles, The Rolling Stones, The Kinks, Shocking Blue - allemaal gebruikten ze de sitar in hun songs. Dankzij Ravi Shankar.

DOORMENNO POT FOTOMICHAEL OCHS / GETTY

De gehele Woodstockgeneratie weet dat de dinsdag overleden Ravi Shankar rond 1970 een uitheemse superster in de westerse rockmuziek was, maar wie kan een studioalbum van de Indiase sitarspeler noemen, of een door hem geschreven nummer?

Meer dan met welk muziekstuk ook schreef Ravi Shankar muziekgeschiedenis met een gevatte opmerking tegen het publiek.

1 augustus 1971, Madison Square Garden, benefietconcert voor noodlijdend Bangladesh. Organisator George Harrison, sinds ruim een jaar ex-Beatle, kondigt Shankar aan, die een lange introductie houdt en vervolgens een stukje speelt. Bewonderend applaus. Ooohh en aaaahh.

'Dank u', zegt Shankar. 'Als u het stemmen al zo prachtig vond, hoop ik dat u van de muziek nóg meer zult genieten.'

Dinsdag overleed Shankar in de Californische kustplaats La Jolla, bij San Diego. Al op 6 december was hij opgenomen in het Scripps Memorial Hospital met ademhalingsproblemen en hartklachten. Hij was 92 jaar.

Met zijn droogkomische opmerking in New York onderstreepte hij zijn eigen populariteit in die jaren, en ook de populariteit van Indiase muziek onder rocksterren en hippies, maar hij legde ook subtiel de vinger op het snobisme dat daarbij kwam kijken. Je hoorde het als hippie prachtig te vinden wanneer Shankar, zoals tijdens het beroemde Monterey Pop Festival (1967) vier uur lang (vier!) op zijn sitar kwam spelen.

De muzikale loopbaan van Ravi Shankar (Bengaalse geboortenaam: Robindro Shaunkor Chowdhury) omspant acht decennia. Als 13-jarig jongetje maakte hij als lid van de dansgroep van zijn broer al tournees door India en Europa. Hij speelde toen al sitar. Van 1938 tot 1944 werd hij klassiek geschoold en maakte hij zich talloze technieken en genres eigen: dhrupad, khyal, thumri. In de jaren veertig nam hij platen op, componeerde muziek voor radiostations en balletvoorstellingen en werd een gezien muzikant in India.

De jaren vijftig brachten ook internationale aandacht: hij trad op in de Sovjet-Unie (1954), New York (1955) en nam in Londen zijn eerste internationale album op: Three Ragas (1956), gevolgd door tournees door Europa en de VS, waar hij samenwerkte met grootheden als John Coltrane, die zijn zoon Ravi zou noemen.

Tijdens opnamesessies in de VS hoorden de leden van gitaarband The Byrds Shankar spelen. Ze experimenteerden met het instrument en tipten hun Engelse vriend Harrison, die voor het eerst een popnummer uitbracht met sitarpartijen, overigens door hemzelf gespeeld: Norwegian Wood (This Bird Has Flown) (1965), van het album Rubber Soul. In 1966 raakte Harrison bevriend met Shankar en ging hij hem in de leer als sitarspeler, om daarna nog een handvol Beatles-nummers met sitarpartijen op te nemen.

Zonder het te weten was Shankar van cruciale invloed op het geluid van de popmuziek in de hippiejaren. De sitar werd een rage. Paint It Black van The Rolling Stones werd in 1966 een sitarwereldhit. The Monkees, The Kinks, The Animals, The Moody Blues, Traffic en The Pretty Things volgden, en in Nederland Brainbox, Golden Earring en vooral Shocking Blue.

Shankar zelf (door studenten als Harrison vaak 'pandit' genoemd: Sanskriet voor leermeester) deed zijn beroemdste optredens op drie Amerikaanse festivals: tussen Monterey (1967) en The Concert For Bangladesh (1971) speelde hij in 1969 35 minuten op Woodstock.

Aanbidding op dergelijke schaal zou hem daarna nooit meer ten deel vallen, maar hij mocht zijn leven lang onderscheidingen en eredoctoraten in ontvangst blijven nemen.

Zijn grootste muzikale succes ná de jaren zeventig was zijn muziek bij de film Gandhi (1982), waarvoor hij een Oscar kreeg. Sinds 2002 verkocht vooral zijn dochter Norah Jones miljoenen platen. Zelf bleef Shankar altijd optreden, tot een maand voor zijn dood.

De erfenis van Ravi Shankar raakte uit de mode, maar is nooit verdwenen uit de popmuziek: Shakira, Oasis, Kula Shaker, Metallica en Tool; allemaal grepen ze naar de sitar. Altijd viel dan weer de naam Ravi Shankar en zo zal het blijven.

De eerste sitarpopsing

Norwegian Wood van The Beatles (opgenomen in oktober 1965, uitgebracht op 3 december van dat jaar) geldt als het eerste popliedje waarin de sitar wordt bespeeld, maar het had ook anders kunnen lopen. George Harrison werd op de muziek van Ravi Shankar gewezen door David Crosby van The Byrds, die het instrument al eerder bespeelde, maar langer wachtte met opnemen en uitbrengen. De Engelse band

The Yardbirds nam vóór The Beatles een nummer met sitarpartij op (Heart Full Of Soul), maar die opname bleef op de plank liggen: de in juni 1965 uitgebrachte versie van dat nummer was sitarloos.

undefined

Meer over