Sint-Walburgiskerk gerestaureerd

Het fraai uitgevoerde boek De Sint-Walburgiskerk in Zutphen - Momenten uit de geschiedenis van een middeleeuwse kerk is door deskundigen geschreven en bevat een schat aan gegevens, maar pas in het achtste hoofdstuk komt antwoord op de voor de hand liggende vraag wie de heilige Walburgis is....

Maar waarom werd een in de elfde eeuw gebouwde kerk aan de IJssel naar een Beierse heilige genoemd? Waarschijnlijk omdat de Utrechtse bisschop Burchard, die in 1105 de kerk aan de heilige Walburgis wijdde, uit Beieren kwam.

Vorig jaar werd de restauratie van de kerk, die jaren in beslag nam, voltooid en ter gelegenheid daarvan is De Sint-Walburgiskerk in Zutphen (Walburg Pers; * 79,50) gemaakt, waarin dertien auteurs mede op basis van archeologisch onderzoek een veelomvattend beeld schetsen van het oude Zutphen en vooral van de Walburgiskerk en de bekende Librije, de rond 1562 gebouwde bibliotheek van de kerk.

Aan het 's-Gravenhof lag in de Middeleeuwen een palts, een koninklijke burcht, en in het boek wordt onder meer verteld wat daar rond het jaar 1000 op tafel kwam. Want bij opgravingen werd ook een eeuwenoude afvalkuil met etensresten ontdekt. 'Het dagelijkse vleesmenu lijkt dicht bij het tegenwoordig algemeen gangbare menu van veelal jong varkens- en kippenvlees gestaan te hebben', schrijft T.A. Spitzers.

Een interessant hoofdstuk is dat over 'Het kapittel van Sint Walburgis', geschreven door M.R. Hermans. Tot aan de Reformatie was de kerk naast parochiekerk het domein van twaalf kanunniken, die door de graven van Zutphen en later door de graven en hertogen van Gelre werden benoemd. Ze moesten acht keer per etmaal uitvoerig bidden, en werden daarvoor goed betaald, in natura maar ook in geld. Dat laatste hadden ze liever niet, schrijft Hermans, aangezien 'die penninck dyckwill mutieret'. Ook eeuwen geleden was er al inflatie.

De jaarlijkse uitkering aan de kanunniken, de prebende, moest deels worden opgebracht door boeren uit de omgeving. Hermans beschrijft een opmerkelijk proces tegen drie boeren die niet wilden betalen. Hij vertelt ook dat de kanunniken niet altijd even vroom en plichtbewust waren. 'Het moet voor de Zutphense parochianen toch een vreemd gezicht zijn geweest om, zittend in het schip van de kerk, te kijken naar het koor, waar een aantal heren kletsend, slapend, heen en weer lopend met van alles bezig was, behalve met datgene waarvoor ze betaald werden.'

Meer over