Sinistere sferen

Met het nieuwe album Tales of Us en een optreden in Paradiso is het tijd voor een gesprek met Alison Goldfrapp, zangeres van het Britse duo Goldfrapp. Het roer moest om. Waarom?

De kater was groot. Head First, het voorlaatste album van het Britse duo Goldfrapp, bestaande uit zangeres-musicus Alison Goldfrapp en componist-musicus Will Gregory, was naar Alison Goldfrapps smaak achteraf toch te veel oppervlakkige 'fun' waarvan weinig beklijfde. Bij het uitspreken van de naam van het album krijgt ze al een wrange trek om haar mond. 'Ik heb er zo'n hekel aan. Alles aan die plaat is gehaast.'

In een Amsterdams hotel vertelt de zangeres dat zij en Gregory het slachtoffer waren geworden van de omstandigheden. Head First was het laatste album dat ze voor EMI maakten. Door de dwingende deadline van de platenmaatschappij moest Head First sneller worden afgemaakt dan het duo lief was.

Goldfrapp zucht: 'Dan kun je gewoonweg niet je hart erin stoppen.' Ze is opgelucht dat ze terug zijn bij het onafhankelijke label Mute. De onvrede over Head First, gecombineerd met de terugkeer naar het Mute-nest, betekende voor Goldfrapp een uitgelezen kans om nu artistiek revanche te nemen. 'Ik wilde me weer wagen aan een onderneming waarvoor ik passie voelde, al moest ik me wel eerst afvragen wat dat dan was, wat ík wilde. Voor Tales of Us ging ik terug naar dingen die me inspireren. Ik ben altijd dol geweest op psychologische thrillers en donkere sprookjes.'

Het contrast tussen het nieuwe album Tales of Us, vorige maand uitgekomen, en Head First (2010) kan haast niet groter. Aan de ene kant is er de nogal bedachte eighties-nostalgie ingekookt tot een videoclip voor de single Alive, vol fluorescerende Olivia Newton John-aerobics en synthdisco. Aan de andere kant nu het zwart-wit van Tales of Us dat achtereenvolgens stemmig, sinister en sensueel is. Kauwgomballenpop versus film noir.

De nummers op Tales of Us zijn eerder feeëriek dan fun; muzikale, associatieve short story's die (bijna) allemaal de namen dragen van Goldfrapps protagonisten. 'Ik heb ervaringen opgeroepen die ik bij het lezen van boeken en het kijken naar films heb. Ik ben dol op dat verliezen van jezelf in een totaal andere wereld, dat je omgeving wegvalt en je helemaal in de huid kruipt van één van de personages. Ik wilde die onderdompeling nu zelf creëren.'

Er waren lievelingen om haar te inspireren. Stranger kent als vertrekpunt een scène uit Carol, een roman van Patricia Highsmith. De hoofdfiguur raakt zo gebiologeerd door een vreemdeling die zich losmaakt uit een menigte, dat een vluchtig huidcontact resulteert in een elektrisch moment. Bij Goldfrapp zoekt een akoestische gitaar toenadering, waarna strijkers zachtjes strelen en de zangeres als in halfslaap zingt: 'Born a mystery you're the inbetween boy or girl.' Meer seksuele ambiguïteit is er te vinden in Annabel, geïnspireerd op het boek met dezelfde titel van Kathleen Winter. Het sinister pulserende Thea verhaalt over een overspelig paar dat moordplannen beraamt op de echtgenote van de man. Goldfrapp speelt de vriendin. Alles verglijdt in een waas waarin zintuigen gedrogeerd lijken door hartstocht of moordlust of beide. Die sterk filmische, dromerige sfeer lijkt een terugkeer naar een eerder album als Felt Mountain (2000), het debuut van het Britse duo, dat door critici jubelend werd ontvangen.

Ook al is het verschil tussen een plaat als Head First en Tales of Us immens, het is voor het duo niets bijzonders om per album radicaal te veranderen van muzikale stijl. Sterker nog, Goldfrapp heeft het vanaf hun debuut zo consistent gedaan dat er een patroon valt op te merken. Bijna elk atmosferisch album wordt opgevolgd door een luchtiger, dansbaarder werk waarin de synthesizers de boventoon voeren. Daarbij hebben de 'popachtiger' albums in de Verenigde Staten steevast meer succes dan de breekbare Felt Mountain-achtigen.

Head First kreeg in de Verenigde Staten een Grammy-nominatie en de eerste single Rocket kreeg een toppositie in de dance charts. Je zou haast opzet vermoeden: alsof de marktwaarde van het ene album de garantie is voor het artistiekere avontuur van het andere.

Goldfrapp: 'Nee, echt niet. Ik denk dat zodra je je laat leiden door dat soort commerciële motieven, dit de kus des doods is voor je creativiteit. Het wil ook niet zeggen dat onze meer atmosferische platen me dierbaarder zijn dan de andere. Ik ben nog steeds dol op een album als Supernature (het derde en best verkochte album) en ik raak nooit uitgekeken op een nummer als Strict Machine (straffe glamdisco waar Goldfrapps stem ijl overheen zweeft). Als we het op het podium spelen, voelt het hard, episch en dramatisch: het leeft.'

Misschien verklaart dit de licht vertrokken mond van Goldfrapp: het is niet zozeer het feit dat de nummers van Head First te makkelijk in het gehoor lagen, maar dat de zangeres niet meer in staat is die keer op keer nieuw leven in te blazen.

'Begrijp me goed, ik heb veel lol beleefd aan het schrijven van de nummers van Head First. Pas toen we ze live gingen spelen, realiseerde ik me dat ik er weinig mee heb. Het voelde aan als wegwerpmuziek, we spelen ze ook niet meer. Uiteindelijk gaat het er toch om of je je werk overtuigend kunt herscheppen. Dat is een indicatie van hoe na het je aan het hart ligt.'

Goldfrapp speelt 21/10 in Paradiso. Uitverkocht

.

undefined

Meer over