track & tracecorona en de kledingindustrie

Sinds corona staat de textielwerker in Azië nog zwakker tegenover de grote modeketens

De modeketens hebben vanwege de coronacrisis bestellingen opgeschort of geschrapt bij hun leveranciers in Azië. Dat heeft desastreuze gevolgen voor de werknemers daar. In Cambodja bleken de regionaal gezien goede arbeidsrechten weinig waard en zitten veel arbeiders opeens zonder inkomen.

Vakbondsleider Kim Sokchan met vrouw en kind. Het stel werkte in dezelfde textielfabriek, die in september dichtging. Beeld Antoine Raab
Vakbondsleider Kim Sokchan met vrouw en kind. Het stel werkte in dezelfde textielfabriek, die in september dichtging.Beeld Antoine Raab

Toen de 36-jarige Cambodjaanse textielarbeider Chhim Sarin vorig jaar september naar de fabriek kwam om zijn loon op te halen, trof hij een vreemde situatie aan. Van de Chinese directie ontbrak elk spoor. Wel stond er een ambtenaar van het ministerie van Arbeid, die Chhim en zijn collega’s toesprak: ‘Blijf kalm, jullie krijgen allemaal betaald.’

Dat was een leugen, bleek later. In november werd bekend dat het ministerie de machines en de stoffen uit de fabriek had verkocht. Uit de boedelopbrengst kreeg iedereen 125 euro uitgekeerd, terwijl ze recht hadden op bijna het dubbele. Meer kon het ministerie niet voor ze doen, zeiden ze.

Een half jaar later is Chhim nog altijd boos, vertelt hij onder het golfplaten afdak van zijn huis in Takeo, twee uur rijden ten zuiden van Phnom Penh, waar tien magere kippen over het erf scharrelen. ‘Ik was er altijd voor ze. Ik heb zelfs tijdens de uitbraak van het coronavirus voor ze gewerkt. En dan kunnen ze niet eens het fatsoen opbrengen me netjes te betalen?’

Machtsverhoudingen

Toch zijn fabrieken ook slachtoffer van de pandemie, zegt Ken Loo van de Cambodjaanse alliantie van kledingfabrieken. ‘Het is echt geen pretje om de deuren te moeten sluiten. Dat doe je alleen als je echt geen licht meer ziet aan het eind van de tunnel.’

Bovendien, meent Loo, staan producenten zwak tegenover modemerken.

Dat bleek half januari nog maar eens toen Hema per direct alle bestellingen schrapte die de winkelketen tot half april had lopen bij zijn Aziatische leveranciers. Het bedrijf verlengde ook de betalingstermijnen voor wat al was geleverd. De afspraken werden ‘eenzijdig’ aangepast, oftewel: zonder inspraak van de producent.

Eerder deden andere kledinggiganten, waaronder C&A, iets soortgelijks, met desastreuze gevolgen verderop in de handelsketen.

Chhim Sarin thuis in Takeo met zijn dochter. Een half jaar geleden verloor hij zijn baan in een textielfabriek. Sindsdien komen hij en zijn vrouw nog maar moeilijk rond. Beeld Antoine Raab
Chhim Sarin thuis in Takeo met zijn dochter. Een half jaar geleden verloor hij zijn baan in een textielfabriek. Sindsdien komen hij en zijn vrouw nog maar moeilijk rond.Beeld Antoine Raab

Ze konden niet anders, zeggen de modemerken zelf. Winkels gingen dicht, de cashflow stokte. ‘We hebben uit voorzorg een drastische en onmiddellijke beslissing moeten nemen, gelet op de ongekende crisissituatie. Geen merk was hierop voorbereid’, zegt C&A in een reactie. Het Nederlandse bedrijf openbaart geen cijfers, maar gaat uit van een omzetverlies ‘met dubbele cijfers’.

De verontwaardiging onder ngo’s die ijveren voor een eerlijke kledingindustrie en kritische consumenten was er niet minder om. Nadat veel modeketens hun orders hadden geannuleerd, probeerden actiegroepen met hashtags #PayUp en #PayYourWorkers de scrollende consument op sociale media te betrekken. Daarop zegden sommige retailers toe de uitstaande orders alsnog te betalen. Daaronder ook C&A, dat overigens stelt uit eigen beweging aan zijn verplichtingen te hebben voldaan, en slechts spreekt van het ‘opschorten’ van bestellingen.

Compromis

‘In de overeenkomsten die we met de kopers hadden, stonden natuurlijk ook afspraken over annuleringen’, zegt Loo. ‘Maar wat ga je doen? Naar de rechter stappen is kostbaar en tijdrovend. Het is beter een compromis te sluiten, zeker als je in de toekomst zaken wil blijven doen.’

Ook voor de werknemers heeft een rechtsgang weinig zin, meent Loo, omdat de bedrijfsstructuur van de meeste fabrieken zodanig is dat eigenaars niet aansprakelijk kunnen worden gesteld. ‘Bij een faillissement kun je alleen aanspraak maken op wat er nog in de pot zit. Zo werkt het in de meeste landen, ook in Nederland’, zegt Loo. ‘Als de fabrieken draaien, worden de rechten van werknemers hier goed bewaakt. Als ze sluiten, is het een ander verhaal.’

De Cambodjaanse fabrieksarbeider Chhim is niet alleen in zijn misère. Zo’n 70 duizend landgenoten verloren afgelopen jaar plotseling hun baan in een kledingfabriek, vooral door corona. In totaal zijn 800 duizend Cambodjanen werkzaam in de kledingindustrie, de grootste sector van het land. De export van kleding daalde over het hele jaar met 10 procent. Veel fabrieken zagen hun orders geannuleerd of gereduceerd. Zeker 110 werkplaatsen sloten de deuren. In veel gevallen hadden werknemers nog salaris tegoed.

Klap voor de kwetsbaarsten

In andere Aziatische landen was een vergelijkbaar effect te zien. Volgens de Schone Kleren Campagne (SKC), die strijdt voor betere rechten voor textielarbeiders, is er alleen al in de eerste drie maanden van de pandemie 5 miljard euro minder aan loon uitgekeerd. Hoewel de vraag zich enigszins lijkt te herstellen, zijn veel Aziaten weer in de armoede gevallen.

Chhim en zijn vrouw hebben sinds het ontslag moeite om de eindjes aan elkaar te knopen. Alleen zij vond een nieuwe baan in een andere kledingfabriek – ze kan naaien en daar is nog wel behoefte aan. Chhim moet het doen met af en toe een dag werk in de bouw. Vrijwel al het geld dat ze verdienen gaat naar de aflossing van de hypotheek. ‘Maar we moeten ook eten. En onze dochter moet naar school.’

Oud-collega’s van vakbondsleider Kim Sokchan. Na sluiting van de fabriek, die kleding maakte voor de Spaanse keten Cortefiel, verdween de directie met een betalingsachterstand.  Beeld Antoine Raab
Oud-collega’s van vakbondsleider Kim Sokchan. Na sluiting van de fabriek, die kleding maakte voor de Spaanse keten Cortefiel, verdween de directie met een betalingsachterstand.Beeld Antoine Raab

De lange, pezige arbeider werkte sinds 2013 in de fabriek, die 3 kilometer van zijn huis ligt. Ze maakten ondergoed en kinderkleding voor het Britse kledingmerk Next (vijfhonderd winkels in het Verenigd Koninkrijk en Ierland). Chhim bediende de snijschaar van 20 kilo waarmee hij meerdere lagen stof tegelijk in de juiste vorm knipte. Daar konden de naaisters dan mee verder. Hij verdiende voor zes dagen in de week plus overuren 250 euro per maand, een goed salaris voor Cambodjaanse begrippen. Maar de laatste keer dat hij een volledig maandloon ontving, was in februari 2020.

Ngo’s doen al maanden een moreel appèl op de modemerken om zich over de kwetsbare arbeiders in lagelonenlanden te ontfermen. Sinds het instorten van een kledingfabriek in Dhaka, Bangladesh in 2013 (1.134 doden), was de consument niet meer zo direct geconfronteerd met de precaire toestand van de mensen die zijn kleding maken.

Opmars sinds de jaren negentig

De Cambodjaanse kledingindustrie bloeide op nadat het land begin jaren negentig zijn markten had geopend voor buitenlandse investeringen. Producenten profiteerden van de lage lonen en gunstige voorwaarden. Als ‘minst ontwikkeld land’ kreeg Cambodja van de EU en de VS ook nog eens gunstige handelstarieven. Inmiddels is de textielindustrie een van de grootste ter wereld en levert ze kleding af voor merken als Nike, Adidas, Gap, H&M, Marks & Spencer en Uniqlo. De sector zet jaarlijks 6 miljard euro om en is goed voor zo’n driekwart van de Cambodjaanse export. Of de groei doorzet, is de vraag. De grootste afnemer, de EU, schrapte vorig jaar de tariefkorting voor de textielsector, als straf voor de toenemende schendingen van de mensenrechten in Cambodja.

‘De merken zijn koning in een buyer’s market, zij bepalen hoe het eraan toegaat in de hele handelsketen’, zegt Wyger Wentholt van SKC. ‘Daarom spreken wij die bedrijven aan op dingen die misschien juridisch niet letterlijk hun verantwoordelijkheid zijn, maar moreel absoluut wel.’

Net als andere ngo’s die ijveren voor een eerlijke kledingindustrie vraagt SKC de retailers in te staan voor de sociale zekerheid van de arbeiders, door samen met overheden een garantiefonds op te zetten.

De consument

Anderen hopen dat de crisis in textielland de consument in beweging brengt. Uit een recent rapport van consultancybureau McKinsey en vakblad Business of Fashion, waarin wordt vooruitgeblikt op modejaar 2021, blijkt dat consumenten in toenemende mate van modeketens verwachten dat zij duurzaam produceren en goede zorg dragen voor arbeiders, óók in tijden van crisis.

Toch is Natascha van der Velden, gepromoveerd onderzoeker aan de TU Delft op het gebied van duurzame kleding, sceptisch. ‘Ik zie zo gauw nog niets veranderen. Sommigen willen de consument aankijken op de praktijken van de industrie, maar die weet ook vaak niet waar hij wel of niet goed aan doet. Hij koopt wat wordt aangeboden.’

Van der Velden trekt een parallel met de ramp in Dhaka in 2013: ‘Toen zou ook alles anders worden, maar de machine denderde gewoon door. De zucht bij merken naar steeds weer goedkoper zal groot blijven. Pogingen tot verbetering van arbeidsomstandigheden zijn vaak vrijwillig, dat geeft geen slagkracht.’

Ook uit het rapport van McKinsey blijkt dat het zwaartepunt voor de hele industrie post-covid bij economisch herstel ligt en veel minder bij sociale verandering.

De fabrieken zagen de markt recentelijk weer wat aantrekken. Tegelijk neemt de druk van de modemerken toe. Sommige merken bedingen sinds de crisis kortingen bij leveranciers, die zich zeker nu geen ‘nee’ kunnen veroorloven. Veel fabrieken zien zich zelfs genoodzaakt akkoord te gaan met betalingen onder de kostprijs, zo vond het Center for Workers’ Rights in oktober. ‘De machtsbalans was altijd al scheef, maar door corona is het erger geworden’, aldus Loo van de alliantie van fabrieken. ‘Kopers eisen nu andere betaaltermijnen, soms van wel een half jaar.’

Om tegenwicht te bieden vormen producenten uit zes Aziatische landen sinds januari een ‘gemeenschappelijk front’ tegen de modemerken. Een overkoepelende alliantie moet standaardvoorwaarden formuleren, zoals over de betaaltermijnen, waar kopers en producenten aan moeten voldoen. De nieuwe regels zijn niet afdwingbaar, maar Loo zegt te hopen dat iedereen zich eraan zal houden.

Flexwet

Nadat vorig jaar protesten waren uitgebroken naar aanleiding van de sluiting van de fabriek, kondigde Next – dat zijn winst zag halveren in 2020 – eind januari aan de arbeiders te ondersteunen met geld uit hun ‘charitatieve middelen’. Mede onder druk van het Business and Human Rights Resource Centre keerde Next een bedrag van (X) uit. De ontslagen arbeider Chhim zegt hier niets van te hebben gekregen.

De kwetsbaarheid van de Cambodjaanse arbeiders is opmerkelijk gezien de reputatie die het land heeft opgebouwd als verantwoordelijke textielverwerker. In tegenstelling tot veel andere landen in de regio hebben vakbonden en overheid een soort cao voor de kledingsector afgesloten, inclusief een minimumloon (150 euro) en een 8-urige werkdag – voor zes dagen per week werk.

Kinderarbeid is niet toegestaan en de fabrieken moeten zorgen voor een veilige werkomgeving. Werkgevers en werknemers tekenen daarnaast een contract, vaak voor een half jaar of een jaar. De Cambodjaanse flexwet bepaalt bovendien dat een werknemer na twee jaar een vast contract dient te krijgen.

Tijdens de crisis bleken deze overeenkomsten weinig waard. Fabrieken konden in het voorjaar bij de overheid toestemming vragen om tijdelijke opschorting van de contracten, waardoor ze geen of veel minder loon verschuldigd waren. Hoewel Chhim een halfjaarcontract had, zag hij zijn loon na februari 2020 omlaag schieten. Na bemiddeling van de vakbond kreeg hij de eerste twee maanden 103 euro uitbetaald. In mei keerde de fabriek nog slechts 25 euro uit, aangevuld met 33 euro uit het noodfonds van de Cambodjaanse overheid. In juni ontving hij niets meer. In augustus was er weer werk, maar dat was de maand waarover hij nooit salaris heeft ontvangen.

‘Het is nou eenmaal corona’

null Beeld

Ook voor de vakbonden is het lastig opkomen voor de arbeiders. Vakbondsleider Kim Sokchan (35) leidde namens zijn 730 collega’s de gesprekken met het ministerie. Zijn werkgever maakte vrijetijdskleding voor Cortefiel, een van oorsprong Spaanse modeketen die vooral actief is in Europa. Ook deze fabriek sloot in september en ook hier verdween de directie met een betalingsachterstand. ‘Ik heb geklaagd, maar het ministerie zei: het is nou eenmaal corona, iederéén wordt erdoor geraakt. Dat vond ik echt stuitend. Ze geven niks om ons.’

In een reactie zegt Cortefiel niet op de hoogte te zijn van de situatie in de fabriek waarvoor Kim werkte, maar de zaak te zullen onderzoeken. Het Spaanse bedrijf (449 winkels in 43 landen) benadrukt dat het zijn best heeft gedaan om met leveranciers tot overeenkomsten te komen om de pijn van de crisis verzachten, onder meer door bestellingen te verplaatsen naar toekomstige seizoenen.

Kim zegt dat hij voor de keus stond naar de rechter te stappen of het aanbod te accepteren om de boedelopbrengst te delen. ‘Een gang naar de rechter duurt lang. De snelle manier is om alles te verkopen en de meeste werknemers willen snel geld. Bovendien zijn de Chinese bazen toch al weg, die kan ik ook niet zomaar terugvinden.’

Lastig parket

De vakbonden zitten in een lastig parket, omdat ze door de teruggelopen productie ook nog eens minder eisen kunnen stellen. Voorzitter Yang Sophorn van de Cambodjaanse vakbondsalliantie zei onlangs tegen persbureau Reuters dat sommige vakbondsleiders dreigementen hebben ontvangen. Anderen werden ontslagen.

Ook de Cambodjaanse arbeiders willen vooral weer aan de slag. Vakbondsleider Kim zegt dat hij zijn collega’s nog wel heeft opgeroepen te protesteren. ‘Velen verloren al snel hun interesse. Ze accepteerden het en gingen weer verder. Dat maakt het voor mij heel moeilijk.’

De enige meevaller van het faillissement was volgens Kim dat de werknemers de resterende voorraad kleren zelf mochten kopen, met fikse korting. Voor 5 euro per stuk lopen de ontslagen arbeiders nu in truien die ze zelf hebben gemaakt.

Track & Trace

Er is een wereldoorlog gaande. In de frontlinie staan multinationals, consumenten en grootmachten als China en de VS. Wie zijn de winnaars en verliezers? En hoe zie je die handelsoorlog terug in je kledingkast, winkelmandje of smartphone? De Volkskrant gaat op onderzoek uit.

Cambodja laat de wereld fietsen (maar bijna niemand weet dat)

In Cambodja, op de grens met Vietnam, verschijnt de ene na de andere fietsenfabriek. In korte tijd is het land opgeklommen tot in de topvijf van fietsenproducerende grootmachten in de wereld, net na Nederland. Wat is het geheim achter dit succes?

Meer over