Simons' Crusoe levert bloedeloos toneel op

Theater..

Marian Buijs

Het toneel wordt beheerst door een metershoge, zwart glanzende figuur.Zijn voet is zo groot als een acteur. Het is Vrijdag, de slaaf uit RobinsonCrusoe. En hij lijkt de twee kookeilanden en de houten keukentrap tussenzijn gespreide benen zo te kunnen vermorzelen. Hij is stom, zijn tong isuitgerukt, vandaar het idee om hem zo monumentaal en zwijgend aanwezig telaten zijn.

De Zuid-Afrikaanse auteur Coetzee herschreef de 18de-eeuwse klassiekerover twee mannen op een onbewoond eiland. Deze vertelling uit het kolonialetijdperk probeert de schrijver bij te stellen vanuit het perspectief vaneen vrouw. Zijn roman heet Foe (ook Engels voor vijand) en Johan Simonswerkt dat boek nu om tot toneel: Robinson Crusoe, de vrouw en de neger.

Simons lijkt te grossieren in romanbewerkingen na onder meer Platformen De asielzoeker. Maar waarom koos hij in hemelsnaam dit merkwaardigeboek, doordrenkt van filosofische abstracties en raadselachtigeontsporingen? De schrijver probeert begrippen als macht, onderdrukking,vrijheid en identiteit aan de orde te stellen middels de kracht van hetwoord. Maar het is bepaald geen boek dat zich aandient als gedroomdmateriaal voor het toneel.

En dat is te merken. Deze coproductie, samen met München, Leuven enLuxemburg, is gemaakt voor het internationale circuit. De acteurs sprekenDuits met Nederlandse boventiteling. En het zijn niet de minsten die hierspelen. Centrale figuur is André Jung, gelauwerd acteur, als Crusoe en alsschrijver, Defoe. Met zijn zwaarmoedige blik trekt hij zich letterlijk optwee kookeilanden terug en is onophoudelijk in de weer met koken.

Betty Schuurman staat daar tegenover in het wit, met haar alter ego, deDuitse Sylvana Krappatsch in het zwart. Samen verbeelden ze Susan Barton,de vrouw die op Crusoe's eiland aanspoelde en daar een jaar leefde. Nu wilze haar verhaal kwijt over haar belevenissen en haar blik op het machtsspelvan de twee mannen. Eenmaal terug in Engeland probeert ze uit alle machtdat verhaal geschreven te krijgen.

Het vertellende spelen dat de bewerking van een roman verlangt, kennenwe inmiddels. Maar je snakt naar een spetterende dialoog. Dit is naar zijneigen zeggen voorlopig Simons laatste boek dat hij op het toneel zet, maarook het weerbarstigste. De manier waarop Coetzee speelt met begrippen alsfictie en werkelijkheid (hij voert figuren op die haast pureschrijversfantasieën zijn, zoals de plots opduikende dochter die door haarmoeder niet wordt herkend), is onmogelijk te vertalen naar het toneel.

Dat komt ook omdat bewerker Pieter De Buysser zich wel erg trouw aan deroman heeft gehouden, waardoor de problemen uit het boek op het toneelalleen maar worden vergroot. Een boek kun je even wegleggen om je eigenbetekenis te geven aan raadselachtige passages of om vrij te associëren.Toneel biedt die gelegenheid niet en naarmate de voorstelling vordert neemtde onhelderheid en dus het onbegrip alleen maar toe.

Het verrassende begin ontspoort meer en meer in een bloedeloze, veel teliteraire onderneming. Ondanks de uitstekende spelers komt de voorstellingniet tot leven. Te statisch, te spanningsloos en te weinig concreet.

De oogst is wat gefilosofeer over hoe weinig we eigenlijk weten vanandere mensen, dat we allemaal eilanden blijven en dat Susans zoektochtnaar de waarheid op niets uitloopt. En dat is wel een erg schrale oogst.

Marian Buijs

Meer over