Shoppen aan het Spaarne

KWESTIE VAN TELLEN, ZEGT DE CENTRUMMANAGER, DAT HAARLEM TOT BESTE WINKELSTAD IS GEKOZEN. MAAR ER IS MEER...

Er bestaat een gezegde onder winkeliers: als je in Haarlem een winkel kunt runnen, dan lukt je dat overal. Haarlemmers schijnen stug te zijn, terughoudend en geboren met de hand op de knip. Nergens anders in Nederland krijg je tijdens een wandeling door de binnenstad zoveel gratis producten aangeboden als hier - nieuwe drankjes, nootjes, repen, tijdschriften; want ook in de marketing geldt: smeer een Haarlemmer iets aan en de rest van het land volgt vanzelf.

Toch maakte het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vorige maand bekend dat Haarlem voor de tweede keer (de eerste keer was in 1996) is verkozen tot de beste winkelstad van Nederland. Blijkbaar is het met die kooplust niet zo ernstig gesteld als wordt beweerd. In de binnenstad floreren niet alleen de grote ketens, ook individuele ondernemers in de kleine straatjes daaromheen (hippe ateliertjes waar zelfgemaakte tassen en omgebouwde kleding wordt verkocht) kunnen hier bestaan.

'Haarlemmers zijn hondstrouw', zegt Dennis Weening, eigenaar van Dennis' Flowers in de Koningstraat, vlakbij de Grote Markt. Het grootste deel van zijn klantenkring, particulieren en bedrijven, koopt al jaren bij hem. Ook toen zijn winkel een paar jaar geleden verhuisde van de centraal gelegen Krocht naar de Koningstraat, een 'B-locatie' volgens veel collega-ondernemers, bleven ze bij hem. En het afgelopen jaar steeg zijn omzet met maar liefst 35 procent. 'Ik ga nooit meer weg uit Haarlem.'

Vijf jaar geleden was dit niet meer dan een snelle route voor wie de drukte van de Grote Houtstraat, de Kalverstraat van Haarlem, wilde vermijden. Ongeverfde achterdeuren, graffiti en slechte verlichting - geen wonder dat niemand het zag zitten toen Dennis' Flowers hiernaartoe verhuisde. Maar in een paar jaar tijd is er veel veranderd: leegstaande panden werden opgeknapt, er kwamen authentiek aandoende straatstenen, en plotseling dook in de Koningstraat de ene na de andere chique winkel op, met dure chocolaatjes, oosters aardewerk en luxe badkamerartikelen.

Hier moet een plan achter zitten; want het is een prestatie om Nederlands beste winkelstad te worden, maar het is een kunst om dat ook te blijven. Om de 9500 vierkante meter aan winkelvloeroppervlakte in de Haarlemse binnenstad zo goed mogelijk te verzorgen en te benutten, loopt er sinds 1999 een Centrummanager rond, hoofd van de Centrummanagement Groep Haarlem (CGH).

Martin de Vries begon ooit zelf als kleine ondernemer en was werkzaam als wethouder. Nu bemiddelt hij dagelijks tussen winkeliers, horecaondernemers, de gemeente en eigenaren van winkelpanden. Hij is naar eigen zeggen 'een superpositivo in het centrum'. In zijn ogen zijn Haarlemmers niet stug maar 'bescheiden'. Zijn doel: een nog beter regionaal koopcentrum.

'Zo'n verkiezing door het CBS is natuurlijk fantastisch', zegt hij. 'Maar in feite is het slechts een berekening: de verschillende soorten winkels per vierkante kilometer. Daar kwam Haarlem uitrollen. Het is nu aan ons om die positie te behouden, want uiteindelijk bepaalt de consument of dit echt de beste winkelstad van Nederland is.'

De vier unique selling points van Haarlem zijn volgens De Vries de diversiteit aan winkels, een horeca die 'perfect aansluit' bij het winkelaanbod, een 'interessant cultureel aanbod' en de monumentale omgeving waarbinnen zich dit allemaal afspeelt. Een snelle test bewijst zijn gelijk. De Warmoesstraat, een kort Anton Pieckstraatje op steenworp afstand van de Toneelschuur en de nieuwe Philharmonie, herbergt niet alleen verschillende kledingboetiekjes, maar ook een ouderwets friethuisje, een antiquariaat, een kookwinkel, een winkel met artikelen uit Turkije en drie lunchgelegenheden.

Toch zal ook Haarlem zo nu en dan moeten knokken tegen het probleem van de oprukkende eenvormigheid: Nederlandse binnensteden die veranderen in slierten Hema-Etos-Kruidvat-Blokker-H & M en niet meer van elkaar te onderscheiden zijn. De Centrummanagementgroep en de gemeente zijn niet blind voor dat gevaar. Vandaar dat winkeliers in de Grote Houtstraat aan strikte regels zijn gebonden: géén reclame voor de monumentale panden, géén vlaggen ('vinden we armoeiig') en regelmatig overleg tussen de verschillende belanghebbenden.

Volgend jaar gaat de lange winkelstraat op de schop, vertelt De Vries. Er komt nieuwe bestrating en betere verlichting. 'Vroeger presenteerde de gemeente zo'n plan gewoon patsboem aan de winkeliers. Nu wordt er een festival aan verbonden om mensen er actief bij te betrekken en enthousiast te maken.' In de hoop dat die stugge, bescheiden Haarlemmers nu eindelijk zichzelf eens gaan verkopen.

Meer over