Sheila Sitalsing: we veren pas op als een buitenlandse verslaggever zich verwondert

Sheila Sitalsing. Beeld de Volkskrant
Sheila Sitalsing.Beeld de Volkskrant

Van alle buitenlandse kranten, tv-programma's, tijdschriften en andere media die hier massaal zijn neergestreken met het kennelijke idee dat ze verslag komen doen vanuit de loopgraven bij de Somme, is het moeilijk kiezen wie mijn favoriet is. Uit alle windstreken zijn ze hierheen gevlogen. Uit Spanje, uit Canada, uit het verre Oosten en het nabije Oosten, uit Latijns-Amerika, uit elk denkbaar West-Europees land. Elke Volendammer is inmiddels geïnterviewd in diverse talen. Dat levert bijzondere kopij op.

Van de collega's van het Belgische opinieblad Knack bijvoorbeeld, met een aparte observatie in een groot stuk over Nederland - of eigenlijk over Geert Wilders, want de grote blonde roerganger krijgt meer buitenlandse aandacht dan goed is voor een buitenlanderschuw mens. In dat stuk, waarin ze reppen van 'een polonaise op klompen', schrijven ze dat Wilders 'alleen interviews geeft aan opiniebladen als Story en Privé'.

Hallucinant was een artikel van The Times, een Britse krant die afgelopen januari kostbare kolommen wijdde aan Thierry Baudet, de pianospeler annex opruier annex blaffer naar de maan die volgens zijn eigen 'interne peilingen' minimaal acht zetels gaat halen, en volgens de iets officiëlere prognoses God op zijn blote knieën mag danken als er een heel klein klapstoeltje in zit, helemaal achterin 's lands grote vergaderzaal. Dat deerde de verslaggever van The Times geenszins, die in een serieus stuk repte van een appetijtelijke jonge man die 'de anti-EU-wonderboy' zou zijn van de Nederlandse verkiezingen, en de 'kingmaker' bovendien. De kingmaker is de spilfiguur, degene die de troeven in handen heeft, die het speelveld bepaalt. Thuis veegden we de lachtranen van onze wangen.

Ronduit geestig is The Economist in een overigens wél uitstekend geïnformeerd stuk, waarin voornoemde spilfiguur en wonderjongen in één regel wordt afgedaan als 'een snoevende eurosceptische intellectueel'. In datzelfde artikel besteedt The Economist ook twee welwillende alinea's aan GeenPeil, waarmee het niet alleen het vermoedelijk enige buitenlandse medium is dat stemkastje Jan Dijkgraaf kolomruimte gunt, maar ook een van de weinige binnenlandse media. Zelf was ik Dijkgraaf allang vergeten, totdat ik gisteren in de Volkskrant las dat hij zich te pletter foldert zonder dat iemand dat door heeft.

Bijzonder zijn ook de talloze portretten van Geert Wilders - de obsessie van buitenlandse media met de grote blonde roerganger is zo mogelijk nog groter dan onze eigen Wildersmanie. Ik las columns en commentaren van Britten, Amerikanen, Spanjaarden en talloze anderen die 'medelijden hebben met de Nederlanders'. Commentatoren aan wie kennelijk vijftien jaar Nederlandse politiek voorbij is gegaan en die nu pas doorhebben dat er in de Nederlandse politiek heel wat mag worden gezegd over moslims en over migranten. Verslaggevers die voor het eerst kennisnemen van de opvattingen van Wilders en een geschoktheid tentoon spreiden die bij ons thuis, murw gebeukt als we zijn, met een vermoeide glimlach wordt onthaald.

Zo gewend zijn wij al aan de onbeschoftheid, de ongrondwettelijkheid, het onversneden racisme, de haat, de vuilspuiterij, dat we pas weer opveren als een buitenlandse verslaggever zich verwondert over de verlegde grenzen in het Nederlandse debat.

Meer over