Shakespeare met en zonder diepte

Hun koffie laten de bezoekers er even voor staan. Want het is vechten geblazen in de foyer tussen een woedende dame en een irritant stelletje corpsballen....

De voorstelling is nog niet eens begonnen, maar insiders weten dat dit erbij hoort, want ook dat begin is van Shakespeare, al wordt het meestal weggelaten. Anny van Hoof wilde het per se spelen, voorafgaand aan haar versie van De Feeks. Via die heftige start wordt het publiek het theater in geloodst waar deze heren wel even zullen laten zien hoe je zo'n wilde vrouw klein krijgt.

Van Hoof is een jonge regisseur, net als Dominique Hoste die een andere Shakespeare regisseerde, King Lear bij het Brabantse gezelschap De Wetten van Kepler. Hoe gaan zulke jonge theatermakers om met deze gecompliceerde intriges die heel wat meer vergen dan de amusante niemendalletjes die nu zo en vogue zijn? En welke vorm kiezen ze om Shakespeare genietbaar te maken voor een hedendaags publiek?

Van Hoof is daar wonderwel in geslaagd. Haar Feeks toont met simpele middelen dat Shakespeare veel kan hebben, als je de kern maar intact laat. Tweealf uur houdt ze je bij de les, moeiteloos. Het spel heeft een aangename losheid en bij tijden een heftigheid die doet vermoeden dat alle spelers een fikse cascadetraining achter de rug hebben.

Alleen al de manier waarop Kaatje, de feeks, door haar toekomstige man wordt aangepakt. Hij is een wildeman die er niet tegenop ziet aan een kaarsenkroon door de ruimte te slingeren. Tijdens de huwelijksnacht laat hij zijn bruid slepen met koffers tot ze erbij neervalt. Nachten lang houdt hij haar wakker, ze krijgt geen hap te eten. Zo probeert hij haar eigenzinnige aard te breken.

Die vrouw wordt geweldig gespeeld door Saskia Temmink tegenover een rondrazende Xander Straat als haar kersverse echtgenoot. Als hij zijn bruid tenslotte met zachte hand uitkleedt en haar zweet en tranen afwast, hou je je adem in. Hij behandelt haar als zijn kind. En je weet: onder al zijn wreedheid schuilt echte liefde. Wie dat voelbaar maakt in De Feeks heeft het begrepen.

Op het eerste gezicht lijkt het stuk een pleidooi voor de onderdanigheid van de vrouw, maar Anny van Hoof laat in haar regie de diepere laag zien: een vrouw die haar onverzettelijkheid laat varen en uiteindelijk kiest voor de vrede. Oftewel voor een wijze harmonietussen haar hart en haar hoofd.

Shakespeare doet het nog best, dat bewijst ook de Brabantse King Lear. Dominique Hoste zet een muzikale, toegankelijke voorstelling neer, gesteund door de fraaie vertaling van Peer Wittenbols die hij recent maakte voor Oostpool. De hedendaagse taal strookt perfect met de beweeglijke, fysieke speelstijl. Op het kale toneel met alleen een paar houten plankieren is de steeds wisselende mise-ensc een lust voor het oog.

Net als Van Hoof heeft ook Hoste veel aandacht voor grappige details. Een gek taaltje, spelers die zich openlijk in een maf kostuum hijsen, het is allemaal op zijn plaats.

De spelers zijn jong, maar stuk voor stuk zien ze kans ons in hun spel te laten geloven. Herman van de Wijdeven als Lear is begin veertig, maar dat doet niets af aan de manier waarop hij de kermis in zijn kop voelbaar maakt. Misschien wordt zijn gevoeligheid voor vleierij er zelfs acceptabeler door. Pas aan het slot, bij de dood van zijn lievelingsdochter, krijgt hij het moeilijker.

Hoste kortte het origineel danig in zonder de complexe plot aan te willen tasten. Maar wie een lijvig stuk als King Lear tot twee uur bekort, geeft het drama te weinig adem. Wat overblijft is een wervelend avontuur met grappige momenten. Ziet Van Hoof kans de diepte overeind te houden, Hoste scheert er in volle vaart overheen.

Meer over