Servische para's namen het niet zo nauw

Servische paramilitairen hebben in Nitrovica ook Serviërs vermoord, zegt Vladimir. Zijn achternaam wil hij niet in de krant hebben omdat hij voor een internationale organisatie werkt....

Van onze verslaggeefster Corine de Vries

De paramilitairen, die volgens Vladimir vooral uit Servië, Bosnië en Kroatië kwamen, konden de Albanezen en Serviërs niet goed van elkaar onderscheiden.

'In een Albanese wijk hebben ze ingebroken bij een Servische broer en zus. Voor de ogen van de broer hebben ze diens zus verkracht. Daarna zijn ze beiden vermoord.' Andere Servische inwoners van Nitrovica bevestigen Vladimirs verhaal. De paramilitairen zijn inmiddels naar Servië gevlucht, uit angst voor wraakacties of arrestaties door de KFOR-troepen, vertellen de achtergebleven Serviërs in Nitrovica.

Vladimir: 'Ze hebben ons opgescheept met de ellendige nasleep van hun daden. Voor de gewone Serviërs in Kosovo is het leven bijna onmogelijk geworden. Albanezen beschouwen ons nu allemaal als moordenaars en verkrachters.'

Sinds de KFOR-troepen een maand geleden Kosovo binnentrokken, zijn 160 duizend van de 200 duizend Servische Kosovaren naar Servië gevlucht. Nitrovica is een van de weinige steden in Kosovo waar, mede op aandringen van de NAVO, nog een grote Servische gemeenschap woont.

Van samenleven met de Kosovo-Albanezen is echter geen sprake: de rivier de Ibar houdt de Serviërs in het noordelijke stadsdeel strikt gescheiden van een groeiende populatie teruggekeerde Albanezen aan de zuidoever. Vladimirs moeder, die tussen de Albanezen in het zuiden woonde, is aan het eind van de oorlog naar het noorden gevlucht. In haar huis woont nu een Albanese familie.

'Er valt simpelweg niet meer met de Albanezen te praten', klaagt Vladimir. 'En dat terwijl wij tijdens de NAVO-bombardementen er alles aan gedaan hebben om het huis van de Albanese buurman van mijn moeder te beschermen.'

Om te voorkomen dat paramilitairen het huis zouden leegroven, had Vladimir een groot wit Servisch kruis op de deur geschilderd. Maar het mocht niet baten, na elf weken braken ze toch in. 'Mijn moeder heeft hun nog gesmeekt het huis met rust te laten omdat de bewoner een vriend van haar was. Ze duwden haar opzij en riepen ''Wie Albanese vrienden heeft, is onze vijand''.'

Vladimir is inmiddels al vijf keer aan de overkant van de rivier geweest om de stemming te peilen. 'Die is heel vijandig. Ik kwam een Albanees tegen die voor de oorlog een van mijn beste vrienden was. Hij groette me wel terug, maar er stond een metersdikke denkbeeldige muur tussen.'

Het grootste probleem is volgens Vladimir dat zeker vijftienduizend Albanezen die nu in het zuidelijk deel van Nitrovica rondlopen, helemaal niet uit de omgeving komen. 'Ze zijn hierheen gekomen omdat ze weten dat hier veel Serviërs wonen. Om ons weg te pesten. Ze willen het liefst nog vandaag mijn flat betrekken, en die van mijn vrienden.'

Omdat hij het nu te onveilig vindt in Kosovo, heeft Vladimir zijn vrouw en twee kinderen voorlopig naar Servië gestuurd. Maar hij woont zijn hele leven al in Nitrovica, en zou zijn gezin graag zo snel mogelijk weer laten terugkomen.

Vladimir heeft er geen moeite mee als Nitrovica een Albanese burgemeester krijgt. 'Als hij maar democratisch is. Ik ben niet geïnteresseerd in politiek, ik wil vrede en gerechtigdheid. Maar Slobodan Milosevic is wat de Serviërs hier betreft verleden tijd. Aan hem hebben we al deze ellende te danken. Tien jaar geleden kwam Milosevic aan de macht dankzij Kosovo, nu moet hij weg vanwege Kosovo.'

Meer over