Servische leider Karadzic raakt allengs eenzamer aan de top

Afgelopen weekend liet Radovan Karadzic zich weer zien. Hij droomde hardop van groot-Servië en verweet Slobodan Milosevic dat die in Dayton Servisch Sarajevo heeft verkwanseld....

THE NEW YORK TIMES

New York Times-dienst

BANJA LUKA

Nooit eerder is Radovan Karadzic door figuren uit de Servische oppositie en zelfs leden van zijn eigen partij zo openlijk en zo fel aangevallen. In twee nieuwe tijdschriften en op de legerradio attaqueren Bosnische Serviërs dagelijks de man die zichzelf tot president van Bosnië heeft uitgeroepen. Voornaamste kritiekpunten zijn de dramatische daling van het levenspeil, het verlies van gebieden rond Sarajevo waarvoor vele Bosnisch-Servische soldaten zijn gesneuveld, en het isolement binnen de internationale gemeenschap.

Naarmate Karadzics greep op de gang van zaken zwakker wordt, neemt binnen de door Serviërs beheerste delen van Bosnië de roep toe om hem uit de macht te ontzetten en te berechten als oorlogsmisdadiger - zo niet in Den Haag, dan in Bosnië zelf. In Banja Luka, de intellectuele hoofdstad van de Bosnische Serviërs, lopen al veel langer uitgesproken critici van Karadzic rond, maar ze hebben zich nog nooit zo ongeremd geuit en waren in het verleden ook minder representatief.

Afgaande op uitlatingen van gesprekspartners uit diverse delen van Bosnisch Servië, wordt de eens hartstochtelijk om zijn nationalisme vereerde president langzamerhand de zondebok voor alle gruwelen die in naam van de Servische zaak zijn gepleegd. 'Het is eindelijk tot de Bosnische Serviërs doorgedrongen dat je op basis van een ideologie van bloed en bodem geen waardig leven kunt leiden', meent Miodrag Zivanovic, voorzitter van de Liberale Partij, die nooit achter Karadzic heeft gestaan.

Volgens Zivanovic is nu het voornaamste doel van de oppositie om 'deze oorlogsmisdadigers, zoals Karadzic, voor de rechter te brengen.'

'De Bosnische Serviërs moeten degenen die deze misdaden hebben begaan straffen; anders zullen wij, in de ogen van de wereld, de schuld dragen voor de wreedheden die zij in onze naam hebben gepleegd.'

Karadzics laatste politieke bastion waren de Servische buitenwijken van Sarajevo. Volgens het verdrag van Dayton wordt Sarajevo echter verenigd onder controle van de Bosnische regering.

Dat is een klap waarvan Karadzic niet gauw zal herstellen. De 60 duizend Serviërs rond Sarajevo, die het verdrag van Dayton als verraad beschouwen, lijken zich tegen hem te keren. Dan houdt hij buiten Pale geen achterban meer over.

'Het is een strijd geworden tussen een kleine politieke kliek die wordt aangevoerd door Karadzic en de steun heeft van de Servisch-orthodoxe kerk, en de meerderheid van de Bosnische Serviërs die streven naar een westerse democratische staat, gebaseerd op mensenrechten en een markteconomie.' Dat is de mening van Mladen Ivanic, die vóór de oorlog deel uitmaakte van de Bosnische presidentiële raad en nu aan het hoofd staat van het Servische Intellectuele Forum, dat enkele maanden geleden met Karadzic heeft gebroken.

Ivanic gaat ervan uit dat de Bosnische Serviërs niet de door de leiders te Pale nagestreefde doelen verwerpen, maar wel de middelen die zijn gehanteerd om die doelen te realiseren. 'Ze geven Pale de schuld voor alles wat zo gruwelijk, gruwelijk fout is gegaan', aldus Ivanic.

De leiding rond Karadzic blijkt zich verschrikkelijk te hebben misrekend door zich politiek en militair geheel op Sarajevo te concentreren. Om maar dicht bij Sarajevo te zijn vestigde Karadzic zijn oorlogshoofdstad in het ski-oord Pale. Door zijn obsessie met Sarajevo vervreemdde hij belangrijke politieke en economische leiders uit Banja Luka van zich.

Het is nog te vroeg om te voorspellen wie Karadzics machtspositie, als hij eenmaal is opgestapt, zal erven. Binnen de oppositie maken velen zich in dit verband zorgen over Momcilo Krajisnik, de voorzitter van het parlement van de Bosnische Serviërs. Krajisnik, die in Pale nu veel te vertellen heeft, zou zich als nieuwe sterke man kunnen opwerpen. Hij is een havik en riep als een der eersten op tot de rebellie tegen de Bosnische regering die tot de oorlog leidde.

'In veel opzichten is Karadzic irrelevant geworden', meent Dragutin Ilic, de leider van de door Belgrado gesteunde Socialistische Partij. 'We maken ons veel meer zorgen over Krajisnik. Hij heeft de echte macht. Zijn nationalistische ideologie kan onze droom doorkruisen om opnieuw deel te gaan uitmaken van de internationale gemeenschap.'

Meer over