Serviërs willen in Brcko met iedereen samenleven

Honderdzestig kinderen vullen de lucht in Brod met vrolijk gekakel. Het dorpsschooltje sluit, maar de kinderen blijven nog wat hangen rond een modderveld waarop de jongens tegen een slappe bal aantrappen....

Het schooltje van Brod is splinternieuw, nog nieuwer dan de witte moskee die vorig jaar van internationaal geld is gebouwd. Die moskee is veel mooier dan de oude, die maar van hout was, zegt Ramiza Busevac. Ze kijkt er vanaf haar erf op uit, met haar ene oog. Voor het gat waar het andere oog zat voordat de granaatscherf het wegmaaide, plakt een pleister. Een kunstoog kost geld.

Het huis van Ramiza ziet eruit als bijna alle huizen van Brod. Uit het kapotgeschoten gruis steken blote bakstenen muren omhoog, grof en haastig gemetseld, en op de bovenverdieping ontbreken nog de ruiten. Ook ruiten kosten geld. Maar er zit een dak op en Ramiza is met haar man en drie kinderen weer thuis. 'Zolang als het duurt', zegt ze.

Brod is een voorstadje van de omstreden stad Brcko, en ligt in de Republika Srpska. En met die Serviërs weet je het maar nooit.

Brod lag in een van de zwaarst bevochten frontlinies van de oorlog: aan de ene kant stonden de Serviërs met hun rug tegen de rivier de Sava en verdedigden de smalle corridor die twee stukken Servisch gebied met elkaar verbond. Aan de andere kant lagen de Bosnische Moslims. De frontlijn bewoog nu eens een paar honderd meter naar het zuiden, dan weer een stukje naar het noorden, en in dat heen en weer is Brod tot het laatste huis verpulverd.

Dat was de belangrijkste reden waarom de afgelopen drie jaar geen Serviërs bezit hebben genomen van het dorp. Het bestond niet meer. Er waren dus ook geen Serviërs die uit moslimhuizen verwijderd moesten worden, en dus was het voor de internationale autoriteiten uiterst gemakkelijk de vluchtelingen uit Brod toestemming te geven terug te keren. En daarom zijn er in Brod op dit moment tientallen huizen in aanbouw, en tientallen bewoond.

Brod is voor de internationale autoriteiten het bewijs dat de akkoorden van Dayton werken. In het lokale kantoor van het OHR, het bureau van de Hoge Vertegenwoordiger Carlos Westendorp, in Brcko geeft een grote kaart aan hoe de teruggekeerde vluchtelingen steeds verder 'oprukken naar de stad'. In het district Brcko zijn tot dusver 1283 niet-Servische gezinnen, zo'n vijfduizend mensen, naar hun huizen teruggekeerd. OHR-woordvoerster Montserrat Radigales benadrukt dat dat het beste resultaat is dat in heel Bosnië is bereikt.

Maar ze moet toegeven dat dit alleen de gemakkelijke gevallen zijn. Mensen die terugkeren naar een dorp waar ze in de meerderheid zijn, en waar geen problemen met andere bevolkingsgroepen bestaan. Het ideaal van Dayton, het herstel van het multi-etnische Bosnië van voor de oorlog, komt daarmee niet dichterbij.

Brcko is gevuld met 35 duizend Serviërs, van wie er 28 duizend als vluchteling zijn gekomen en dus wonen in huizen die in 1992 door gevluchte Moslims en Kroaten waren achtergelaten.

Bijna iedereen in Brcko is vluchteling. Petar Basic, kabinetschef van de burgemeester, is 31 mei 1992 uit Zenica weggevlucht, met achterlating van al zijn boeken. Hij wil hij liefst hier in Brcko blijven. Zoals de meeste vluchtelingen. 'Iedereen is nu drie, en soms al zeven jaar hier. Ze zijn eraan gewend geraakt om hier te leven. Voor hen is het beter hier te blijven dan terug te gaan naar een plaats waar ze een derderangs minderheid zullen zijn, ongewenst, bang, en nooit meer in staat hun oude sociale status terug te krijgen. Alleen hier in de Republika Srpska zijn Serviërs niet in de minderheid. Wij willen met iedereen samenleven, maar we willen geen minderheid zijn.'

Brcko is een model voor heel Bosnië. Een model dat volgens het OHR door de aanstaande omvorming van de regio Brcko tot 'neutrale zone' alleen nog maar moet worden versterkt.

Behalve het hoogste aantal teruggekeerde vluchtelingen kent Brcko ook een multi-etnisch gemeentebestuur, een multi-etnisch justitiesysteem en een multi-etnische politie. Vooral die politie functioneert uitstekend - nauwkeurig samengesteld volgens vooraf vastgelegde percentages: 120 Servische, 90 Bosnische, en 20 Kroatische agenten. Het gemeentebestuur - met aan het hoofd een Servische burgemeester en een Kroatische en een Bosnische wethouder - moet daarentegen nog veel leren.

'Maar wat wil je', zegt Basic, 'vergeet niet dat de mensen die hier nu samen aan een tafel zitten drie jaar geleden nog oorlog voerden. Dat ze aan tafel zitten is op zichzelf al een wonder.'

Meer over