Servië heeft EU nodig om met verleden te breken

De campagnes voor de Servische verkiezingen van 11 mei zijn in volle gang. In Servië zelf, maar ook in Nederland. Servische politici, topambtenaren en intellectuelen vliegen af en aan naar Den Haag, want Nederland kan de doorslag geven in de zenuwslopende verkiezingsstrijd tussen Boris Tadic en Vojislav Seselj.

Door Leen Vervaeke

Tadic is geen vrouw en Seselj is niet zwart, maar dat maakt er de Servische competitie niet minder interessant op. Tadic is de leider van een pro-westerse coalitie, die de voortvluchtige Mladic wil oppakken, tot de Europese Unie en de NAVO wil toetreden, en een geweldloze oplossing voor Kosovo (maar geen onafhankelijkheid) wil zoeken. Seselj is een radicale nationalist, die in de gevangenis van Scheveningen zit, aangeklaagd is voor oorlogsmisdaden door het Joegoslavië-Tribunaal, en die grofweg het tegenovergestelde wil als Tadic.

Historische verkiezingen zijn het. Allesbepalend voor de toekomst van Servië en misschien wel voor de hele Balkan. Bloedstollend spannend ook, want Tadic en Seselj liggen in de peilingen nek aan nek. En net dat maakt dat de uitkomst van de titanenstrijd voor een stuk van Nederland afhangt.

Nederland is namelijk het enige EU-land (samen met België, maar dat zou Nederland volgen) dat principieel blijft eisen dat Servië éérst Mladic uitlevert, voor het Stabilisatie en Associatie Akkoord (SAA) met Servië ondertekend wordt.

Dat akkoord is een voorportaal van de onderhandelingen over EU-lidmaatschap, en vooral een Europees schouderklopje voor Servië. Belangrijk, in een land waar veel burgers zich door de EU uitgespuwd, verraden of ongewenst voelen.

De onafhankelijkheid van Kosovo, de vrijspraak van de Kosovaarse strijder Haradinaj, de strenge visumplicht voor Serviërs, de trage voortgang van het EU-toetredingsproces, en vooral de uitleg die nationalistische politici daaraan geven, hebben veel Serviërs overtuigd: de EU wil ons niet.

Een positief signaal van de EU, in de vorm van het SAA, kan de pro-westerse coalitie van Tadic volgens peilingen 3 tot 5 procent extra opleveren. Maar dat is voorlopig buiten Nederland gerekend. Geen wonder dus dat de aanhangers van Tadic de afgelopen weken vaak in Den Haag te vinden waren, om de Nederlandse politici ervan te overtuigen op 29 april – de laatste EU-top voor de Servische verkiezingen – toch het SAA te ondertekenen.

Onvermoeibaar spuien ze met argumenten: dat de meeste Serviërs pro-westers zijn, maar even een zetje nodig hebben. Dat het SAA niet alleen voor Servië belangrijk is, maar voor de hele Balkan. Dat Kroatië het SAA al had gekregen voor de voortvluchtige generaal Gotovina was opgepakt. Dat het SAA nog lang geen EU-lidmaatschap is, en dat de EU Servië ook na het SAA nog onder druk zal kunnen zetten.

Maar het belangrijkste en pijnlijkste argument is dat, als Nederland koppig vasthoudt aan zijn principes, het alleen maar verder van zijn doel – Mladic achter tralies – verwijderd raakt. De Nederlandse houding sterkt de anti-westerse partijen, en duwt Servië in de armen van Rusland. Of zoals een Servische activist aan zijn Haagse toehoorders vroeg: ‘Wil Nederland Servië regeren vanuit een cel in Scheveningen?’

Uitgesproken door Servische politici klinken die argumenten misschien als chantage, maar ze vormen een legitieme wanhoopskreet. Servië wil met zijn verleden breken, maar heeft daarbij hulp nodig.

De Servische, pro-westerse president Boris Tadic (AFP) Beeld AFP
De Servische, pro-westerse president Boris Tadic (AFP)Beeld AFP
Meer over