Sentimenteel op niveau

IN HET hart van het waarschijnlijk luidste geruis van roem dat de muziekgeschiedenis heeft gekend, was het stil. Daar zat Giacomo Puccini en hij tobde....

Kees Fens

Wie hem zag lopen in de hoofdsteden van cultuur en society zal het getob niet hebben vermoed. Zo herinnerde een tijdgenoot hem uit Nice in 1906, hij was toen 58 en het dieptepunt uit zijn leven, de catastrofe van de première van Madame Butterfly in 1904, leek hij te boven gekomen: 'Ik zie hem nu nog over de Promenade des Anglais kuieren, heen en weer, op die ontspannen manier die zo kenmerkend voor hem was. Zo traag was zijn tempo dat het nauwelijks wandelen kon worden genoemd; om de zoveel meter kwam hij tot algehele stilstand, pauzerend om een van zijn eeuwige sigaretten aan te steken of na te denken over een opmerking in de conversatie die hem had geïnteresseerd of geamuseerd. (. . .) Hij besteedde grote zorg aan zijn uiterlijke verschijning en was altijd goed gekleed (. . .) in een donkerblauw pak met witte strepen, met lichte handschoenen en een wandelstok in zijn hand en met zijn breedgerande hoed, die hij dikwijls ook binnenshuis droeg, op een luchtige manier scheef op het hoofd.'

Dat was de eenvoudige jongen uit Lucca (overigens de vijfde generatie van een geslacht van musici) die bij de première van zijn eerste opera, Le villi, in 1884 in een vaalbruin pak, zijn enige, voor het applaus op het podium verscheen en pas negen jaar later met Manon Lescaut aan een weergaloze carrière begon, die hem tot groots uiterlijk vertoon verleidde: verschillende huizen, boten, de duurste hotels. Hij liet zich in de mondaine wereld, die in de eerste jaren van de vorige eeuw haar grootste glorie kende, opnemen, in alle wereldsteden: Londen, Parijs, New York, Buenos Aires en uiteraard de hoofdstad van het toen van muziek gonzende Italië: Milaan. Operahuizen behandelden hem als een koning en gaven hem vorstelijke honoraria. Toch lijkt hij altijd een zachte zoemer te zijn gebleven. De dirigent Fauso Cleva, die Puccini in zijn laatste jaren kende, typeerde hem zo: 'Hij was altijd een heel nostalgische en een heel sentimentele man. En de perfecte gentleman. Ik hoorde hem nooit zijn stem verheffen, hij sprak altijd heel vriendelijk en woog zijn woorden voor ze uit te spreken. Waarom? Hij was bang iemand te beledigen. Hij wilde voor geen prijs iemand pijn doen. Boven alles: Puccini dacht nooit aan zijn eigen belangrijkheid. Hij was heel nederig.'

Sentimentaliteit, - dat was juist de scherpste kritiek op zijn werk.

Hij moet zich altijd een gunsteling van het lot hebben gevoeld. Dat hij bijna alles aan zijn moeder dankte, is hij nooit vergeten. Na de vroege dood van zijn vader zorgde zij dat haar zoon kansen kreeg voor zijn muzikale vorming. Hij is altijd een familieman gebleven, gehecht ook aan zijn geboortegrond en daar alleen echt thuis. (Een biograaf zou 'geboortegrond' in relatie kunnen brengen tot de moeder, van wie hij nooit is losgeraakt).

De twee citaten komen uit de biografie Puccini van Mary Jane Phillips-Matz. Het is een biografie van uiterlijkheden, maar dan een schitterende. Naar geest en karakter van de componist laat de auteur ons raden, verklaringen voor zijn gedrag, laat staan het aanbrengen van verbanden met zijn jeugd (zie boven over de moeder) of algemene karaktertrekken, blijven uit. Zo blijft Puccini's huwelijk met Elvira (een getrouwde vrouw die hij, haar pianoleraar, verleidde; het Abélard-Héloïse verhaal is zich altijd blijven herhalen) raadselachtig, maar van enkele hoog-dramatische jaloezie-scènes krijgen we prachtige beschrijvingen. Over het ontstaan van de opera's - met name over de langdurige moeilijkheden met libretto-schrijvers - is er veel informatie, over de door de componist meestal zelf geleide repetities ook, bij de premières zijn we haast tijdgenoten. Maar over de opera zelf, de eigenheid van de muziek - wat maakt veel werk van Puccini ineens zo modern? - wordt niets geschreven. Zijn muziek krijgt geen 'context', zijn leven des te meer. De biografie roept ook goed - en in de beschrijvingen van de mondaine wereld zelfs spectaculair - een ver verleden tijd op. Ze is ook een stuk Italiaanse muziekgeschiedenis, die van de grote tijd van de opera. Het meeste werk dat het publiek hoorde was niet lang geleden geschreven of pas net voltooid. De muziek was eigentijds en zeker niet voor een elite alleen. Dat kan ook de heftigheid van de reacties, in prijzen of verwerpen, verklaren, het verschil tussen populariteit en scherpte van de kritiek eveneens.

Over de uitvoeringen zelf van de opera's (en die verschilden vaak per plaats) komen we weinig te weten, al schrijft de auteur braaf de namen van alle opvoerenden op die ons op een afstand van ongeveer een eeuw niets meer zeggen. Die van de vele Puccini omringende en naijverige kleinere operacomponisten trouwens ook niet. Wel vormen de vele passages over de grote dirigent (ook een groot karakter) Toscanini een indrukwekkend portret. De biografie mist echter een notenapparaat.

In Turandot, waaraan hij lang werkte, bleef hij steken. De opera bleef onvoltooid en ging pas twee jaar na Puccini's dood, in 1924, in première met een door een andere componist geschreven slot, dat pas onlangs, in de schitterende uitvoering door de Nederlandse Opera, door een heel sober einde van Luciano Berio is vervangen. Die schreef de laatste muziek van Puccini die niet van Puccini is.

Puccini stierf in een kliniek in Brussel, aan keelkanker. Hij werd even groots herdacht als hij in zijn leven was gevierd. Brussel nam op grootse wijze afscheid van hem, heel Italië leek zwart van rouw. De bronzen deuren van de kathedraal van Milaan, waarin de uitvaartplechtigheid werd gehouden, waren afgedekt met een doek waarop de tekst: 'Tranen en gebed voor Giacomo Puccini, die van de aardse glorie opgestegen is naar de hemelse heerlijkheid'.

Zijn hele leven heeft in het teken gestaan van grote sentimenten, die hem wellicht in de ontwikkeling van zijn kunstenaarschap ook hebben belemmerd. De kunst begint na het sentiment, om dan weer sentimenten op te roepen. 'Sentimenteel' - het blijft voor zijn werk een hoonwoord. Op dat niveau wil ik echter graag sentimenteel zijn. Op het niveau van deze biografie ook.

Meer over