Senior keek altijd over zijn schouder mee

George Bush had de onstuitbare drang te bewijzen dat het ook anders kon dan zijn bewonderde vader het deed, blijkt uit de memoires van deze 'rare vogel'. Door Arie Elshout

Er is een tijd geweest dat historici erg hun best deden de mens uit het geschiedverhaal te bannen. Hij werd weggestopt in standen en klassen. De motor van de historische ontwikkeling waren anonieme krachten, zoals de klassenstrijd en het grootkapitaal. Tegenwoordig is geschiedenis weer mensenwerk - het werk van mannen en vrouwen met al hun talenten, zwakheden, gevoeligheden en gektes.


Deze week verschenen de memoires van George Bush, president van de Verenigde Staten van 2001 tot 2009. Heel veel geschiedenis kreeg hij voor zijn kiezen, met in het begin de eerste vijandelijke aanval op de Amerikaanse hoofdstad sinds 1812 en met aan het eind de ineenstorting van het casinokapitalisme. Daartussen maakte hij zelf geschiedenis door twee oorlogen te beginnen, in Afghanistan en Irak.


Hoe hij ook gehaat werd, hij was onmiskenbaar dé man van het eerste decennium van deze eeuw. Het maakt het lezen van zijn boek Decision Points tot een fascinerende ervaring, al was het maar omdat je gaandeweg steeds meer het besef krijgt dat Amerika op een cruciaal moment werd geregeerd door een wel heel onorthodox politicus. Anderen zullen misschien zeggen: een rare vogel.


Honderden pagina's lang worden we meegevoerd aan de hand van een man, die zich soms onthutsend eerlijk, emotioneel en onbeholpen toont, en dan weer ontwijkend, stikeigenwijs en hardvochtig is. De ene keer choqueert hij, de andere is hij innemend, bijna vertederend.


Bush schrijft hoe hij als klierig jongetje wodka in een viskom goot en hoe hij in de tijd dat drank langzamerhand zijn god dreigde te worden, tijdens een familiediner aan een mooie vriendin van zijn vader en moeder vroeg: 'En, hoe is dat nou, seks na je vijftigste?' Bush is er openhartig over, terwijl hij weet dat kritische lezers dit onbehouwen gedrag slechts als een voorbode zullen beschouwen van zijn latere politieke onbeschoftheden. (De vrouw stuurde hem overigens op zijn vijftigste verjaardag een kaartje waarop ze schreef te hopen dat hij nu het antwoord wel zou weten.)


Minder eerlijk, maar wel heel emotioneel is George Bush over de verhouding met zijn vader, George H. W. Bush. De zoon adoreert zijn vader, de gevechtspiloot, de oorlogsheld, de sportman, de goede student, de 41ste president van de VS. Zijn moeder, Barbara, aanbad zijn vader, schrijft hij. 'En ik ook.' Zo sterk zelfs dat de vraag gerechtvaardigd of hier niet sprake is van vadercomplex.


Verver op p2


Zijn woede over 9-11 vertaalde zich in wraakzucht

Vervolg van p1


Biograaf Jacob Weisberg stelde twee jaar geleden in het boek The Bush Tragedy, dat de jonge Bush niks liever wilde dan senior evenaren. Maar toen hij er op de universiteit, op Yale, achter kwam dat hem dit nooit zou lukken, besloot hij zijn tegendeel te worden. Van een insider, zoals zijn patricische vader, werd hij een rebelse buitenstaander.


Hij gedroeg zich als een Texaan, rookte Lucky Strikes zonder filter, ontwikkelde zijn grijns en keek neer op intellectualistische Oostkustsnobs. Als politicus zette hij zich af tegen het trage micromanagement van zijn vader. Hij was van de grote lijnen, de snelheid en liet de uitvoering aan anderen over, constateerde Weisberg.


In zijn boek gaat Bush slechts indirect in op dit soort interpretaties door te benadrukken de steun van zijn vader te hebben gehad. Volgens hem zei die tijdens Kerst 2002: 'Jongen, je weet hoe moeilijk oorlog is, en je moet alles in het werk stellen om oorlog te vermijden. Maar als de man (Saddam, A.E.) niet meewerkt, heb je geen andere keus.'


Maar een feit blijft dat de twee een totaal andere regeerstijl hadden. Het verschil resulteerde in een vader die halt hield bij de grens van Irak en een zoon die doorpakte. Junior had kennelijk de onstuitbare drang om zijn de bewonderde vader te bewijzen dat het ook op zijn manier kon. Het was een vader-zoonkwestie met verreikende gevolgen voor de wereldpolitiek.


Het gevoel dat alle politiek persoonlijk is komt herhaaldelijk boven bij het lezen. De aanslagen van '11 september' raakten iedereen, maar bij Bush vertaalde zijn woede zich meteen in een rauwe wraakzucht. Zij sleet niet maar verhardde zich tot een missie en een agenda. 'Mijn bloed kookte. We zouden erachter komen wie dit op hun geweten hadden, en ze op hun donder geven.'


Als hij in New York Ground Zero bezoekt, heeft hij het gevoel een nachtmerrie te betreden. Er was maar weinig licht, in de lucht hing rook, vermengd met zwevende puindeeltjes, waardoor een spookachtig grijs gordijn was ontstaan. 'Hoe langer ik bij de reddingswerkers was, hoe meer rauwe emoties bovenkwamen. (¿) Ze wilden zeker weten dat ik net zo vastbesloten was als zij. Een man gilde: 'Stel me niet teleur!' Een andere schreeuwde me recht in het gezicht: 'Haal alles uit de kast!' De bloeddorst was tastbaar en begrijpelijk.' Die week was de sleutel tot zijn presidentschap. 'Ik wilde met hart en ziel het land beschermen, en daarvoor zou ik alles uit de kast halen.'


Dat deed hij. We kennen de totempalen op de weg die hij zou afleggen: Afghanistan, Irak, Abu Ghraib en Guantanamo Bay. Menig besluit dat hij nam was omstreden en complex, erkent hij, maar hij wilde van geen wijken weten. Bij twijfel dacht hij terug aan de reddingswerkers die hadden geroepen 'stel me niet teleur' of zag hij weer de mensen voor zich die helse pijn leden door de brandwonden.


Het is Bush ten voeten uit. In zijn emotionaliteit en in zijn volharding. Het overwinnen van zijn drankzucht, zijn bekering tot het geloof droegen bij aan zijn rechtlijnigheid en zijn behoefte aan eenvoudige en heldere morele keuzes. Wie niet voor ons is, is tegen ons. De politiek die daaruit voortvloeide, maakte hem gehaat. Maar hij liet en laat geen enkele aarzeling, twijfel of nuance toe, omdat hij uit eigen ervaring weet dat de afgrond altijd dichtbij is.


Zijn apodictische denkrant weerspiegelt zich zelfs in de schrijfstijl van het boek, dat hij schreef samen met een voormalige speechschrijver van het Witte Huis. Vijfhonderd pagina's vol korte, afgemeten, heldere zinnen. Tak-tak-tak, als een hamer op een aambeeld. Het heeft de amechtigheid van de gedrevene, van de gelovige, van Bush. Niet alleen de politiek maar ook de stijl - alles is persoonlijk.


Na lezing vraag je je af of hij eigenlijk niet een non-politicus was, voor wie het presidentschap vooral een middel was tot een soort persoonlijke zelfrechtvaardiging. Zo abrupt en totaal als hij zich terugtrok uit het openbare leven, hebben weinig presidenten voor hem gedaan.


Het oordeel is nu aan de geschiedenis. Zij houdt er soms vreemde kostgangers op na, denk aan Churchill, die 'giant van human imperfection', die reus van menselijke onvolmaaktheid.


Als iemand die de status quo flink overhoop heeft gehaald, krijgt Bush zeker een plaats in de galerij van prominente historische persoonlijkheden, maar of dat is als grote man of als grote mislukking valt ook na dit boek niet te voorspellen.


Meer over