Seksueel misbruik

Trauma

Ik heb als slachtoffer van seksueel misbruik kennisgenomen van het rapport van de commissie-Samson. Vanaf een groot scherm kon ik samen met een groep lotgenoten zien en horen wat er elders in Den Haag aan de pers werd medegedeeld. Het was een aangrijpende ochtend voor alle slachtoffers.

Een trauma waar ik nooit over kon praten. Een trauma dat aan de oppervlakte kwam toen ik zelf vader werd. Dat aan de oppervlakte bleef komen toen mijn kinderen de leeftijd bereikten waarop ik in een kindertehuis terecht kwam. Waarvan ik mij altijd heb afgevraagd wat mijn eigen rol nou was. Maar die was er toch niet want ik was toch maar een kind.

Ik leefde in de veronderstelling dat eindelijk iemand het echt voor mij (en al die anderen) ging opnemen. Iemand die aan onze kant stond. Iemand die wel eens even aan de wereld ging duidelijk maken wat ons allemaal was aangedaan. Iemand die met een vuist op tafel zou slaan en zou gaan zeggen wie hier verantwoordelijk was.

Wie hier nu daadwerkelijk schuldig was en wie er dus moest gaan boeten. Want de pijn die mij en alle andere slachtoffers is aangedaan, die zou nu ook maar eens door de mensen en instanties die daarvoor verantwoordelijk zijn gevoeld moeten worden. De overheid was tenslotte al sinds 1945 op de hoogte van de misstanden in jeugdinstellingen. Zelfs in 1990 is het aan de kaak gesteld. Nooit was er wat aan gedaan.

Nu was daar de commissie-Samson en zou er eindelijk gerechtigheid plaats vinden. Maar ik zat er helemaal naast. De commissie heeft aanbevolen dat de instanties hun excuses maken. Ze moeten dus gewoon even sorry zeggen. Sorry zeg ik als ik iemand op de tenen sta. O ja, de dader werkt nog in de zorg. Verjaard is verjaard.

Naam en adres bij redactie bekend

Sorry is niet genoeg

Terecht dat er veel aandacht is voor het rapport-Samson over misbruik in de jeugdzorg. Knap werk van de commissie, maar net als bij de commissie-Deetman naar misbruik binnen de rooms-katholieke kerk komt ook hier alleen het topje van de ijsberg boven water.

In mijn jeugd woonde ik als jongetje van 10 met een wisselende groep jongens (meestal vier) bij een pleegvader. Ik zelf ben door die pleegvader nooit misbruikt en heb van enig misbruik ook nooit enige notie gehad. Toch is het gebeurd met andere jongens die in ons huis woonden.

Dit kwam uit toen ik al jaren op mezelf woonde en met plezier terugdacht aan die enigszins gelukkigere tijd in mijn leven. Niets had mij kunnen voorbereiden op de geraffineerde en uitgekookte manier waarop de pedofiel (want dat is mijn pleegvader) mij en anderen voor zijn karretje probeerde te spannen om onder een veroordeling uit te komen. Hij liet mij een heel verhaal schrijven om hem vrij te pleiten, souffleerde wat hij erin wilde hebben, terwijl hij wist dat hij schuldig was.

Deze man heeft bewust ernstig beschadigde kinderen die onder zijn hoede waren nog verder vernield. Hij praatte hierover met zijn ex-vrouw en zijn psychiater en niemand heeft ooit enige instantie ingelicht. Ik heb bij de jongens in kwestie zelfmoordpogingen en excessief drugsgebruik meegemaakt.

Een betere oplossing dan een instelling is volgens mij betere begeleiding van de ouders. Als een alcoholistische vader zijn vrouw en kinderen slaat is niet het verwijderen van kinderen de oplossing, maar helpen van de vader. In mijn geval lag het anders, ik had geen ouders en ik had geen familie die wilde helpen. Ik kon nergens heen.

Maar laat kinderen bij (één) van hun ouders wonen, tenzij het echt niet anders kan.

Naam en adres bij redactie bekend

Grover geschut

André Daamen schrijft dat er een commissie moet komen die seksueel misbruik in de ggz onderzoekt (O&D, 11 oktober). Goed idee: ongetwijfeld zal er misbruik boven tafel komen, zullen instellingen zich geschokt tonen en cliënten zich meer of minder gehoord voelen.

Misschien zal een hoge functionaris zelfs excuses maken. We kunnen ons deze exercitie ook besparen - we weten nu toch dat gesloten systemen leiden tot excessen? - en er daadwerkelijk iets aan doen.

Cliënten meer privacy geven in klinieken, met een eigen sleutel, personele bezetting creëren waardoor andere cliënten of personeelsleden niet ongezien iemands kamer kunnen inlopen, het melden van vermoedens gemakkelijker maken, deels glazen deuren plaatsen op poliklinieken en meer van dat soort dingen.

Want om systemen zo gesloten als de ggz, de jeugdzorg of de katholieke kerk echt te veranderen, hebben we grover geschut nodig dan een commissie en een rapport.

Bauke Koekkoek, verpleegkundige en lector psychiatrische zorg, Utrecht

Van oude menschen...

Zondagavond had ik lekker gegeten, de afwas weggewerkt en nog net tijd om Ajax gelijk te zien spelen tegen Utrecht. Daarna ging ik naar een gesprek in de Hoeksteen van Austerlitz over Bonhoeffer. Gerard Dekker, godsdienstsocioloog, weet veel van Bonhoeffer en kan het goed brengen. Vijftien personen, de geluidstechnicus en ikzelf incluis, kwamen opdagen, voornamelijk vrouwen. De mediaan van hun leeftijd schat ik op 72, een getrouwe afspiegeling van een doorsnee PKN-clubje. Hoe marginaal kun je worden als kerk?

In zijn kanttekening de ochtend daarop, signaleert Arnon Grunberg een voorval dat bij mij eenzelfde treurnis wekt. Tegenlicht wordt door de netcoördinator verbannen naar een tijdstip ergens vroeg in de ochtend.

Het protest ertegen van Wouke van Scherrenburg kort daarvoor in #HetDuel wordt afgedaan als elitair gemopper. Hoe marginaal is verspreiding van kennis geworden op tv, de publieke zender welteverstaan?

We zijn, op een enkele uitzondering na, voortreffelijk bezig om alles wat riekt naar traditionele kennisoverdracht naar de gallemieze te helpen. Het lekkere sfeertje dat daarvoor in de plaats komt, bestaat meer dan ooit uit brood en spelen, infotainment is het hoogst haalbare. Slechts een luttel aantal 'elitaire oude vrouwtjes', een gideonsbende, in dit geval eerder sneu dan dapper, is nog geïnteresseerd in bildung.

Hebben zij die zo voortreffelijk bezig zijn wel door hoe schadelijk dit is voor het animo van onze jeugd om haar best te doen op school?

Warrie Schuurman, Zeist, studiebegeleider

Weigerambtenaar

Paars heeft een akkoord bereikt over de weigerambtenaar. Het komt neer op een sterfhuisconstructie. Zelfs onder liberalen en sociaal-democraten zijn wij dus een theocratie en niet bij machte homodiscriminatie door staatsdienaren af te schaffen. Waar zijn Rutte en Samsom bang voor? Voor hel en verdoemenis?

P. Uribe, Amsterdam

CDA

Terwijl het CDA in 2010 gehalveerd is en in 2012 weer bijna gehalveerd, ziet Bart Jan Spruyt (O&D, 9 oktober) in zijn bijdrage van dinsdag nog een rol weggelegd in een nieuw kabinet.

Hij noemt drie kenmerken van het CDA:

het hecht aan een parlement dat de samenleving getrouw weerspiegelt. Ja, wie niet?

als populistische beweging begonnen, begrijpt de christen-democratie dat nieuwelingen vaak terechte verwijten maken aan het falende politieke systeem; een volgende gemeenplaats, waarbij ik het begrip 'populistisch' hier nogal misplaatst vind.

bij de christen-democratie heeft het landsbelang altijd vooropgestaan; bij wie niet?

Verder komen weer de bekende begrippen rentmeesterschap, zorg en duurzaamheid aan de orde en we mogen vooral niet onze problemen afwentelen op toekomstige generaties. Waar heb ik dit eerder gehoord?

Navelstaren in de oppositie noemt Spruyt strijdig met de aard van het CDA. Dat begrijp ik. Het is meer gewend mee te doen aan het politieke machtsspel, maar het lijkt mij nu beter voor hen zich in de oppositie te bezinnen op hun eigen confessionele gedachtengoed in plaats van een aantal gemeenplaatsen op te lepelen.

E. van der Wal, Doorwerth

Recensie

Dat is wel even slikken voor een vertaler als het kopje boven de recensie luidt: 'Rampzalige vertaling van middelmatig boek'. Als het nou nog omgekeerd was geweest: middelmatige vertaling van rampzalig boek!

Als je een slechte recensie krijgt als vertaler, moet je je gedeisd houden, dat is usance en terecht. Maar ik vraag me af hoe het komt dat al die jaren dat ik de boeken van Grøndahl vertaal, zijn taal in de recensies de hemel in wordt geprezen en met instemming geciteerd, zonder dat de vertaler ook maar één keer wordt genoemd. Nu schrijft hij een minder boek met inderdaad nogal wat 'onbegrijpelijke zinnen' en nu blijkt niet hij die te hebben geschreven, maar de vertaler.

Ik ben niet van de school van vertalers die vinden dat je iedere fout van de auteur moet laten staan, dus ik heb nog aardig wat van die zinnen afgezwakt, aangepast aan de Nederlandse lezer of zelfs verbeterd, maar ik ben ook niet van de school die vindt dat je een heel boek mag herschrijven, dus dat heb ik nagelaten.

Bovendien blijkt dat van de twee voorbeeldzinnen er maar één van mijn hand is. De tweede luidt volgens Swanborn: 'Geen van haar zou haar ook maar een gedachte hebben geschonken'(p. 233). In het boek staat echter: 'Geen van hen zou etc.'

We kunnen het erover eens zijn dat de auteur zijn jaar niet had, de vertaalster haar maanden niet, de uitgever zijn week niet, maar de recensent had warempel ook zijn dag niet.

Misschien moeten we allemaal de hand in eigen boezem steken.

Annelies van Hees, Amsterdam

Relschoppers

Maandag zijn de ergste relschoppers van Haren veroordeeld. Deze relatief zware jongens zijn veroordeeld tot een straf voor de duur van hun voorarrest: ze mogen dus meteen vrijuit naar huis. Wat zullen ze blij zijn dat het snelrecht was, anders hadden ze nog langer opgesloten gezeten.

Henny Lamers, Bilthoven

Allochtone patiënten

Met veel interesse lazen wij in de Volkskrant van 5 oktober dat allochtone dokters te weinig doorstromen naar specialistenopleidingen. Dit is slecht voor de zorg, wordt in het artikel geconcludeerd. Impliciet wordt dan verondersteld dat Turkse, Marokkaanse en Surinaamse patiënten het meest gebaat zouden zijn bij respectievelijk een Turkse, Marokkaanse en Surinaamse arts.

Ofschoon het vanzelfsprekend is dat basisartsen van allochtone herkomst 'bij gelijke geschiktheid' ook gelijke kansen hebben om door te stromen naar de medische vervolgopleidingen, denken wij dat zowel allochtone als 'Hollandse' artsen voor zowel allochtone patiënten als' Hollandse' patiënten moeten kunnen zorgen. Alle aankomende artsen moeten 'culturele competenties' aangeleerd krijgen. Dit lukt in de medische opleidingen nog niet voldoende.

Hiervoor hoeven we geen aparte vakken te bedenken. Bij communicatieonderwijs kunnen studenten leren om te gaan met een patiënt die niet goed Nederlands spreekt. Bij het AMC zijn wij bezig met nieuw onderwijsmateriaal, waaronder een leerboek waarin studenten kennismaken met de diversiteit van de spreekkamer.

Jeanine Suurmond, Marie-Louise Essink-Bot, Academisch Medisch Centrum/UvA, afdeling sociale geneeskunde

Stalinist

'Een aardige stalinist' meldt de Volkskrant in het postuum van Jaap Wolff op 2 oktober. Stalin, een van de grootste massamoordenaars die niet alleen zijn tegenstanders maar ook zijn medestanders genadeloos om zeep bracht.

De dood van Wolff brengt vervolgens een, voor buitenstaanders, onbegrijpelijke discussie tussen de oud- kameraden Brouwer en Schreuders op gang (O&D, 4/9 oktober) en zij brengen de overledene de laatste eer.

Jammer dat zij niet ingaan op de relevante vraag: hoe kan een stalinist - 'Wolff ging immers akkoord met de stalinistische methoden en hanteerde deze zelf ook', aldus Gert Harmsen - als aardig worden getypeerd?

Wellicht op zijn stalinistisch, iets als: 'Hitler: die hield ook van zijn dieren'.

Henk Jan Gortzak, Amsterdam

undefined

Meer over