SCP meet anders, maar niet slechter

Onderzoeken door het SCP en Motivaction lieten tegengestelde resultaten zien over het welbevinden van de Nederlandse burgers. Judith van Male meent dat een combinatie van hun verschillende methodes tot interessante inzichten en een completer beeld leiden....

'SCP is inflexibele rots in maatschappelijke branding' kopte de Volkskrant op 11 juni. Martijn Lampert, senioronderzoeker van het Amsterdamse onderzoeksbureau Motivaction heeft in dit artikel zware kritiek op het SCP-rapport Zekere banden. Dat concludeerde dat een ruime meerderheid van de Nederlandsers zich in 2001 veilig voelde.

In september stelde SCP in een ander rapport dat ruim driekwart van de Nederlandse bevolking tevreden is over het overheidsbeleid in het algemeen. Volgens Lampert staan deze bevindingen haaks op de resultaten uit het sociaal-psychologisch onderzoek dat Motivaction doet naar de belevingswereld van de Nederlandse burger.

Uit dit onderzoek blijkt dat het onbehagen onder de Nederlandse bevolking groeit en de kloof tussen burger en politiek groter wordt. Waar het SCP concludeert dat het relatief goed gaat met de Nederlandse bevolking, stelt Lampert dat de sociaal-psychologische toestand alarmerend is. Het eclatante verkiezingsresultaat van de LPF zou dit ondersteunen. Volgens Lampert moet het SCP zich meer richten op kwalitatieve onderzoeken, zodat een realistischer beeld verkregen wordt van wat individuele burgers echt voelen en denken.

Het is in het marktonderzoek niet ongebruikelijk dat kwantitatief en kwalitatief onderzoek tegengestelde resultaten laten zien. Die tegenstelling blijkt vaak schijn. Kwantitatief en kwalitatief onderzoek werpen vanuit andere perspectieven licht op de werkelijkheid. Met andere woorden, het is mogelijk dat zowel de resultaten van het SCP als die van Motivaction allebei 'waar' zijn.

De schijnbare tegenstelling zou vanuit de methodes verklaard kunnen worden. In het kwantitatief onderzoek wordt de respondent op een directe en rationele manier ondervraagd. Er is geen ruimte voor eigen inbreng of nuancering. De respondent heeft keuze uit een aantal antwoorden en daar moet hij het mee doen. Kwalitatief onderzoek biedt de mogelijkheid dieper in het bewustzijn door te dringen.

Over het algemeen is de mens geneigd in eerste instantie rationeel te reageren. In het kwalitatieve onderzoek kan doorgevraagd worden naar de achterliggende drijfveren en emoties. Vaak blijkt dan dat ratio en emotie geenszins op een lijn liggen. Behalve dat kwalitatief onderzoek deze discrepantie tussen gevoel en verstand blootlegt, biedt het ook de mogelijkheid om die te verklaren.

In Vrij Nederland van 8 juni werpt Carlijne Vos een interessant licht op de tegenstelling tussen de uitkomsten van het SCP onderzoek en dat van Motivaction. Vos constateert dat de proteststemmers vooral te vinden zijn in relatief veilige woongebieden: nieuwbouwwijken, Vinex-locaties en groeigemeentes. Het is volgens haar paradoxaal dat relatief welgestelde burgers die het minst te vrezen hebben van criminaliteit, kiezen voor een partij, de LPF, die van alle partijen het meest appelleert aan gevoelens van onveiligheid. In haar artikel citeert ze cultuurfilosoof René Boomkens die deze paradox verklaart in zijn boek De Angstmachine (1996): 'Wie dagelijks door het object van zijn angsten loopt, leert er sneller mee leven dan wie het alleen kent van tv-beelden en de media.' Boomkens zegt in 2002: 'De perceptie van onveiligheid is veel belangrijker dan de werkelijkheid. Het verbaast me daarom niet dat gevoelens van onvrede en onveiligheid juist in buitenwijken sluimeren. Homogene wijken met gelijkgestemde bewoners zijn brandhaarden voor dit soort gevoelens.'

De bewoner van nieuwbouwwijk of Vinex-locatie zal de vraag of hij zich veilig voelt in zijn buurt ongetwijfeld met ja beantwoorden. Hij heeft om die reden immers gekozen voor deze woonomgeving. Dat wil nog niet zeggen dat hij een positief beeld heeft van de veiligheid in Nederland in het algemeen. Vaak is hij de stad ontvlucht omdat hij zich er niet helemaal meer veilig voelde. Het is een bekend psychologisch fenomeen dat deze gevoelens van onveiligheid achteraf 'vergroot' worden om die stap te rechtvaardigen.

Daarnaast zijn er dan nog de media die de problemen van onveiligheid in de publieke ruimte breed uitmeten. Dat leidt er wel toe dat de omvang van het probleem vaak overschat wordt juist door degenen die in een relatief rustige omgeving wonen.

De conclusie kan worden getrokken dat kwantitatief en kwalitatief onderzoek afzonderlijk maar een deel van de waarheid aan het licht brengen. De burger voelt zich in zijn eigen woonomgeving veilig, maar heeft een negatief beeld van de veiligheidssituatie in Nederland en maakt zich daar ook ongerust over.

Het toont aan dat juist de combinatie van de twee methodes leidt tot interessante inzichten en een completer beeld. Het is jammer dat er in het beleids- en marktonderzoek nog steeds een tegenstelling wordt gecreëerd tussen de twee disciplines. Kwalitatief onderzoek wordt vaak afgeschilderd als niet-wetenschappelijk, niet betrouwbaar en niet valide. De testsituatie zou te weinig gecontroleerd kunnen worden en daardoor kwetsbaar zijn voor allerlei artefacten (bijvoorbeeld het effect van de persoonlijkheid van de interviewer en de match tussen interviewer en respondent). Door het kleinschalige karakter zijn de steekproeven niet representatief voor de te onderzoeken populatie, en kunnen de resultaten statistisch niet worden getoetst.

Deze kritiek is niet helemaal ongegrond. Een goede kwalitatieve onderzoeker zal benadrukken dat de resultaten van zijn onderzoek indicatief van aard zijn en zeker niet representatief zijn voor de doelgroep. De ervaring heeft echter geleerd dat kwalitatief onderzoek als verkennend en verklarend instrument zeer bruikbaar is. Het geeft inzichten die nooit verkregen zouden zijn met alleen kwantitatieve methoden.

Vaak blijken de uitkomsten van kwalitatief onderzoek te worden bevestigd door kwantitatief onderzoek, hetgeen een ondersteuning vormt voor de validiteit van de methode. Het zou er voor pleiten om kwalitatief onderzoek vaker in te zetten als een waardevolle aanvulling van kwantitatief onderzoek.

Meer over