Scoren en denken, dat gaat niet goed samen

Vervolg van pagina 1.

Terug naar de gedachten van topatleten onder druk. Bewegingswetenschappers onderscheiden daarin twee soorten 'denkfouten'. De eerste is afleiding: je zou met scoren bezig moeten zijn, maar je gedachten dwalen af naar andere zaken. Op zo'n moment oefenen je hersenen feitelijk twee taken uit: tobben en spelen - een dodelijke combinatie.

De denkfout van de tweede categorie noemen bewegingswetenschappers explicit monitoring of verlamming door overanalyse. Je denkt dan niet te weinig aan je spel, maar juist te veel. Spelers gaan expliciet hun bewegingen overpeinzen. Hoe hoog ze de bal op moeten gooien, hoe ze hun racket moeten zwaaien. Het is alsof je een trap afloopt en ondertussen nadenkt over hoe ver je je knieën moet buigen. Door zulke gedachten verstoor je de aangeleerde automatismen en word je traag en houterig.

Volgens de vragenlijsten van Oudejans hebben sporters onder druk in slechts 4 procent van de gevallen last van die explicit monitoring. Maar veel andere wetenschappers dichten dit mechanisme juist een hoofdrol toe.

Zo liet Robert Gray van University of Birmingham honkballers een bal meppen onder lage en hoge stresscondities. Ergens in hun zwaai klonk een pieptoon. Achteraf vroeg hij de honkballers of tijdens de piep hun knuppel omlaag of omhoog bewoog.

Wat bleek? Hoe hoger de psychologische druk, hoe beter de spelers wisten hoe ze hun knuppel bewogen. Ook zag Gray dat de spelers bij hoge druk meer fouten maakten en meer zwabberden met hun knuppel. Allemaal aanwijzingen dat te veel focus op hun zwaaitechniek de honkballers wel degelijk dwars zat.

Gelukkig is er een makkelijke oplossing voor dat probleem, ontdekte Sian Beilock van University of Chicago. In experimenten met onder meer golfers toont ze aan hoe sportprestaties verbeteren door een woord te herhalen of een liedje te fluiten. Door je werkgeheugen zo'n taakje te geven, blijft er minder capaciteit over om je te bemoeien met automatische bewegingen.

Een liedje zingen mag trouwens ook. In haar boek Choke, dat geheel gaat over falen onder druk, schrijft Beilock over een golfer die slaat op de melodie van Edelweiss uit de musicalklassieker Sound of Music. 'De golfer zong 'E' bij het begin van zijn backswing, 'del' op het hoogste punt van zijn zwaai, en 'weiss' wanneer hij de bal raakte.'

Handig, die trucs om verkeerde gedachten uit je hoofd te verbannen. Maar het is natuurlijk beter als je zo'n psychologisch lapmiddel niet nodig hebt. Atleten die goede resultaten boeken, omschrijven hun gedachtenwereld tijdens het sporten vaak als een flow, waarbij ze nauwelijks bewuste gedachten hebben.

Die gedachtentoestand kan ook een verklaring zijn voor de typische 'ja, ging lekker'-interviews met winnende sporters. Hoe minder een sporter na afloop van een wedstrijd te melden heeft, hoe beter.

Ook voor het bereiken van die flow is trainen onder stress een goed idee, vindt Oudejans. Je kunt immers alleen in een flow komen als je iets vertrouwds doet. Bij een beslissende strafschop komt er van alles op je af: de scheidsrechter eist dat je de bal op een andere plek neerlegt, de keeper fluistert beledigingen in je oor. Oudejans: 'Als je dat soort dingen maar weinig meemaakt, voelt het onwennig en kom je dus nooit in een flow. Maar als je het op de training al honderd keer hebt meegemaakt, denk je: maakt me niks uit, ik schiet gewoon raak. Of nog beter: je denkt niks en schiet raak.'

'LAAT JE NIET GEK MAKEN, TIGER!'

In het lab is het nut van stresstrainingen al aangetoond. Maar in de conservatieve sportpraktijk dringt deze oefenmethode amper door, aldus bewegingswetenschapper Raôul Oudejans. Maar er zijn uitzonderingen.

Michael Phelps

Bij een training schakelde zijn coach ooit de lichten van het zwembad uit. In het donker moest de Amerikaanse zwemmer zijn baantjes trekken en zijn positie ten opzichte van de kant inschatten. Op de Olympische Spelen van Peking, bij de 200 meter vlinderslag, profiteerde Phelps van deze stresstraining. Zijn zwembril stroomde vol water en Phelps zag nagenoeg niets meer. Toch bleef hij kalm en tikte aan in een wereldrecordtijd.

Bron: Macht der Gewoonte, Charles Duhigg (Maven Publishing)

Tiger Woods

Zijn vader probeerde de Amerikaanse golfer tijdens trainingen op allerlei manieren uit zijn concentratie te halen, bijvoorbeeld door vlak voor zijn swing een tas vol golfclubs te laten vallen, of door balletjes voor zijn neus te gooien. Zo zou Tiger ook het hoofd koel houden als er tijdens een wedstrijd iets onverwachts gebeurde.

Bron: Choke, Sian Beilock (Free Press)

undefined

Meer over