Scooters

Toen ik 16 werd, kreeg ik een brommer. Ik had gerekend op een Puch met versnellingen en een hoog stuur, maar het werd een Berini, een lullige damesbrommer die mijn vader van de buren had gekocht....

Martin Bril

Onlangs werd mijn oudste dochter 16 en aanvankelijk had zij maar één wens: een scooter, een Vespa wel te verstaan. Andere merken waren absoluut verboden. Als ouders waren wij niet echt voor een scooter. Amsterdam is geen grote stad, je kunt alles makkelijk befietsen. Bovendien rijden er trams. En een scooter leek ons gevaarlijk, plus dat die krengen altijd gestolen worden, of kapot zijn. Maar ik kon mijn dochter ook wel volgen in haar verlangen naar elegante en stijlvolle, gemotoriseerde mobiliteit.

Op een dag bezocht ik een bromfietshuis. Mooi dat het nog zo heette. Het was in een opwelling dat ik er binnenstapte, en eerlijk gezegd voelde ik me een beetje mijn vader: ook een man die nog wel een impulsaankoop deed. Ik liet me door een vriendelijke jongen met roots in het Rif-gebergte voorlichten over de ins en outs van het scooteren, en toen ik hem ons probleem voorlegde, voerde hij mij naar een klein, licht bromgevalletje dat er in de verte uitzag als een scooter, maar eigenlijk een snorfiets was.

`Dat vindt ze niet hip`, zei ik meteen.

`Maar hij ís wel heel hip`, zei de jongen.

Even twijfelde ik aan mezelf. Niet zo`n beetje ook. Wie was ik om als oude lul verstand van scootertrends te hebben? Die gozer wist het beslist beter. Maar toen viel mijn blik op een oude, maar schitterend gepoetste Vespa die een beetje achteraf tussen de nieuwe handel stond. Dat was het scootertje waarmee Gregory Peck en Audrey Hepburn in Roman Holiday door Rome reden, in 1953. Mijn dochter is een groot fan van die oude film. `En die dan?`, vroeg ik. Ik was bereid een enorm bedrag op tafel te leggen voor het lieve Vespaatje. Was het niet voor mijn schat, dan wel voor mezelf, of anders om de machine als kunstwerk in de woonkamer te zetten. `Niet te koop`, zei de jongen, `van een verzamelaar.`

Ik overwoog even om het telefoonnummer van de verzamelaar te vragen. Als hij oude Vespa`s verzamelde, had hij er een heleboel en kon hij er best eentje missen, zeker als ik diep in de buidel tastte - dat zou hem immers het verder verzamelen mogelijk maken. Maar ik hield me in en verliet het bromfietshuis, om buiten een bekeuring op mijn dubbelgeparkeerde auto aan te treffen.

`s Avonds in bed vertelde ik mevrouw Bril dat ik er niet in geslaagd was een Vespa te vinden voor onze dochter. Het scheelde weinig of ik werd het bed uitgebonjourd, want de scooter was afgevoerd van de verlanglijst.

`Ja, maar, dat wist ik niet`, pruttelde ik wanhopig.

`Let dan ook eens op, man, je mist alles!`

Dat hoor ik vaker, en het is een pijnlijk punt. Wat bleek: onderzoek had aangetoond dat scooters een substantiële bijdrage aan de luchtverontreiniging in de stad leverden, sterker nog: ze waren smeriger dan vrachtwagens. Dat bericht had er bij de dochter - van wie ik niet wist dat zij het nieuws volgde - zodanig ingehakt dat ze geen scooter meer wilde, maar schoenen van een trendy designer. Daarvan kun je veel zeggen, maar niet dat ze CO2 uitstoten. Wat dat betrof was ik apetrots op mijn dochter. Aan de andere kant: zou ze zich over dertig jaar die schoenen nog herinneren? Moest ik niet alsnog op zoek naar een oude, onschuldige Berini-bromfiets?

Meer over