Schuld en boete

Alles wat uit de koker komt van Peter R. de Vries verdient ons koppigste en voortdurendste wantrouwen – daar zijn we het gauw over eens....

Jan Blokker

Maar hoe staat het met de geloofwaardigheid van Jochem Visser, Arne Klunder, Geurt Roos, Etienne Urka en Ottolien Lels?

Ik aarzel.

Wat me achterdochtig maakt is niet zozeer de aard of de inhoud van hun vrijwel identieke verklaringen, als wel het feit da ze ineens met zo velen tegelijk uit de lucht komen vallen.

Overdaad schaadt.

Eén getuige à décharge, één waterdicht alibi, of één DNA-test die onomstotelijk vaststelt dat het nooit mijn speeksel kan zijn geweest – en ik sta nog dezelfde middag vrijgesproken weer op straat.

Maar twijfel bekruipt de rechtbank als zij door mijn advocaat wordt overladen met meer bewijzen van mijn onschuld dan ik ooit motieven kan hebben gehad om de moord te plegen. 'Edelachtbare', lijkt het dan al snel, 'hij heeft de vaas niet geleend, er zat al een barst in, en hij heeft ' m heel terugbezorgd.'

Doseren, daar zijn we niet goed in. Zeker niet als het om kwesties van schuld en boete gaat.

'Nederland met ”taalfouten” wordt over tien jaar normaal', las ik een poosje geleden in de Volkskrant.

Zo te horen misschien ook een zaak van zonde en straf.

De kop stond boven een verslag van een filologencongres waar een aantal geleerden onder het motto 'de taal is dynamisch' voorspelden dat bijvoorbeeld een zin als Hun lazen een mooie verhaal nog vóór 2010 tot Algemeen Beschaafd Nederlands zal worden gerekend.

Wel zonde dus, maar geen straf meer.

'Weemoed is hier niet op z'n plaats', had de verslaggever uit de mond van de congressisten opgetekend, en inderdaad: er was geen spoor van spijt, er was eerder dynamische blijdschap. Of in de woorden van de Amsterdamse hoogleraar Weerman (nomen est omen, zoals de Romeinen honderden jaren lang onveranderd tegen elkaar plachten te zeggen): 'Dit taalgebruik zal zich heel snel verspreiden.'

In andere beschaafde landen schijnen filologen zich nog wel eens schrap te willen zetten om van de eigen taal zoveel mogelijk te redden. Hier niet. De weermannetjes die we hier hebben bezetten een leerstoel taalvariatie, veranderen dus om de paar jaar om te beginnen de spelling van het Nederlands, en hebben op dat congres nu al afgesproken dat in dezelfde frequentie ook de structuur van de taal moet worden aangepast aan de manier waarop de gemiddelde spreker haar misbruikt.

De taalfout zal in hun woordenboek niet meer voorkomen.

Je moet denken – ander exempel van goed en fout, van zonde en straf, van schuld en boete – aan dat drukke kruispunt waarop geen enkele weggebruiker zich stoorde aan het rode licht. Wat de plaatselijke overheid ook deed aan extra controles, hogere boetes en nadrukkelijke voorlichting via televisie, postkantoor en openbare bibliotheek, niets hielp. Tot ze de Nederlandse oplossing bij uitnemendheid vond: het stoplicht werd opgeheven.

Lang is de lijst van fouten die in Nederland in de loop der tijden werden goedgerekend, omdat iedereen begreep dat ze normaal waren geworden.

Gisteren nog die dakloze mevrouw die zonder te betalen bier en hondenbrokken uit de supermarkt meenam.

Schuld.

Dat moest beboet worden, begrepen vier vakkenvullers die dag en nacht voor Dirk van den Broek door het vuur wilden gaan. En zich moreel geruggesteund wetend door het Amsterdamse gemeenteraadslid Huffnagels (VVD) die bij een vorige gelegenheid niet alleen een bloemetje stuurde, maar ook nog De Telegraaf opbelde om te vertellen dat hij het bloemetje had gestuurd – zetten ze de achtervolging in, om de dievegge mores te leren.

Vrouwtje dood.

Want wat ik al zei: doseren, daar zijn we niet goed in.

Meer over