Schrijvers

Was ik schrijver en zocht ik een collega om ruzie mee te maken, dan ging ik voor A.F.Th. die van schrik opeens weer A.F.Th....

Net als Arnon Grunberg. Zuigertje, die Grunberg.

Lekker gemakkelijk slachtoffer, A.F.Th. Reageert zoals je hoopt dat iemand zal reageren die je geniepig op zijn achillespezen hebt geschopt. Getergd. Heerlijk.

Schrijft eerst het saaiste polemische stuk aller tijden in HP/De Tijd. Meldde triomfantelijk dat hij een foutje had gevonden in een boek van Grunberg. Haha, die domme Arnon! Was ook bij Pauw en Witteman, die schrijvers doorgaans maar één vraag weten te stellen (‘Is het in het echt ook zo gebeurd, wat er in uw boek staat?’) en die dus allang blij waren dat ze nu eens iets anders konden voorleggen aan een echte literator.

Namelijk wat hij vond van wat Grunberg over hem had geschreven. Ik dacht even dat A.F.Th. live tot ontploffing zou komen, zo geforceerd zat hij zich te beheersen. Je zag dat ie erop wilde beuken, Grunberg wilde uitschelden voor hoerenzoon en vieze vuile schollekop, maar dat hij dat niet bij zijn status van groot schrijver vond passen.

Enfin, dat smeekte om nóg een vuile tackle van achteren.

Waarop hij gisteren andermaal reageerde, ditmaal in de Volkskrant – helemaal een sneu verhaal, over zijn zoontje en dat Grunberg nu écht te ver was gegaan.

En Grunberg maar kraaien van de pret. Alwéér gelukt.

Nu wil A.F.Th. niet meer met Grunberg in één ruimte zitten bij de uitreiking van de AKO Literatuurprijs. Hij vindt samen eten met Grunberg opeens ‘obsceen’.

Ook weer zo’n woord dat veel beter had gekund. Rauwer, valser, gemener, raker. Wat meer streetwise.

Jammer hoor. En heel slecht voor het hart.

Ik heb zeven jaar de Nederlandse literatuur bestudeerd. Grotendeels weggegooide tijd. Een en al dorpsruzie en elkaar vliegen afvangen. Wat daar in de loop der jaren een energie in is gaan zitten – ik schat dat we daar drie à vier Nobelprijzen mee hadden kunnen winnen.

En het houdt nooit op. Na het gedoe met de vervelende subsidietrekker Jeroen Brouwers nu dít weer.

Nederlandse schrijvers doen van alles, behalve wat ze geacht worden te doen, namelijk meesterwerken schrijven. Ze ouwehoeren er op los, zitten voortdurend in praatprogramma’s en vullen de opiniepagina’s met onzin – dit alles onder het mom van geëngageerd schrijverschap. En tussendoor rammelen ze er voor het Fonds van de Letteren even een romannetje uit.

En wij maar lezen en luisteren, want ja, het is wel een schrijver. En de schrijver is bij ons nu eenmaal de moderne domineevervanger en een halve wijsgeer.

Grunberg zat zelfs veertien dagen in Uruzgan. Hele pagina in NRC Handelsblad, vrijdag. Gelezen en gelachen. Als er een prijs bestond voor het grootste kulstuk over de oorlog te Afghanistan, was de winnaar bekend.

A.F.Th. moet niet alleen gaan eten. Hij wint maandag. Ik zeg: na het in ontvangst nemen van de prijs dreigend op Grunberg aflopen, onderweg een vleesmes pakken en dan maar eens kijken wat er gebeurt. Spannend. Hopelijk een achtervolging tot diep in de Kroondomeinen.

Wereldwijde publiciteit, volgende boek een bestseller, Grunberg dik tevreden en vriend voor het leven.

Meer over