Schrijvers als 'filmexplicateurs'

In een grote Amsterdamse boekhandel vond ik het zesde nummer van het tijdschrift Kastalia. Nooit van gehoord, misschien omdat de uitgever Stichting Kastalia is en niet één van de bekende literaire uitgevers....

Arjan Peters

Kastalia besteedt aandacht aan beeldende kunst, film en literatuur. Door elkaar heen. Zoiets kan faliekant verkeerd gaan: het ideetje van de zogeheten kruisbestuiving heeft in het verleden dikwijls geleid tot vormen van knippen en plakken die verwoestend waren voor de leesbaarheid.

Hier gaat het uitstekend. Afgezien dan van Franck Bragigand (1971), die een door hem beschilderde plastic cactus te koop aanbiedt (50 euro voor plant, pot en porto), zijn de in Kastalia gepresenteerde beeldend kunstenaars de moeite van het bekijken waard. Hoofdredacteur Benschop draagt een stuk bij over de foto's van Gertjan Kocken (1971) die in kleur staan afgedrukt, van landschappen waarop niets bijzonders te zien is. Totdat je kijkt naar de titels erbij: Zeebrugge, Kaprun, Faro, Monte Biancho. Kocken heeft met zijn camera rampplekken bezocht, en die jaren ná de ramp vastgelegd. Ze staan weer op de plaat alsof er niets is gebeurd. Kockens foto's zijn aangenaam neutraal en uitnodigend - maar door die verwijzing in de titels worden het 'stille getuigen', zoals Benschop schrijft.

Heel natuurlijk is de stap van dit artikel naar de bijdragen van Charlotte Mutsaers, Willem Jan Otten en Maya Rasker. Het gaat om de inleidingen die zij hebben gehouden in de reeks 'Schrijvers kiezen film', die plaatsvond in de Amsterdamse bioscoop Rialto. Op Otten na zijn zij geen geoefende filmexplicateurs, maar juist daarom misstaan hun beschouwingen niet in een algemener kunsttijdschrift. Mutsaers spreekt over Lap rouge van Lodewijk Crijns, Rasker over Il Conformista van Bertolucci en Otten over Procès de Jeanne d'Arc van Robert Bresson. De teksten zeggen iets over de films, maar meer nog over de manier van kijken van deze drie schrijvers. Gevoegd bij het stuk van Benschop, kun je deze Kastalia zelfs zien als een thema-nummer: in alle stukken wordt op stimulerende wijze getoond dat goede kunstenaars (of het nu schilders, fotografen, schrijvers of filmmakers zijn) er altijd in slagen bepaalde zekerheden ter discussie te stellen of af te breken.

Charlotte Mutsaers let vervolgens vooral op de gedurfde vorm die Crijns toepast. Maya Rasker vraagt aandacht voor Bertolucci's thema van 'de dreiging die uitgaat van de normaliteit - een normaliteit die geworteld is in de angst voor het Andere'. En Otten verziekt zijn zo mooi beginnende analyse van de film van Bresson (die beweerde dat 'de enige dingen die ertoe doen onzichtbaar zijn'), door te gaan jubelen over de 'religieuze opdracht' van de filmkunst en ons vermeende verlangen de heilige Jeanne 'in overgave na te volgen'. Zoekt de paus nog een opvolger?

Een kwezel met één boodschap wilde Bresson nu net níet zijn. Dat zou het wonder van de meerduidigheid, dat alle grote kunst met elkaar verbindt, maar tegenwerken.

Meer over