Schrijven in het water

Met het stuk 'Tulips' van choreograaf Mats Ek, de man van de radicaal bewerkte balletklassiekers, begint vanavond het Holland Dance Festival....

Door Mirjam van der Linden

Tulpen. Holland teelt ze, Zweden koopt ze - per hoofd van de bevolking zelfs meer dan waar ook ter wereld. De Zweedse choreograaf, regisseur en auteur Mats Ek (1945) vond het een mooi symbolisch gegeven, nu hij met dansers uit Den Haag en Stockholm bij NDT III de openingsproductie voor het Holland Dance Festival 2003 maakt. Daarbij: Tulips is een losse verzameling scènes, 'een boeket'.

Ek is de man van de hernieuwde klassiekers. Lang voor anderen zich waagden aan een modernisering van de negentiende-eeuwse balletsprookjes, maakte hij al een Giselle (1982) waarin de titelheldin met haar gebroken hart eindigt in een inrichting waar de witte geesten uit het oorspronkelijke stuk patiënten zijn en verplegers. In Eks Zwanenmeer (1987) dansen kale mannen op blote voeten in tutu's terwijl de prins de zoon blijkt te zijn van een dominante alleenstaande moeder. En De Schone Slaapster gaat sinds 1996 over een junkie die zich aan iets heel anders prikt dan aan een spinnewiel.

Door ze te moderniseren wil Ek de oude, verborgen waarheden van sprookjes ('schattige kleine huisjes met op de deur ”mijnenveld”.'), over goed en kwaad of over liefde en bedrog, weer zichtbaar maken, ze vrijmaken van de clichés die ze mettertijd zijn geworden. Op overbekende muziek maakte hij nieuwe choreografieën, waarin het idioom van de academische danstechniek plaatsmaakte voor een eclectische, nogal absurde, aandoenlijke en humoristische stijl, die lange sierlijke lijnen combineert met waggelende loopjes.

Hoewel Tulips niet de bewerking is van een balletklassieker, belooft het toch een typische Ek te worden: het stuk combineert dans en drama, en vertelt zich als een complexe puzzel. En het is een familieaangelegenheid, met zijn echtgenote Ana Laguna en zijn oudere broer Niklas, en met dansers met wie hij al een geschiedenis heeft: de Fransman Yvan Auzeley en Sabine Kupferberg, die vanaf de oprichting van NDT III in 1991 danst bij het gezelschap. Alleen met de vijfde danser, Egon Madsen (ook van NDT III), werkte Ek niet eerder.

Ook het NDT zelf is vertrouwd terrein. Niet alleen Ana en Niklas, maar ook hijzelf danste er, in Jiri ¿ Kyliáns Overgrown Path (1980) en Forgotten Land (1981). Bovendien heeft het gezelschap inmiddels veel van Eks balletten op het repertoire staan.

Ek zweert bij zijn 'artistieke familie', vertelt hij tijdens een kort bezoek aan Nederland. 'We hebben hetzelfde uitgangspunt: we hebben elkaar nodig voor iets wat belangrijker is dan onszelf. En ze dagen me uit. Ongetwijfeld herhaal ik mijzelf 90 procent van de tijd. Maar hen kan ik niet voor de gek houden, want zij kennen me door en door. Wil ik hen blijven verrassen, dan moet ik zeer alert zijn.'

Familie is hoe dan ook een belangrijk onderwerp in zijn leven. Want wie Mats Ek zegt, zegt ook Birgit Cullberg, zijn moeder, maar vooral de choreograaf die wereldberoemd werd met haar moderne balletversie van Strindbergs Miss Julie (1950) en de oprichter van het Cullberg Ballet, het eerste moderne dansgezelschap van Zweden. En natuurlijk Anders Ek, zijn vader, een acteur die veel met Ingmar Bergman werkte. Eks tweelingzus Malin ging haar vader achterna. Niklas zijn moeder. En Mats, die koos uiteindelijk voor allebei.

Op aandringen van zijn ouders nam hij als 17-jarige dansles bij Donya Feuer, een choreograaf uit de school van Martha Graham. Na drie maanden verruilde hij die lessen voor een opleiding aan de toneelschool. Als jonge twintiger kreeg hij de kans om grote regies te doen bij het Koninklijk Dramatisch Theater in Stockholm. Maar na enkele tientallen professionele regies besloot hij tóch danser te worden. 'Ik wilde zelf iets vertolken en dans leek mij een meer natuurlijk expressiemiddel dan acteren', zei hij indertijd. Ek is dan 27, wat oud is voor een beginnend danser. Ook daarin volgt hij zijn moeder, die ook pas op haar 27ste aan haar danscarrière begon, na een studie literatuur aan de universiteit van Stockholm.

Een jaar later, in 1973, neemt Birgit Cullberg hem in dienst. Kort daarop maakt hij ook zijn debuut als choreograaf bij het Cullberg Ballet. Vanaf begin jaren tachtig leidde Ek het gezelschap samen met zijn moeder. In 1985 droeg zij de leiding aan hem over, maar ze bleef gastchoreografiën doen tot ze ver in de tachtig was.

Terugkerende thema's in Eks werk zijn moeder(schap) en sterke vrouwen - van de reuzeneieren die langs Giselle rollen en een sigaarrokende Carmen tot de stervende moeder in Tulips. Ek zelf weigert zijn werk autobiografisch te duiden, hoewel het duidelijk is dat hij zijn moeders schaduw nooit van zich af zal kunnen schudden. Aan zijn ouders droeg Ek twee balletten op: Gamla Barn (Oude kinderen, 1989) aan zijn moeder, Ljusvarelser (Lichtgestalten, 1991) aan zijn toen reeds overleden vader. Het stuk Kaïn en Abel was voor zijn broer Niklas.

Hij mag gekozen hebben voor de dans, Eks liefde voor het toneel is nooit verdwenen, misschien omdat hij geschreven tekst óók ziet als choreografie. 'Intellectuele choreografie. Je maakt gebruik van alledaags materiaal: woorden. En dan moet je selecteren om die woorden op het toneel interessant te maken. Daarin lijkt de relatie tussen woorden en tekst op die tussen alledaags bewegen en choreografie.'

Ek maakte choreografieën op basis van toneelklassiekers als Het huis van Bernarda Alba en Antigone, en in zijn interpretatie van Het Zwanenmeer suggereert hij een onmiskenbaar verband tussen prins Siegfried en prins Hamlet. Sinds zijn vertrek bij het Cullberg Ballet in 1993 is Ek nog meer (terug) richting tekst geschoven: hij regisseerde enkele repertoirestukken (waarbij hij samenwerkte met zijn zus Malin) en maakte danstheater waarvoor hij zelf de dialogen schreef. Een voorbeeld hiervan is On Malta (1996), dat ook in Nederland te zien is geweest. Maar waar deze productie nog gebaseerd was op een bestaand toneelstuk (Marlowe's The Jew of Malta), is Tulips helemaal Eks werk.

Tulips is de wat aangepaste versie van Dans

Med Nästan (Dans met je naaste), een script dat Ek in 1993 schreef, nadat hij was opgestapt als artistiek leider van het Cullberg Ballet, uit onvrede over de hoogte van de subsidiëring ervan. 'Toen ik aan Dans Med Nästan begon, ging het mij eigenlijk alleen om het schrijven van een levendige tekst, interessant om mee te werken en naar te luisteren. Schrijven kost mij veel tijd. Dat kwam goed uit, ik moest me ergens op kunnen concentreren. Ik wilde er geen spijt van krijgen dat ik ontslag genomen had.'

De tekst kwam weer voort uit Eks alleréérste eigen schrijfsel: een kleine monoloog voor Journey, een choreografie die deel uitmaakte van het debuutprogramma van NDT III in 1991. In Journey maakte broer Niklas een wonderlijke reis naar de volwassenheid, waarbij hij onderweg onder anderen - jawel - Sabine Kupferberg tegenkwam. Twaalf jaar later, nu het seniorengezelschap van het Nederlands Dans Theater een gevestigde naam is geworden, ontmoeten de twee elkaar dus opnieuw - en in een stuk dat is gebaseerd op dat prille begin.

Tulips bestaat uit 14 minidrama's, elk gevolgd door een korte choreografie. De titels variëren van 'eczema' en 'black blood', tot 'ear' en 'eye', 'mother' en 'lullaby'. Het gaat veel over de liefde en het leven, een beetje over politiek, soms over racisme.

Het script laat zich niet makkelijk lezen, de dialogen zijn soms ronduit cryptisch. En toch fascineren ze. 'Normale' gesprekken ontsporen. Bijna altijd is een onbehaaglijk gevoel van miscommunicatie en eenzaamheid het gevolg.

Yvan: Mijn moeder hield niet van me.

Sabine: Wat voel je als je dat zegt?

Yvan: Dat het fout is, maar absoluut juist.

Sabina: En je vader?

Yvan: Hij had ook eczeem.

(. . .) Yvan: Er zijn zoveel schaduwen. . . En die wind. Houdt mijn hand vast.

Niklas: Nee. Voel maar eens hoe het is om door een vriend in de steek te zijn gelaten.

Yvan: Een vriend laat je nooit in de steek. laten.

Yvan: Maar jij bent mijn broer.

Niklas: Je halfbroer.

Yvan: En de andere helft?

Niklas: Hier, neem mijn hand.

Yvan: En de andere helft?

Niklas: Is een monster met een harige staart en grote, dikke oren.

Yvan: Vertel.

Egon: Kan je niet zo praten dat de mensen begrijpen wat je zegt? 'Lieve vader en moeder, hoe gaat het met jullie?' bijvoorbeeld.

Hoe autobiografisch de beschreven situaties en ervaringen zijn, blijft gissen - Ek zegt slechts: 'Iedereen heeft alleen zichzelf om op terug te vallen.'

Een associatieve caleidoscoop als Tulips lijkt niets voor de verhalenverteller die Ek altijd is geweest. Maar schijn bedriegt. De complexe manier van vertellen is vergelijkbaar met de diepere lagen en verscheidene betekenissen die

Niklas: Alleen een vriend kan je in de steek Ek altijd in zijn verhalende balletten heeft gezocht en gestopt. En het onwerkelijke van de sprookjes komt terug in het surrealistische, absurde en soms ronduit poëtische karakter van de dialogen.

Over zijn auteurschap is hij bescheiden. 'Ik ben een dilettant die gewoon schrijft wat hij kan.' Hij noemt het interessant de verschillende expressievormen, dans en tekst, te combineren. 'Tekst is taal en taal is gebaseerd op een conventie, op afspraken. Ook de klassieke danstaal van de 19e eeuwse balletsprookjes liet zich lezen als een standaard. Maar de eigentijdse dans bedient zich niet meer van één gevestigde, vaststaande taal. Het houvast dat je hebt als kijker komt van het lichaam - dat kent iedereen - en van de interne logica van een voorstelling. Tekst kan gaan over herinneringen en ambities. Dans kan nooit meer zijn dan wat het is.'

Overal in het theater worden tegenwoordig disciplines vermengd - zeker dans zonder tekst lijkt een uitzondering te worden. Maar Ek hecht aan een duidelijke scheiding tussen zijn dansen tekstscènes. Het verband ertussen ligt ook niet op het niveau van de inhoud, maar op het niveau van de dynamiek. In wezen blijft zijn kijk op choreograferen puristisch. 'Het is makkelijk om theaterpubliek te verwarren met een mix van veelsoortige indrukken. Beelden, teksten, dans van de straat - de chaos van de realiteit. Maar choreograferen is méér dan citeren, méér dan beeld alleen. Wie écht een eigen stijl wil vinden, moet beweging diepgaand willen onderzoeken.'

Dit jaar werd Ek door Unesco, de cultuurorganisatie van de Verenigde Naties, gevraagd om de boodschap te schrijven voor de Internationale Dansdag op 29 april (de geboortedag van de 18e eeuwse balletpionier Jean-Georges Noverre). Hij had nog nooit van die dag gehoord, maar klom in de pen. Wat is dans, vroeg hij zich af. 'Dans is denken met je lichaam', schrijft hij. 'Dans is een eeuwigdurende poging, net als schrijven in het water.' Die poging, dat gedwongen cirkelen rond een mogelijke definitie, intrigeert Ek. 'Je zoekt altijd naar een soort conclusie, eentje die past bij jouw beleving. En hoe meer je rondcirkelt, hoe dichter je daar wellicht bij komt.'

Meer over