Schrale troost voor 't vervallen Frans cyclisme

In de bloedhete perszaal aan de streep in Cahors ging gistermiddag een klaterend applaus op, uit Franse handen. Jacky 'Dudu' Durand (27) had de tiende etappe van de Tour de France gewonnen....

Van onze verslaggever

Bert Wagendorp

CAHORS

Vorig jaar hing die nationale schande lang in de lucht. Gelukkig won Pascal Lino toen de veertiende etappe, in Perpignan. Hij redde er niet alleen de Tour van Festina mee, hij zorgde niet alleen voor buitenproportionele publiciteit rond zijn persoon, nee, hij redde de eer van de natie. Dat was nodig ook, want het cyclisme in het land van Marianne, daar gaat het helemaal niet goed mee.

Niet alleen is het al negen jaar geleden dat Bernard Hinault als laatste Fransman de Tour won. Niet alleen ziet het er naar uit dat het nog wel een paar jaar zal duren voor de das een opvolger krijgt. Er zijn meer tekenen die erop wijzen dat in het vaderland van de Tour het wielrennen afglijdt richting B-sport. Hoeveel miljoenen Fransen zich elk jaar ook weer langs les routes du Tour opstellen, barbecue en fles wijn in de aanslag.

Uit de percentages Franse renners in de Tour blijkt bijvoorbeeld, dat de kwaliteit van de Franse coureurs ook in de breedte van jaar tot jaar minder wordt. Gerekend vanaf 1964, toen dertig procent van het Tourpeloton uit Fransen bestond, vormde 1978 een topjaar. Toen was precies de helft van de Tourrenners van Franse nationaliteit. Daarna begon een geleidelijke afbrokkeling. In 1989 werd een dieptepunt bereikt, zestien procent van de coureurs reed een thuiswedstrijd.

Dit jaar is dat ruim zeventien procent, van de 189 renners die in Lille aan de Tour begonnen waren er 33 Frans, vier minder dan in 1993. Maar dat percentage kwam mede tot stand dank zij de gulhartigheid van Jean-Marie Leblanc. Die liet op het laatste moment de Chazal-ploeg van Vincent Lavenu tot zijn wedstrijd toe, als 21ste equipe, om het met hevige tegenwind kampende Franse wielrennen een duwtje in de rug te geven. Zonder de vijf tamelijk zwakke Fransen van de B-formatie, zou de Franse inbreng tot onder de vijftien procent zijn gedaald. Ter vergelijking: het grootste deel, bijna een kwart van de deelnemers aan de Tour van 1994, is Italiaans.

Ook uit de eindklasseringen van Franse coureurs de afgelopen jaren, blijkt afnemende kwaliteit. Dojwa, overigens een halve Pool, was in 1993 de beste, op de vijftiende stek. Een jaar eerder had Lino de boel op zijn kop gezet, met een vijfde plaats. Mottet (vierde in 1991) en Philipot (veertiende in 1990) kregen als beste Fransman ook de hele nationale pers over zich heen. Want de eerste Fransman in de Tour is hoe dan ook een champignon, die steevast verklaart er een jaar later pas echt voluit tegenaan te zullen gaan. Wat meestal tegenvalt. Dojwa staat momenteel op plaats 101.

Vier internationaal meepeddelende Franse teams staan er op de lijst van de UCI, Castorama van Cyrille Guimard en Jackie Durand, Gan van Legeay (met onder meer Dojwa en Boardman), Posts vreemde eend in de bijt Novémail (met Mottet, bezig met zijn laatste seizoen, en Pensec, ook uitgeblust) en Chazal.

Daarnaast slaagde Bruno Roussel erin van de Andorrese ploeg Festina een Frans bolwerk te maken (Lino en Virenque) en rijden er nog enkele min of meer regionale sponsorploegen in het rond. Eén daarvan, Catavana-Corbeil-Cedico, kondigde aan ermee op te houden toen Leblanc zo brutaal was het team voor de Tour de weigeren.

Voor volgend seizoen staat de vorming van een nieuwe ploeg op het programma, Le Groupement, maar ook die zal met het probleem kampen dat er even geen Franse kampioenen voor handen zijn. Zodat beoogd ploegleider Madiot elke dag wel de naam van een buitenlandse topper uit de hoge hoed tovert als mogelijke aankoop voor zijn team. Helaas voor de Fransen heeft Peter Post al laten doorschemeren er sterk over te denken volgend jaar zijn Franse licentie weer in te leveren en in te ruilen voor een Belgische.

Met De las Cuevas, in de Franse pers al omhoog geschreven naar een positie vlak onder Rominger en Indurain, beschikt Guimard over de enige Franse coureur die in staat moet worden geacht met de subtop mee te doen. De rest van de Fransen behoort tot de dertig-plussers met meer verleden dan toekomst, tot de meefietsers of de overschatte talenten.

Durand mag meestal tot de tweede categorie worden gerekend, maar de coureur uit Saint-Lauretsur-Gorre heeft zo zijn speciale dagen. Zoals in de Ronde van Vlaanderen van 1992, toen hij een vlucht van 217 kilometer bekroonde met een verrassende overwinning. In 1991 had hij al eens indruk gemaakt in de GP Isbergues, door 203 kilometer, tot de streep, voor het peloton uit te fietsen. In 1993 werd hij Frans kampioen na een ontsnapping die 210 kilometer duurde. Dit jaar mocht hij het nationale kampioenstricot nog een jaar behouden, nadat hij op 1500 meter voor de streep was weggesprongen, een voor zijn doen uitzonderlijke taktiek.

Durand trachtte in de afgelopen dagen al vaker zijn droom van een etappezege in de Tour te realiseren door vroegtijdig in de aanval te gaan. Dinsdag deed hij dat na acht kilometer, samen met Bortolami, Hodge en Serpellini. Het kwartet handhaafde lange tijd een voorsprong van rond de vier minuten.

Op acht kilometer voor de streep vond Durand dat het tijd werd de zege veilig te stellen, met het oog op de pogingen die achter zijn rug in het werk werden gesteld andermaal tot een massasprint te geraken. Hij sprong weg bij zijn collega's. Na 152 kilometer kwam hij als winnaar over de streep. Voor hem was dat een vlucht van gemiddelde lengte, maar voor de Fransen waren het winnende kilometers van nationaal belang.

Meer over