Schraalhans

Er is iets merkwaardigs aan de hand met Nederland. Of beter gezegd, met de jongere werkende mens in dit land....

Ook op deze pagina zei vorige week de volleybalcoach Goedkoop het hen na: 'Na iedere drie à vier jaar neem ik een sabbatical van een jaar, het is voor een ervaren coach niet moeilijk om weer een nieuw contract te vinden.'

Daarbij is iets voor te stellen, trainer zijn lijkt me een energievretend vak, waarbij met grote regelmaat moet worden gepiekt. Maar wat heeft die hele groep in de eerste helft van hun leven toch voor probleem met werken? Een volle werkweek bedraagt in veel gevallen inmiddels 36 uur in de week, compensatieregelingen zijn riant, en als dat niet zo is, vraag je op deze krappe arbeidsmarkt 'gewoon' om een betere regeling en dikke kans dat je het zonder problemen krijgt. Wettelijk bestaat nu een recht op deeltijdwerk, ouderschapsverlofdagen, zorgverlofdagen.

Maar nee, sla een carriéregericht economisch tijdschrift open en je leest over iemand van 34 die halverwege haar werkzame leven vond dat ze wel toe was aan een verlofjaar.

Halverwege haar werkzame leven? Ik ben nog niet zover en toch al bijna twintig jaar aan het werk. Op de somberste momenten komen gedachten op dat alle riante regelingen voor een verzorgde oude dag tegen de tijd dat mijn generatie daaraan toe is (over 25 à 30 jaar) zullen zijn uitgekleed. Het motto van deze tijd is: regel het zelf maar, want de terugtredende overheid doet het niet meer (ook omdat met de vergrijzing het stelsel steeds onbetaalbaarder wordt, maar het geeft mij toch ook een kil gevoel). Ik werk door tot op mijn zeventigste, denk ik dan, of nog langer als ik niet op tijd ben begonnen omvangrijke bedragen opzij te zetten.

Zouden die 'jonkies' dat voorland wel aankunnen? In de meest energierijke jaren van hun leven zijn ze iedere drie jaren al een jaar moe. En nemen die tijd ook - krappe arbeidsmarkt, dus we vinden wel weer iets dat ons aanspreekt, alsof werken alleen maar voor de gezelligheid is - door op hedendaagse wijze studentikoos een langere periode vrij te financieren.

Dat zal hen toch rauw op het dak vallen als zij na hun vijftigste erachter komen dat al die leuke, vrije perioden - de herinnering is allang vervlogen - ertoe zullen leiden dat ze tenminste tot hun 75ste moeten blijven werken om zichzelf te onderhouden.

Meer over