SCHOORL VOLOP IN HET TEKEN VAN VIJFHONDERDSTE GEBOORTEJAAR 'STRAETMAKER ONSER CONSTEN'

Het portret in de vergaderzaal van de Londense Society of Antiquaries toont een oudere man; het is dezelfde man als degene die - op jongere leeftijd - staat afgebeeld op een schilderij in het Frans Hals Museum in Haarlem....

Zo beschrijft Hanny Alders de beeltenis van een van de wegbereiders van de Hollandse schilderkunst: Jan van Scorel (1495-1562). Zij doet dat in haar biografische roman Jan van Scorel - Een leven in schetsen (Conserve; ¿ 29,90), die is verschenen ter gelegenheid van het feit dat Jan van Scorel vijfhonderd geleden op 1 augustus in het Noordhollandse Schoorl het levenslicht zag als zoon van de dorpspastoor. Dit hele jaar staat Schoorl volop in het teken van Jan van Scorel, met manifestaties, lezingen, Jan van Scorel-wijn en Jan van Scorel-sigaren.

Alders' biografie biedt een levendige schets van de man die volgens het Schilderboeck van Carel van Mander uit 1604 de 'lanteerendrager en straetmaker onser consten' was. Jan van Scorel kreeg zijn opleiding in Alkmaar, Haarlem en Amsterdam. Hij was amper twintig jaar toen hij besloot een reis naar Italië te maken, een populaire onderneming onder Hollandse kunstenaars die in het mekka van de schilderkunst hun vakkennis wilden bijschaven. Zijn reis voerde hem via Venetië naar Rome, waar een andere Nederlander, Adriaan Boeyens, in 1522 tot het pausschap werd uitverkoren. De strenge en sobere Adrianus VI wilde schoon schip maken en omringde zich met enkele getrouwen uit de Nederlanden. 'Giovanni di Scorel' werd gevraagd als opvolger van Rafaël het beheer te voeren over de pauselijke kunstwerken. Veel plezier beleefde hij niet aan de prestigieuze baan. 'Het was Scorel al gauw duidelijk geworden dat de financiële positie van het Vaticaan erbarmelijk was, waardoor de paus zich genoodzaakt zag alle werken waaraan men bezig was, stop te zetten.'

Na de dood van Adrianus VI in 1523 ging Jan van Scorel terug naar de Nederlanden. Hij vestigde zich in Utrecht, waar hij na een tijdje soebatten kanunnik werd van de Mariakerk. Tussentijds verbleef hij ook in Haarlem. 'Eindelijk heb ik bereikt wat ik bij de Italianen zo bewonder', laat Alders hem over zijn schilderkwaliteiten zeggen. 'Het landschap fungeert niet langer slechts als achtergrond, het heeft een rol gekregen in het geheel. Bovendien zijn de menselijke figuren, gevormd volgens de verhoudingen die door Vitruvius zijn voorgeschreven, groter dan in mijn vorige werk en krijgen daardoor een belangrijker plaats.'

Aan het eind van zijn leven keerde hij terug naar zijn geboortestreek om zich te storten op een heel ander métier: de inpoldering en drooglegging van de Zijpe, een gebied ten noorden van Schoorl dat regelmatig werd geteisterd door overstromingen. 'Ik heb landschappen geschapen van verf op hout', zegt hij in Alders' levensschets. 'Mijn grootste droom was het in werkelijkheid te zien gebeuren.'

Jan van Scorel overleed op 6 december 1562. 'Zijn portretkunst zou culmineren in het werk van Rembrandt', schrijft Alders tot besluit. 'Zijn groepsportretten mondden uit in de grote zeventiende-eeuwse schuttersstukken en zijn landschappen leidden tot een wereldberoemde Nederlandse traditie op dit gebied. Hij wordt daarom terecht wel de schakel tussen Gotiek en Gouden Eeuw genoemd.'

Han van Gessel

Meer over