Nieuws

Schoonmaken of tomaten sorteren, Oekraïense vluchtelingen pakken alles aan: ‘Als ik maar iets kan doen’

Duizenden Oekraïners zijn sinds hun vlucht hier aan de slag gegaan. De overheid heeft de regels versoepeld en door de krapte op de arbeidsmarkt staan werkgevers te springen om personeel. ‘Ben je kok? Dan kun je morgen aan de slag.’

Haro Kraak en Roos van Riel
Vincent Pahlplatz, manager van het Marriott Hotel in Den Haag. Hij verzorgde opvang voor honderden Oekraïense vluchtelingen in het hotel en helpt degenen die dat willen en kunnen aan werk in het bedrijf. Beeld Daniel Rosenthal / de Volkskrant
Vincent Pahlplatz, manager van het Marriott Hotel in Den Haag. Hij verzorgde opvang voor honderden Oekraïense vluchtelingen in het hotel en helpt degenen die dat willen en kunnen aan werk in het bedrijf.Beeld Daniel Rosenthal / de Volkskrant

Bommen of tomaten. Dat is zo’n beetje de keuze waar Ivanna Vereskunova (35) voor staat. Als ze op haar hotelkamer zit te niksen, begint ze te denken aan bommen. Maar hier aan de lopende band denkt ze alleen maar aan tomaten. Zorgvuldig vult ze het zwarte doosje met trostomaten. De weegschaal geeft 280 gram aan. Ze doet er nog drie tomaatjes bij en legt het bakje op de band.

In Oekraïne was ze makelaar. Nu haalt ze er een uitdaging uit om de tomaten zo snel en zo precies mogelijk te sorteren. Ze is allang blij dat ze werk heeft dat haar afleidt en bezighoudt. Naar een baan die beter bij haar ervaring past, is ze niet op zoek, zegt ze. ‘Ik kijk sinds de oorlog niet verder dan een maand vooruit. Het maakt me niet uit waar ik werk, zolang ik maar iets kan doen.’

Na het uitbreken van de oorlog is Vereskunova met haar 13-jarige dochter hun woonplaats Lutsk in het noordwesten van Oekraïne ontvlucht. Ze kwamen in maart in een hotel in Naaldwijk terecht, waar ze nu nog steeds verblijven. Daar hoorde ze dat het als vluchteling ook mogelijk was om te werken. Na wat zoeken kwam ze uit bij Greenpack in Maasdijk, waar elke week 2 tot 3 miljoen kilo tomaten wordt verpakt en gedistribueerd.

‘Toen ik mijn registratie had, rende ik gelijk hierheen’, zegt ze lachend. ‘Ik was het niets doen zo zat.’

Makkelijke instromers

Ze willen aan de slag. Dat is de zin die als een mantra terugkeert als het gaat om de Oekraïense vluchtelingen. Werkgevers, gemeenten, vrijwilligers en instanties merken hoe gretig de Oekraïners zijn om aan het werk te gaan, en vaak ook: hoe makkelijk ze instromen. Dat roept ook de vraag op hoe dat kan. Passen de Oekraïners goed in de Nederlandse werkcultuur?

Bijna 5.700 vluchtelingen uit Oekraïne zijn volgens het UWV de afgelopen weken aan het werk geholpen en de verwachting is dat dat aantal snel zal groeien. Nederland kampt met grote tekorten in veel sectoren, werkgevers staan te springen om capabel en gemotiveerd personeel. Veel gemeenten hebben banenmarkten opgezet om de Oekraïners aan een baan te helpen.

Sinds begin maart zijn er zo’n 50 duizend Oekraïense vluchtelingen opgevangen in Nederland. Relatief veel van hen zijn al aan het werk, maar een vergelijking met andere vluchtelingenstromen, zoals met de Syriërs rond 2015, is lastig. Het grote verschil is de uitzondering die nu voor Oekraïners wordt gemaakt.

Geen beperkingen voor Oekraïners

Sinds 1 april hoeven werkgevers geen tewerkstellingsvergunning meer aan te vragen wanneer zij vluchtelingen uit Oekraïne in dienst nemen. Ze moeten hiervan wel melding doen bij het UWV. De grootste groep vluchtelingen, zo’n 40 procent, heeft werk gevonden via uitzendbureaus. In de regio’s Groot Amsterdam en Den Haag zijn de meeste vluchtelingen aan de slag gegaan.

‘Eerdere vluchtelingen waren aan strengere regels onderworpen, zegt Max Schouten, woordvoerder van het UWV. ‘De asielprocedure moest al zes maanden lopen voordat ze konden solliciteren. En vervolgens mochten ze maar 24 weken per jaar werken. Voor de Oekraïners gelden die beperkingen niet.’

De groep oorlogsvluchtelingen bestaat vooral uit vrouwen en kinderen, maar is zeer gemêleerd wat betreft werkervaring en opleidingsniveau. Veel gaan werken in de tuinbouw (11 procent), horeca (11 procent), zakelijke dienstverlening (9 procent), transport en logistiek, of als schoonmaker. Maar er zijn ook vluchtelingen die terechtkomen in de zorg, het onderwijs of het bedrijfsleven. Een enkeling gaat aan de slag als psycholoog, marketeer of jurist. Wat helpt, is dat velen Engels spreken.

‘We hebben iemand geplaatst als tandartsassistent’, zegt een woordvoerder van de gemeente Amstelveen. ‘Maar ook in de ict en de financiële sector. Bij de gemeente hebben we een Oekraïense vrouw, die in haar vaderland werkte als vertaler en tekstschrijver, aangenomen als tolk. We proberen de matches nauwkeurig af te stemmen. Het zou zonde zijn mensen met een medische achtergrond in de kassen gaan werken.’

Blij met nieuwe collega's

Behalve in de tuinbouw werkt een grote groep Oekraïners ook als schoonmaker. Bij het bedrijf EW Facility Services, dat in heel Nederland hotels schoonmaakt, stromen per week zo’n vijf tot tien Oekraïners in. ‘Het mes snijdt aan twee kanten’, zegt regiodirecteur Thijs IJdens. ‘We bieden ze een warme ontvangst en een kans. Maar voor ons is het ook plezierig. Zoals in veel sectoren is er een tekort aan schoonmakers. We zijn erg blij dat we zo nieuwe collega’s kunnen vinden.’

De Oekraïners hebben veel vragen als ze zich bij EW melden, zegt Maaike Ligtenstein, directeur HR. ‘Krijg ik nog leefgeld van de gemeente als ik ga werken? Nee. Moet ik zelf een zorgverzekering afsluiten? Ja. Wij helpen ze om alles op orde te krijgen. En daarnaast hebben we natuurlijk een extra zorg: het zijn mensen die net uit een oorlog komen, velen hebben hun familie achtergelaten. Daar moet je rekening mee houden.’

Op banenmarkten stond EW de afgelopen weken met Russisch en Oekraïens sprekende medewerkers. Ligtenstein: ‘Het is voor de vluchtelingen heel fijn als ze in hun eigen taal horen wat de mogelijkheden zijn. We zoeken vooral naar mensen die gemotiveerd zijn en begrijpen hoe gastvrijheid werkt. Vooropleiding en werkervaring, daar kijken we minder naar.’

Crisisopvang in het Marriott

Een van de hotels waar EW schoonmaakt is het Marriott in Den Haag. De afgelopen tijd hebben daar honderden vluchtelingen een bed gekregen in de crisisopvang. Een zeer diverse groep, zegt hotelmanager Vincent Pahlplatz in het restaurant van het hotel. ‘Sommigen kwamen met hun BMW X5 aangereden, rechtstreeks uit Kyiv. Anderen hadden alleen een zakje met kleren bij zich.’

Een maand lang stelde het hotel veertig kamers (80 bedden) beschikbaar en drie maaltijden per dag, waarvoor de gemeente een onkostenvergoeding betaalde van 75 euro per persoon per dag. In eerste instantie bleven de vluchtelingen wel drie weken, inmiddels duurt een verblijf ongeveer 72 uur, tot ze doorgeplaatst worden naar langdurigere opvang. ‘Velen waren erg dankbaar, maar voelden zich ook bezwaard’, zegt Pahlplatz. ‘Ze begonnen zich ook erg te vervelen. Het was al snel duidelijk dat deze mensen aan de slag wilden en hun eigen broek op willen houden. De eerste vraag was telkens: waar kan ik een simkaart kopen? De tweede vraag: hoe kan ik gaan werken?’

Met de gemeente en andere hotels en werkgevers heeft Pahlplatz toen een informatiedag georganiseerd in een buurthuis. ‘Van de eerste vijftig deelnemers waren er 17 die interesse toonden in de gastvrijheidsindustrie. Hier worden nu gesprekken mee gevoerd. Eén Oekraïense vrouw is net aangenomen in de bediening en heeft maandag haar eerste werkdag.’

Kwetsbare groep

De hoogopgeleiden vonden zelf hun weg naar werk, zegt Pahlplatz. ‘Die hadden ons niet nodig. Dan is er nog een groep die een bepaald vak of een vaardigheid te bieden heeft. Ben je kok? Dan kun je morgen aan de slag. Spreek je Engels? Dan mag je direct achter de receptie gaan zitten. En anders kun je afwas of schoonmaak doen. Daar is geen Engels voor nodig.’

Als zulke grote groepen gretige en kwetsbare mensen instromen op de arbeidsmarkt is er altijd een risico op uitbuiting. ‘Absoluut’, zegt Pahlplatz. ‘Je moet er rekening mee houden dat er boeven zijn die misbruik van de situatie maken. De nood is hoog. Veel mensen hebben er alles voor over om aan het werk te gaan. Daarom moeten al onze medewerkers ook verplicht een cursus volgen: hoe herken je mensenhandel en prostitutie?’

Het was in dat licht verstandig van de overheid om een uitzondering te maken voor de Oekraïners, zegt Pahlplatz. ‘Zonder die uitzondering waren er ongetwijfeld veel meer vluchtelingen illegaal aan het werk gegaan en was het risico op misstanden veel groter. De overheid heeft het nu heel simpel gemaakt. Het enige wat je nodig hebt, is een paspoort en een bankrekening. Je doet een melding bij het UWV en binnen twee dagen kun je gaan werken.’

Twee Oekraïense vrouwen sorteren tomaten bij Greenpack in Maasdijk. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Twee Oekraïense vrouwen sorteren tomaten bij Greenpack in Maasdijk.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Van makelaar naar tomatensorteerder

In Maasdijk, in de grote hal van tomatendistributeur Greenpack, is de pauze van Ivanna Vereskunova voorbij. Ze doet haar blonde vlecht onder een blauw haarnetje en loopt net als de honderden andere werknemers terug naar de lopende band. De omslag van makelaar naar sorteerder was aanvankelijk groot, zegt ze. ‘Ik was zenuwachtig dat ik op mijn vingers zou worden getikt als ik foute tomaten bij de goede legde.’ Inmiddels is ze er behendig in.

Tijdens het werk kletst Vereskunova veel met haar Oekraïense collega Myroslava Kuznietsova (41). Die vluchtte in haar eentje uit Oekraïne. Haar ouders en twee kinderen – van 9 en 14 jaar oud – liet ze achter in Lviv. De tranen springen in haar ogen als ze over hen praat. Via Polen en Duitsland is ze naar Nederland gekomen, de kinderen nam ze niet mee omdat het nog te onzeker was waar ze terecht zou komen.

Via een uitzendbureau kwam Kuznietsova bij Greenpack. Ook de huisvesting werd door het bureau voor haar geregeld, op vijf minuten lopen van het bedrijf. ‘Het voelt goed dat ik nu geld verdien om naar huis te kunnen sturen’, zegt ze. ‘Later komen de kinderen misschien ook deze kant op.’