Schoonheid van vergane glorie ***

Dordrecht is hard op weg zijn culturele achterstand in te halen. De transformatie van een elektriciteits- fabriek tot een centrum voor podiumkunsten draagt daaraan bij.

DOOR HILDE DE HAAN

Noordendijk 148, Dordrecht.

Ontwerp: TenBrasWestinga

architectuur interieur stedenbouw

Ingebruikname juni 2013

Al jaren tintelt in Dordrecht het besef dat het met de cultuur in de stad nog goed gaat komen. Dat een jarenlange achterstand kan worden weggewerkt. Dus toen in 2008 de fameuze Amsterdamse Dogtroep ter ziele ging, was het deze stad die voor een doorstart zorgde. Zo ontstond het nieuwe gezelschap Omsk dat in 'Dordt', behalve een goed onderkomen, vooral ook uitzicht kreeg op een bloeiende toekomst. Het bouwwerk waar het gezelschap zijn werkplaats mocht inrichten - het vroegere energiebedrijf - zou namelijk worden getransformeerd tot een dorado voor de podiumkunsten, Energiehuis genaamd.

Het Energiehuis is sinds juni in gebruik maar Omsk heeft Dordrecht moeten verlaten. Vanaf 2013 is de rijkssubsidie aan het gezelschap stopgezet. Het treedt nog op, in verkleinde vorm, in Rome, Brussel, Parijs en Gent. Maar het Energiehuis wordt niet aangedaan en dat terwijl juist dit gebouw, en vooral de grootste theaterzaal daarin, speciaal op gezelschappen als dit is toegesneden.

Dat werpt een smet op het verder voorbeeldige initiatief om een oude elektriciteitsfabriek nieuw leven in te blazen. Dordrecht stelt, in fasen, de laatste jaren zo'n 100 miljoen euro beschikbaar voor de verbetering van de 'culturele infrastructuur.' Frappant genoeg wordt nauwelijks nieuw gebouwd, oude gebouwen krijgen nieuwe kansen. Het Energiehuis (circa 38 miljoen euro) is het vlaggenschip.

Die keuze had consequenties, bijvoorbeeld voor de schouwburg Kunstmin. Die wordt nu wel grondig opgeknapt, maar niet uitgebreid. De vlakkevloerzaal, waaraan al lang behoefte was, is wel gerealiseerd, maar dan in het nieuwe Energiehuis. Hier zijn veel theater- en muziekmakers bijeengebracht, plus productiehuizen, dansstudio's, een jeugdtheaterschool en vele les- en repetitieruimten. Die brede opzet is de crux die nieuwe prikkelende ontmoetingen en plannen moet doen ontstaan.

Architecten Roel ten Bras en Maaike Westinga hebben dit goed opgepakt. Zij gooiden olie op dat vuur door de oude fabriek op vele plekken onaf te laten. Nieuwe toevoegingen zijn nogal grof van aard. Perfectie is beperkt tot waar het onmisbaar is, zoals in de zorgvuldig uitgevoerde dansstudio's en goed geoutilleerde leslokalen. Publiek en theatermakers worden minder verwend: zij worden uitgedaagd om er, tussen oude troep, zelfs iets moois van te maken.

Architectonisch was de oude elektriciteitsfabriek geen wereldwonder. De oudste delen (1905, 1918) waren ooit een degelijk nutsgebouw maar al in tamelijk beroerde staat - deels zonder dak. Alleen het jongste deel, uit 1928, had nog wel allure: strak metselwerk en brede stroken glas. Ten Bras en Wenstinga hebben vrijwel alles leeg gesloopt en hun slimste zet was vervolgens om de vijf belangrijkste zalen direct onder de kappen te plaatsen. De oude dakspanten, voor zover nog aanwezig, waren wel opmerkelijk fraai; die bepalen nu de sfeer.

Om die - nu veelal hooggelegen - zalen goed bereikbaar te maken, hebben ze nog iets slims bedacht. Het gebouw werd in zijn hele lengterichting (100 meter) met een brede gang doorsneden. Hier is de centrale trap naar alle zalen. Dankzij een glazen dak valt nu ook ruim daglicht dwars door het gebouw. Aan deze gang is tevens de centrale kassa, net als een magistrale ontmoetingsplek: Grand Café Khotinsky.

Het leukste van het Energiehuis zijn de contrasten. Poppodium Bibelot is veruit het meest luxueus. Hier wordt het publiek verspreid over terrassen zodat iedereen op het podium kijkt. Zelfs de rokers hebben het fijn: ze zijn slechts met een glaswand gescheiden van de zaal en hebben aan de andere kant weids uitzicht over de stad.

De grote vlakkevloerzaal, in wat ooit de grootste machinehal was, is de meest drastische tegenhanger. Waar Bibelot modern en gladjes oogt, toont hier de oude fabriek nog volop rauwe schoonheid. De oude rolbrug, met loopkat en takel, is verheven tot voornaamste pronkstuk: hiermee worden nu tribunes en decorstukken verplaatst. Comfort is deze ambiance ver te zoeken; zelfs de stoelen lijken extra recht. Ideaal voor voorstellingen zoals van Omsk, waar het publiek niet alert genoeg kan zijn in zijn complexe ontmoetingen met de theatermakers. Ook nu dat gezelschap hier niet meer huist, blijft dit de interessantste plek van het gebouw: hij schreeuwt om mensen die er even sprankelend gebruik van maken.

Extra: Ervaren theaterbouwers

Roel ten Bras en Maaike Westinga zijn ervaren theaterbouwers die onder meer de Amsterdamse Stadsschouwburg en de Melkweg hebben verbouwd. Toen als directie van het Amersfoortse bureau: Jonkman Klinkhamer. De opening van het Energiehuis is aanleiding om dit bureau voortaan met de eigen naam te sieren: TenBrasWestinga.

undefined

Meer over